Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Wester-Amstel

Rijke families die in de zomer de stinkende stad wilden ontvluchten, kochten een buitenplaats. Liefst aan het water, zodat je er makkelijk kon komen. In de Gouden Eeuw zag je in het voorjaar menige trekschuit over de Amstel varen met de inboedel van gezinnen op weg naar hun zomerverblijf. Nicolaas Pancras kocht in 1662 twee boerderijen aan de Amstel. Hij sloopte ze en bouwde er een fraaie hofstede: Wester-Amstel. Je kan er nu, eeuwen later, nog een kijkje komen nemen.

In 1662 koopt Nicolaas Pancras twee boerderijen die dicht naast elkaar liggen. Hij laat beide boerderijen slopen en bouwt op de plaats van één ervan een nieuw huis, dat hij de naam Wester-Amstel geeft. Het wordt een traditioneel langrompgebouw, bestaande uit een stenen voorhuis en een houten achterhuis, dat onder meer dienstdoet als ruimte voor paarden en koetsen.Daaraan zie je dat Pancras er vroeg bij was. Latere buitenplaatsen kregen namelijk een indrukwekkender uitstraling, ze deden denken aan grachtenpanden.

De toevoeging van een verdieping maakt het echter tot een bijzonder luxueuze hofstede. Het lag aan de goede kant van de Amstel, hier had je namelijk een redelijk onderhouden weg. Langs de rivier liep het jaagpad voor de trekschuiten. Het buiten verrees in een bocht van de rivier tussen Amsterdam en Ouderkerk.

Nicolaas Pancras en zijn vrouw Petronella de Waert wonen zelf op stand aan de Herengracht in Amsterdam. Pancras bekleedt verschillende belangrijke functies: hij is meerdere malen burgemeester van Amsterdam, heemraad van Amstelland en lid van de Amsterdamse Kamer van de VOC. Later behoort hij zelfs tot de invloedrijke Heren Zeventien, het hoogste bestuursorgaan van de VOC. Na zijn overlijden in 1678 verkoopt Petronella de Waert Wester-Amstel in 1686 voor 16.000 gulden aan Jan Marcus, die het bezit tot 1714 in zijn bezit houdt.

Huis Wester Amstel: Overzicht voorgevel en rechter zijgevel. 1995. Beeld via Wikimedia Commons, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, vervaardiger: Gerard Dukker (1937–), CC BY-SA 4.0.

Kaalslag dreigt

Jan Marcus verkocht Wester-Amstel na 28 jaar aan Andries Leenders voor 14.000 gulden. Na ruim twintig jaar ging de buitenplaats via zijn dochter Anna Levina en haar familie over naar Hendrik Collonius, die het in 1739 kocht voor 9.500 gulden. In 1750 verkocht Collonius Wester-Amstel voor 8.000 gulden aan Adriaan Cromhout. De dalende prijzen weerspiegelden de economische achteruitgang van Amsterdam. Oorlogen, mislukte speculaties en de afnemende betekenis van de stad als handelscentrum zorgden ervoor dat steeds meer buitenplaatsen in verval raakten en werden afgebroken.

In 1776 kwam Wester-Amstel in handen van Frederik Kaal. Hij kocht vaker buitenplaatsen op om ze te laten slopen en waardevolle onderdelen, zoals schouwen en deuren, te verkopen. Met deze werkwijze verdiende hij veel geld en werd hij verbonden met het begrip ‘kaalslag’. Het zag er toen somber uit voor het gebouw. Wester-Amstel ontkwam gelukkig aan de slopershamer, omdat Jean de Neufville het buiten overnam van Kaal en er een herberg opende. Die zaak bleek echter geen succes.

Prent door Abraham Rademaker van de hofstede rond 1730. Achter het onverbiddelijke hek van Wester-Amstel woonde toen Andries Leenders. Op de voorgrond kabbelt de Amstel. Prent collectie Stadsarchief Amsterdam, Afbeeldingsbestand 010094006067.

Van Persijn

In 1792 kreeg Wester Amstel weer een nieuwe eigenaar. De Amsterdamse regent Antonius Quirinus van Persijn (1767-1842) herstelde de buitenplaats. Hij liet er onder meer een zogenaamde Engelse partij aanleggen, een stuk tuin in de vroege Engelse landschapsstijl. Daarvan zijn nu nog delen herkenbaar langs de westgrens van het terrein. In 1802 en 1811 breidde hij het grondgebied uit naar het zuiden en het noorden. Ook zette hij er een perzikkas neer. Maar aan een doolhof in zijn park had hij geen behoefte, dat verdween.

Hij bezat tevens een aantrekkelijke woning in de stad, gelegen aan de Keizersgracht. Maar met het klimmen van de jaren trok Wester-Amstel hem echter steeds meer. Van Persijn beheerde de buitenplaats vijftig jaar lang met zorg. Na de dood van Van Persijn bleef Wester-Amstel familiebezit, maar werd door huurders bewoond en later nogmaals uitgebaat als herberg. Uiteindelijk werd het door vererving eigendom van de familie Van Lynden van Sandenburg die het in 1900 op de veiling brachten.

Huis Wester Amstel: Overzicht toegangspoor en voorgevel. Beeld via Wikimedia Commons, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0

Lissone

De koper op de veiling in 1900 was J.Ph.J.F. Lissone. Hij investeerde in het huis en de tuin. De opvallende zeskantige houten tuinkoepel links voor het huis dateert van rond 1900 en zal een oudere koepel hebben vervangen. Rond dezelfde tijd werd ook een kippenpaleis in de schapenwei gebouwd, een typisch voorbeeld van een folly.

Wester-Amstel werd tot in jaren ’60 van de twintigste eeuw bewoond en onderhouden door de weduwe en dochters van Lissone. Daarna kwam het door vererving in eigendom van de zoon van de oudste dochter van Lissone: Ludwig Movig. Hij richtte de stichting op die ervoor heeft gezorgd dat Wester-Amstel niet alleen in goede staat werd gebracht en gehouden, maar ook dat het een toegankelijke en levende buitenplaats werd, die bijdraagt aan de groene ontwikkeling en beleving van Amstelland.

Huize Wester-Amstel in wintertooi. Noord-Hollands Archief / Collectie van foto’s van de Provinciale Atlas Noord-Holland, Inventarisnummer 7431.

Rijksmonument

De oorspronkelijke begrenzing van het omgrachte perceel, de rechthoekige boomgaard en boomsingels ten noorden van het huis zijn er nog. Ook de lindenlaan vanaf het toeganghek naar achteren, is deels bewaard gebleven. Het toegangshek met de monumentale hardstenen pijlers dateert van rond 1760, maar staat op de plek van het zeventiende-eeuwse hek. Het huis is in de loop van de achttiende- of negentiende eeuw gewijzigd. In het oog springend zijn de vernieuwde vensters, de brede entreepartij en de bepleistering met daarin een blokmotief. Kenmerkend is ook de gebogen top (koof) die boven de middelste as oprijst uit het vlakke dak. Het houten achterhuis is grotendeels een reconstructie uit 1989 van oorspronkelijke achterhuis.

Wester-Amstel is een rijksmonument, daaronder vallen het huis, de tuinkoepel, de toegangbrug met hek en de historische aanleg. De buitenplaats is eigendom van de Stichting J.Ph.J.F. Lissone. Zowel het huis als de tuin zijn toegankelijk. In het hoofdgebouw is het kantoor van Groengebied Amstelland gevestigd en er worden exposities, literaire en muzikale optredens georganiseerd.

In het groen zijn ‘vrienden van Wester-Amstel’ wekelijks aan de slag in de kruiden- en stinzentuin. Veel oude appel- en perenrassen zijn in de boomgaard teruggeplant. Wester-Amstel straalt nog de grandeur uit die Nicolaas Pancras voor ogen had toen hij er zijn buitenplaats neerzette.

Tekst: Landschap Noord-Holland / Cultuur Compagnie. In 2026 herzien door de redactie van Oneindig Noord-Holland.

Meer informatie:

www.wester-amstel.nl
www.groengebied-amstelland.nl

Literatuur:

  • Bertram, Christian. Noord-Hollands Arcadia. Ruim 400 Noord-Hollandse buitenplaatsen in tekeningen, prenten en kaarten uit de Provinciale Atlas Noord-Holland. Met een bijdrage van Erik A. de Jong. Alphen aan den Rijn: Canaletto, 2005, 374.
  • Heide, Finette van der. ‘De buitenplaats Wester-Amstel. Boerenhofstede gered van de ondergang’. Ons Amsterdam 43.3 (1991): 74-79.
  • Oldenburger-Ebbers, Carla S., Anne Mieke Backer en Eric Blok. Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur. Deel West: Noord-Holland, Zuid-Holland. Rotterdam: De Hef, 1998, 92-93.
  • Museum Geelvinck, Buitenplaats Wester-Amstel 350 jaar

Publicatiedatum: 30/04/2012

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.