Vondels droeve laatste jaren

De ´Prins der dichters´, dat is de bijnaam van de grote Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel. Zijn oeuvre bestaat uit meer dan 33 treurspelen, leer-, lof- en hekeldichten en vertalingen van klassieke literatuur. De laatste jaren van het rijke leven van de schrijver die ook nog handelde in zijde, zullen niet al te prettig zijn geweest. Zijn zoon, Joost junior, moet Van den Vondel flink wat rimpels en grijze haren hebben bezorgd. In ieder geval brachten de problemen van zijn enige mannelijke nageslacht Joost senior aan de rand van de financiële afgrond.

Portret van Joost van den Vondel door Philips Koninck, 1665

Beeld: Wikimedia Commons

Portret van Joost van den Vondel door Philips Koninck, 1665Portret van Joost van den Vondel door Philips Koninck, 1665

Dat Joost junior zijn vader flinke problemen bezorgde was al bekend, maar recent dook in het Stadsarchief Amsterdam een nieuwe getuigenverklaring uit 1655 op met meer details. De verklaring werd gedaan op verzoek van Baertgen Hooft. Zij was de ex-vrouw van Vondels zoon. De jongere Joost had de zijdehandel van zijn vader overgenomen, maar de zaken gingen al snel bergafwaarts. Dit had te maken met de Engelse Scheepvaartwetten en de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog, maar ook met de onbekwaamheid van Joost junior. Ook privé was zijn gedrag niet om over naar huis te schrijven. Daarom vroeg Baertgen kleermakersgast Arent Harmens en haar voormalige dienstmaagd Annetje Jans om een verklaring af te leggen bij een notaris in de Kalverstraat.

Onbehoorlijk

Zij verklaarden dat Joost junior nogal onbehoorlijk kon zijn. Hij schold zijn vrouw in het bijzijn van alle buren uit voor hoer en bedreigde haar met alle mogelijke wapens die hij maar te pakken kreeg, van messen tot tangen en brandhout. Op een nacht, toen Baertgen in bed lag, kwam Vondel en zette zijn duim zo op haar strot ‘dat het swarte bloet uijt haar keel sprongh’. Ze klopte op het bed en waarschuwde zo haar dienstmeiden, die binnenstormden om haar te bevrijden. Na het incident zou Joost junior zelf aan de andere getuige, Arent, hebben gevraagd om ’s nachts in hun huis te blijven. Zo wilde Van den Vondel beletten dat hij zijn vrouw zou vermoorden. Opnieuw liep het uit de hand tussen de twee echtelieden. Kleermakersgast Arent vertelde de notaris dat Baertgen het zonder hem niet overleefd zou hebben.

In een vertrekt zit Joost van den Vondel peinzend op een stoel. Zijn dochter staat naast hem en raakt zijn schouder aan. Johann Heinrich Maria Hubert Rennefeld, naar Hendrik Albert van Trigt, 1845 – 1877.

Beeld: Rijksstudio

In een vertrekt zit Joost van den Vondel peinzend op een stoel. Zijn dochter staat naast hem en raakt zijn schouder aan. Johann Heinrich Maria Hubert Rennefeld, naar Hendrik Albert van Trigt, 1845 – 1877.In een vertrekt zit Joost van den Vondel peinzend op een stoel. Zijn dochter staat naast hem en raakt zijn schouder aan. Johann Heinrich Maria Hubert Rennefeld, naar Hendrik Albert van Trigt, 1845 – 1877.

Niet zuiver op de graad

Waarom gedroeg Joost junior zich zo gewelddadig tegen zijn vrouw? In ieder geval was duidelijk dat zij ook niet altijd even zuiver op de graad was geweest. Ze was een spilzieke vrouw met wie Joost senior en zijn dochter Anna niet goed overweg konden. Ook leek Baertgen niet altijd even trouw te zijn aan Joost. Toen alles uit de hand liep tussen de echtelieden vluchtte de vrouw naar haar neef, Hillebrant Arentsz Sobbe. Hij was er ook bij in het notariskantoor om het slechte gedrag van Joost junior te onderschrijven en werd gemachtigd om Baertgens zaken af te handelen. Toen Hillebrant en Joost elkaar in 1657 tegen het lijf liepen trok Van den Vondel Sobbe schuimbekkend aan zijn jas en dreigde hij hem te vermoorden. Hij verweet Hillebrant dat hij het bed met Baertgen deelde. Al tijdens hun huwelijk beschuldigde Joost zijn vrouw van bedrog.

Gedenkteken geplaatst boven het graf van Joost van den Vondel, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Reinier Vinkeles, naar Cornelis Ploos van Amstel, Anthony Ziesenis, 1772

Beeld: Rijksstudio

Gedenkteken geplaatst boven het graf van Joost van den Vondel, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Reinier Vinkeles, naar Cornelis Ploos van Amstel, Anthony Ziesenis, 1772Gedenkteken geplaatst boven het graf van Joost van den Vondel, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Reinier Vinkeles, naar Cornelis Ploos van Amstel, Anthony Ziesenis, 1772

Treurig einde

Uiteindelijk was de maat vol en werd Joost junior op verzoek van zijn vader in 1659 verbannen naar Oost-Indië. Tijdens de reis stierf hij en verdween zijn lichaam in de golven. Ook de zijdehandel van de Van den Vondels was failliet gegaan. Vader en zoon probeerden nog te redden wat er te redden viel. Uiteindelijk bleef de oude dichter alleen over, al zijn kinderen overleden. De schulden van Joost junior bleven hem zijn leven lang achtervolgen. De laatste jaren van zijn leven moest de oude dichter zelfs al zijn boeken verkopen om zijn eigen begrafenis te kunnen betalen. Zijn laatste gedicht was zijn grafschrift:

Hier leit Vondel zonder rouw

Hy is gestorven van de kouw

Publicatiedatum: 18/01/2017