VOC

Op 20 maart 1602 is de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) opgericht. Het was de eerste ‘multinational’, met een eigen vloot, pakhuizen en kantoren in Europa, Azië en Afrika. De havensteden in West-Friesland speelden een grote rol in de geschiedenis van de (inter)nationale handelsvaart van Noord-Holland. Tijdens de zeventiende eeuw was de VOC erg succesvol, maar in de achttiende eeuw ging de handel achteruit, tot de compagnie rond 1795 vrijwel failliet was.

Verhalen

VOC-pakhuizen Onder de Boompjes

De herkenbare bakstenen panden met glooiende trapgevels aan Onder de Boompjes zijn stille getuigen uit de bedrijvige periode van de Gouden Eeuw.

>

VOC-Pakhuis Het Peperhuis

In de zestiende eeuw, aan de vooravond van de Gouden Eeuw, werd Enkhuizen een zeer belangrijke havenstad in het gewest Holland. In de stad verrezen grote panden van rijke handelaren, waaronder het Peperhuis.

>

Het Oost-Indisch Huis: de VOC in Hoorn

Al lang voor de Gouden Eeuw was Hoorn een belangrijke handelsstad. De inwoners van de stad waren actief in de haringvisserij, de Oostzeehandel en de handel op Frankrijk en Portugal.

>

De Drommedaris waakt over Enkhuizen

Al sinds 1540 waakt de Drommedaris over Enkhuizen, haar haven en de Zuiderzee. De oude gevangenis aan de Paktuinen is tegenwoordig een cultureel centrum.

>

De Oosterhaven: spil van Medemblik

De welvaart van Medemblik is door de eeuwen heen altijd gekoppeld geweest aan het water, handel en de zeevaart. De Oosterhaven werd niet alleen de economische spil van Medemblik, maar ook een onmisbaar stadsgezicht.

>

Vernieuwde Bezoekerscentrum Varend Erfgoed

Het Centrum Varend Erfgoed in Hoorn is het trefpunt voor liefhebbers van maritieme historie. Hoorn is de thuishaven van zo’n vijfentwintig historische bedrijfsschepen, waaronder een fraaie collectie varende monumenten.

>

Door de Straat Le Maire en langs Kaap Hoorn

"Als over Hooren blies de faem haer gulden horen, hoe Schouten d'aerden-kloot op nieus was omgegaen, niet als meer and're, door de Straet van Magellaen, Maer d'engte van le Maire, zoo niemand dee te voren", schreef Joost van Vondel in zijn klinkdicht (sonnet) over 'de wonderlyke reyse vanden Hoornschen Meyr-man' Willem Cornelisz. Schouten. Deze Hoornse zeeman heeft aan het begin van de zeventiende eeuw meerdere reizen naar Zuidoost-Azië gemaakt en ontdekte, samen met Jacob Le Maire, zoon van de Amsterdamse koopman Isaac Le Maire, de Straat Le Maire en Kaap Hoorn in de zoektocht naar een nieuwe westelijke route naar Indië; een enerverende reis. Maar wie mag met de eer strijken? Le Maire of Schouten?

>