Vruchten van de zee (Velsen)

Achteraf is het niet meer dan logisch dat IJmuiden een vissershaven kreeg. Maar bij de bouw van de sluis en de pieren hield niemand daar nog rekening mee. De eerste initiatieven om van IJmuiden een vissersplaats te maken, kwamen niet van de plaatselijke, laat staan van de landelijke overheid. Die initiatieven kwamen van de zeevissers zelf. Van vissers die met hun platboomde zeilschepen bij slecht weer beschutting zochten tussen de pieren. Daar konden ze ook alvast wat vis verkopen. Van het een kwam het ander.

Het begon spontaan

Traditioneel was de negentiende-eeuwse zeevisserij verdeeld in twee sectoren. Enerzijds had je de ‘groote visscherij’ die met kielschepen vanuit de havensteden in het Maasmondgebied op haringvangst ging. Anderzijds waren er de ‘visschers van de zijde’. Die benaming had een wat geringschattende bijklank. Men duidde er de vissers van de kustplaatsen mee aan. Zij hadden daar geen havens en waren dus aangewezen op platboomde schepen die op het strand ‘geland’ konden worden. Die zogenaamde ‘bomschepen’ vond je in Kennemerland op de stranden bij Zandvoort en Wijk aan Zee. Met de bomschepen werd, in tegenstelling tot de kielschepen, ook dicht onder de kust gevist. Daarom waren het de kustvissers die als eersten de omarming van de pieren binnenvoeren bij slecht weer. Om weer uit te kunnen varen, hadden de vissers proviand nodig. Terwijl ze wachtten op beter weer, dronken ze graag een stevige borrel. Om drinkgelag en eten te kunnen betalen, moesten ze vis verkopen. Dit lokte vishandelaren aan. Zo ontstond de vissersplaats IJmuiden.

Vis bestemd voor export.

De vis, voor Engeland bestemd, wordt in kisten met ijs verpakt, dan per schuit naar Rotterdam vervoerd, daar overgeladen op de Holland-Engeland boten en zo naar Engeland geëxporteerd. I.828.2, Bik- en Arnoldkade.

Vis bestemd voor export.Vis bestemd voor export.

Een eigen haven

Na 1880 groeide de betekenis van IJmuiden als vissersplaats snel. Tot dat jaar verkochten de vissers hun waren aan kleine vishandelaren. Die maakten onderling prijsafspraken waar de vissers geen greep op hadden. In 1880 kwam de eerste particuliere visafslag van Reijer Visser bij diens café De Afslag aan de Kanaalstraat. Nu de handel groeide, kwamen de vissers niet meer uitsluitend bij slecht weer binnenvaren. De vishandel op het strand bij de kustplaatsen verhuisde meer en meer naar IJmuiden. In 1886 verscheen de tweede particuliere visafslag. In hetzelfde jaar bouwde de Rijksoverheid drie steigers aan het Zuider Buitenkanaal om de vissers de gelegenheid te geven hun vangst aan wal te brengen. Voor de omvang van de handel was het nog belangrijker dat in dat jaar tevens de spoorverbinding van IJmuiden met het achterland ontstond. Nu kon op meer plaatsen dan voorheen verse vis aangeboden worden. Daardoor groeide de klantenkring en nam de vraag naar verse zeevis toe. Meer en meer vissersschepen kwamen naar IJmuiden. Soms lagen er zoveel tussen de pieren dat de grote zeeschepen er last van kregen. Die situatie was onhoudbaar en daarom besloot de Rijksoverheid aan de voet van de zuidpier een vissershaven aan te leggen. In 1896 werd die in gebruik genomen.

De vissers kwamen en gingen

In 1899 waren er in IJmuiden vier particuliere visafslagen. Door onderlinge afspraken hadden die een grote greep op de prijsvorming en de afzetmarkten. De vissers konden daar niet veel aan doen. Die situatie veranderde toen de overheid in 1899 de Rijksvisafslag opende. Na een felle concurrentie met de particulieren won deze in 1902 het vertrouwen van de vissers. De Rijksvisafslag bood de vissers gunstiger tarieven en kredietfaciliteiten. Inmiddels namen stoomboten het vissen op zee over van de kleine zeilschepen. De meeste vissers konden zo’n schip niet betalen, daarom brak nu het tijdperk aan van de rederijen die meerdere schepen in de vaart hadden. De beroemdste IJmuidense reder in die dagen was C. Planteijdt. Bij zijn dood in 1907 was hij de eigenaar van verschillende rederijen die tezamen 28 schepen telden. Daaronder waren al 25 stoomtrawlers. IJmuiden was een vissersplaats geworden. Met ups en downs bloeide de visserij tot in de jaren dertig. De grote economische crisis in die jaren bracht de ondergang van vele rederijen teweeg. Na de Tweede Wereldoorlog herstelde de IJmuidense visserij voor een deel. In de loop van de jaren vijftig en zestig nam de betekenis van IJmuiden als vissersplaats snel af. Veel visserszonen gingen liever in de industrie werken. Katwijk, Scheveningen en Urk hadden inmiddels een veel grotere vloot dan IJmuiden. Daar wordt desalniettemin nog steeds een grote hoeveelheid vis aan wal gebracht en verhandeld. Voor de vishandel is IJmuiden nog steeds van nationale betekenis.

Bronnen

* J.P. van de Voort, Vissers van de Noordzee. Het Nederlandse visserijbedrijf in geschiedenis en volksleven (‘s-Gravenhage 1975).
 
* Theun de Vries, Dick Schaap en Siebe Rolle, Eene plaats van grooten omvang. 1876-1976, honderd jaar IJmuiden en het Noordzeekanaal (IJmuiden 1976).
 
* B. Weber, ‘Het ontstaan van de vissershaven te IJmuiden’, in: Noord-Holland. Tijdschrift gewijd aan de sociaal-culturele situatie in Noord-Holland (1964), pp. 269-274.
 
* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 05/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.