Vuurtoren Den Oever

De gietijzeren vuurtoren op de Afsluitdijk en nabij Den Oever is een tastbare herinnering aan de tijd dat Wieringen nog een eiland was. Bakens, lichtopstanden en vuurtorens waren van groot belang voor de visserij en scheepvaart op Zuiderzee en Waddenzee.

Kapen en lichten

Op het oude Wieringen hebben meerdere ‘kapen’ gestaan. Dit waren stellages met kenmerkende vormen, behulpzame  merktekens (of: ‘dagmerken’), waaraan zeelieden konden herkennen voor welke kust zij voeren. Lichten kwamen pas in 1823 op het westeinde van het eiland, bij Westerland. In de 19e eeuw stonden in totaal vijf lichten op Wieringen, waaronder dit hoge licht van Westerland, hetzelfde gietijzeren torentje dat nu op de Afsluitdijk staat.

Elektrisch licht

Deze toren is in 1885 gebouwd en verving het houten hoge licht van Westerland. De vermoedelijke ontwerper is A.C. van Loo en ijzergieterij Enthoven & Co. maakte deze toendertijd moderne lichtopstand. Het is een opengewerkte toren, met sierlijke decoraties en een oliebergplaats op de begane grond.
Inpoldering van de Wieringermeer veranderde het leven op Wieringen drastisch. Zo ook de nautische situatie: de verlichting op het westelijk deel van Wieringen was niet meer nodig. De vissershaven bij Den Oever werd belangrijker en kon het afgedankte hoge licht van Westerland goed gebruiken. In 1930 is de zeskantige toren afgebroken en opnieuw opgebouwd bij Den Oever. Ook kreeg het daar een elektrische lamp, ter vervanging van de gaslamp.

Trouwe dienst

In 1932 volgde de tweede verhuizing, van maar liefst …70 meter. Dit keer werd het gietijzeren vuurtorentje op rails gezet en naar de huidige plek gerold en geschoven, vlakbij de Stevinsluizen en nabij de haven van Den Oever. De lichtopstand richtte haar lamp naar het IJsselmeer en niet meer, zoals vóór 1932, richting Waddenzee. Sinds 1998 is deze toren een rijksmonument. Op 15 april 2009, na 124 jaar trouwe dienst werd het licht gedoofd. Als lichtbaken voor visserij en andere scheepvaart was de vuurtoren overbodig.

Controle bij nacht

Het beroep van lichtwachter op Wieringen was een serieuze zaak. De lichtwachter, of lampaansteker, kreeg een aanstelling van het Ministerie van Marine, meestal voor het leven of minstens tot de 65-jarige leeftijd. De instructieuit 1823 besloeg maar liefst 16 artikelen. Hoe laat en hoe lang het licht ontstoken moest zijn en lichtwachter eropuit moest voor controles: ‘ten minste drie maal de lange en twee maal in de korte nachten naar en in de lantaarn gaan om de pitten te snuyten en op te draayen, de glazen ruiten der lantaarns aan de binnen en buitenkant af te veegen’. Ook moest hij waken over de rijkseigendommen: ‘zorgen dat de olykist die bij hem aan huis staat … en het hekwerk rond het kleine vuur altijd goed gesloten wordt opdat niets uit hetzelve ontvreemd kan worden’.  Papierwerk hoorde er toen ook al bij: ‘bij afloop van elk quartaal des Jaars … nauwkeurige verantwoordingen van alle ontfangen, gebruikte en overblijfende Articulen de lijsten aan het Ministerie zal doen toekomen’.

Drie lampaanstekers Omis

Het beroep lichtwachter was vaak een familieaangelegenheid, zo laat de loopbaan van drie Wieringers met de achternaam Omis zien. Gerrit Omis, geboren in 1820, wordt in 1858 aangesteld als lichtwachter met een jaarwedde van 200 gulden. Op eigen verzoek werd hij op 1 juli 1888 eervol ontslagen, wegens meer dan 65-jarige leeftijd. Zijn (vermoedelijk) broer C. Omis, kwam als hulpwachter in dienst, eveneens in het jaar 1858. Hij volgde zijn broer Gerrit in 1888 op tot hoofdlichtwachter. De verdiensten werden beter, want in 1900, aan het eind van zijn loopbaan ontving hij een jaarwedde van 500 gulden. In 1900 trad weer een Gerrit Omis aan. Hij was tot 1929 de lampaansteker op Westerland, het jaar van de sloop van beide lichttorens.  Deze Gerrit stak ook de straatverlichting aan, en was molenaar. Zijn overlijdensbericht van 6 mei 1939 vermeldde zijn maatschappelijke status: Gepensioneerd Rijkslichtwachter.

Auteur: Anita Blijdorp.

Bronnen

Peter Kouwenhoven, Vuurtorens, lichtschepen en kapen, nautisch erfgoed van Nederland. Winco Publishing, 2010.
Cees Tijsen, ‘Vuurtorens op Wieringen‘, themanummer 6 van ‘Op de Hòògte, periodiek van Historische Vereniging Wieringen’, jrg.7, nr.3 (1995), pp.685-716 (i.s.m. de Nederlandse Vuurtorenvereniging).

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Waddenzee.

Publicatiedatum: 24/01/2012