VOC-Pakhuis Het Peperhuis

In de zestiende eeuw, aan de vooravond van de Gouden Eeuw, werd Enkhuizen een zeer belangrijke havenstad in het gewest Holland. In de stad verrezen grote panden van rijke handelaren, waaronder het Peperhuis.

De Verenigde Oostindische Compagnie werd in 1602 opgericht en Enkhuizen kreeg een eigen ‘kamer’, een regionale afdeling van deze enorme handelsonderneming. Tijdens deze welvarende periode liet de rijke koopman Pieter van Beresteyn een groot pand bouwen aan de haven: het Peperhuis.

Het bouwwerk van Van Beresteyn werd als pakhuis, kantoor én woonhuis in gebruik genomen. Het was in de Gouden Eeuw gebruikelijk dat koopmannen hun pakhuizen zo indeelden, dat het meerdere functies had. Van Beresteyn bewoonde het voorste deel van het complex aan de Wierdijk. Opvallend is dat de dubbele trapgevel hellend is. Dit is waarschijnlijk opzettelijk zo ontworpen, zodat goederen gemakkelijk naar de pakzolders konden worden getakeld.

Maarten Oortwijn, Het Peperhuis aan de Wierdijk met het Staverspoortje te Enkhuizen, ca. 1970-1990. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Op de middelste gevelsteen van het Peperhuis is een afbeelding van de haringvisserij aangebracht met het economisch gezegde ”De kost gaet voor de baet uyt”. Het betekent dat je eerst moet investeren voordat je winst kan maken. Sinds de Gouden Eeuw is dit gezegde verankerd in de Nederlandse taal.

Door de tijd heen wisselde het pand van eigenaar en functie, maar de naam die het nu draagt stamt uit de achttiende eeuw. Toen werd het Peperhuis door de VOC gebruikt als opslagzolder voor peper en andere specerijen uit ‘de Oost’. Het pakhuis was toen een bedrijvige plaats, waar de pakhuismeester, knechten en controleurs in en uit liepen. Op de gevel aan de Oosterhaven is het monogram van de Enkhuizer VOC-kamer nog te zien.

Het Peperhuis anno nu. Via Enkhuizen Boeit.

Na het faillissement van de VOC kwam het pand in het bezit van de marine en werden er materialen opgeslagen. Ondank het economisch verval van Enkhuizen tijdens de achttiende en negentiende eeuw bleef het pand vanaf 1826 overeind als kaaspakhuis. In 1913 werd het Peperhuis opnieuw verkocht en werden er zaaizaden opgeslagen, tot het pand in december 1947 werd overgedragen aan het Zuiderzeemuseum. Tot op de dag van vandaag is het Peperhuis in bezit van het museum en wordt het gebruikt als vergader- en feestlocatie. Er is het nodige restauratiewerk gedaan wat heeft geresulteerd in een sfeervol bewaard handelspand uit de Gouden Eeuw.

Dit verhaal is onderdeel van het thema Goudkust: verhalen over sporen van de Gouden Eeuw aan de West-Friese kust. Bekijk hier alle verhalen binnen dit thema.