Vuurtoren De Ven: een merkwaardig bouwsel

‘Een ruig bouwsel, dat niet fraai mag heten, maar dat ook nooit enige pretentie in die richting heeft gehad’.  Zo typeerde in 1963 een lokale courant de witgepleisterde vierkante vuurtoren De Ven. De toren was er slechts om nuttig te zijn voor de scheepvaart, maar onbedoeld is dat ruige bouwsel een zeer passend element in het vlakke West-Friese landschap.

Suydersee Baken

Tijdens de Gouden Eeuw was er op de belangrijke scheepvaartroute naar Amsterdam behoefte aan goed zichtbare herkenningspunten. In 1700 besluiten daarom de Staten van Holland en West-Friesland tot de oprichting van drie ‘Suydersee Vuur Bakens’: bij De Ven, op Marken en op het vuurtoreneiland nabij Durgerdam. Alleen de toren van Marken kreeg een kolenvuur, en daarmee méér licht. De Ven en het vuurtoreneiland moesten het doen met olielampen als torenlicht. Alleen bij De Ven is de originele bouwwijze van de vuurtoren nog af te lezen: een vierkante, bakstenen toren met op elke hoek, in een verticale lijn, uitspringende muurbekleding, zogenaamde hoeklisenen. De eerste steen werd gelegd op 1 juli 1700. De burgemeesters van Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik, ofwel het College van Pilotage, gaven de opdracht tot de bouw.

Merkwaardig bouwsel

In de driehonderd jaar van haar bestaan heeft de toren de nodige verbouwingen,  herstelwerken en aanpassingen meegemaakt. Een brand in 1819 waarbij de toren van binnen geheel uitbrandde. De bouw van een nieuw lichthuis met een Fresneloptiek. In 1839 werd dit, voor die tijd moderne licht voor het eerst ontstoken. Meer aanpassingen volgden, de lichtwachterswoning is tot drie keer toe op een andere plek naast de toren gebouwd. In 1963 dreigde voor even de sloop, er was een groot brok muur naar beneden gevallen, vlak voor de voeten van de toenmalige beheerder. De vuurtoren verkeerde in vervallen staat. Maar, zo pleitte monumentenzorg, ‘De Ven is een merkwaardig bouwsel, dat beslist niet in het landschap gemist kan worden’. Het Loodswezen stemde hiermee in en startte een grondige restauratie die in 1966 bekroond werd met de status van rijksmonument.

Herinneringssteen in vuurtoren De Ven, Oosterdijk, Enkhuizen.

Herinneringssteen in vuurtoren De Ven, Oosterdijk, Enkhuizen.Herinneringssteen in vuurtoren De Ven, Oosterdijk, Enkhuizen.

Zes gulden

De Ven heeft altijd een vuurtorenwachter gehad, een man die ‘s avonds moest zorgen dat het licht brandde en branden bleef en die het onderhoud had voor de installatie. Tussen 1880 en 1947 heeft de familie Koopen, bij de vuurtoren gewoond, nadat eerst al een oom op dezelfde plek vuurtorenwachter was geweest. Koopen senior verdiende rond de eeuwwisseling zes gulden in de week met zijn lichtwachterstaak. Voor de broodnodige verdiensten was hij ook boer, zeilmaker en vlettenbouwer. De zoon had er een fietsenwerkplaats bij. Het was een eenzaam bestaan daar op die koude, winderige Geldersche Hoek, een echte buitenpost, met in de buurt nog één gezin en iets verder een boerderij. Op sommige zomerse dagen was het geen pretje om buiten te zitten. Onnoemelijke aantallen IJsselmeermuggen maakten het leven vrijwel onmogelijk, het drinkwater was groen van de muggen. Koopen junior dacht er toen even aan om de toren te verlaten, maar is blijven zitten tot aan zijn pensionering in 1947. Geen IJsselmeermug kon hem toen meer van zijn stuk brengen.

Auteur: Anita Blijdorp.

Andijk, vuurtoren De Ven.

Andijk, vuurtoren De Ven.Andijk, vuurtoren De Ven.

Met dank aan: Chris Kistemaker, Vereniging Vrienden van Oud Andijk.

Bronnen

Jaarboek Vereniging Vrienden van Oud Andijk, jrg. 9 (1985), pp.46-50.
Peter Kouwenhoven, Vuurtorens, lichtschepen en kapen, nautisch erfgoed van Nederland. Winco Publishing, 2010.
Vuurtoren Vereniging Nederland.

Publicatiedatum: 26/01/2012