Verder dan Friesland

Het idee dat de Friezen alleen in Friesland woonden en wonen, berust op een misvatting. 'Friezen' was een algemene aanduiding voor bewoners van het Noordwestelijke Nederlandse kustgebied. Hun leefgebied was sterk wisselend in grootte en belang. Ook in Noord-Holland is er antiek Fries aardewerk gevonden.

Vroeg Fries aardewerk.

Vroeg Fries aardewerk.Vroeg Fries aardewerk.

Van ‘Frisia’ naar Friesland

Friezen in de prehistorie gebruikten geen schrift en hebben ons niets na kunnen laten anders dan de resten van hun nederzettingen en hun afval. De Romeinen noemden de ‘Frisii’ voor het eerst. Hun woongebied werd als ‘Frisia’ aangeduid. De Romeinen onderscheidden wel twee aparte groepen: de Frisii Maiores (belangrijker Friezen) en de Frisii Minores (onbelangrijker Friezen). Toen ook in Nederland de Renaissance was aangebroken en men de oude Latijnse teksten weer ging lezen, leek het voor de hand te liggen dat de belangrijker Friezen dus wel in het huidige Friesland gewoond zouden hebben en dat West-Friesland dus het gebied moet zijn geweest dat minder belangrijk werd geacht. Dit blijkt zeker niet zonder meer vanzelfsprekend te zijn.

Wanneer spreek je van een volk?

Voor de archeologen van honderd jaar geleden was deze vraag een stuk makkelijker te beantwoorden omdat er toen al snel in mensenrassen werd gedacht, ieder met zijn eigenschappen, cultuur, gedachtegoed, grafritueel en dergelijke. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het lange tijd taboe geweest om in rassen en stammen te denken, maar tegenwoordig komen we daar enigszins en meer genuanceerd op terug. Belangrijk is in ieder geval dat een consequent patroon in levenswijze en culturele uiting binnen een bepaald gebied een leidraad is om een groep mensen uit een zekere periode het stempel ‘volk’ te geven.

Stamouders van de Friezen

Hoogstwaarschijnlijk zijn dat de eerste bewoners van het steeds verder aanslibbende en droogvallende noordelijke kweldergebied de stamvaders en -moeders geweest van het volk dat door de Romeinen ‘Frisii’ (Friezen) werd genoemd. Als we kijken naar wat ze het meest hebben nagelaten, het Friese aardewerk, dan beginnen de Friezen al in de achtste eeuw v. Chr. met een eigen soort aardewerk: lange randen en een scherpe overgang naar de rest van de pot. De vorm van de pot verandert door de eeuwen, maar die aparte overgang van rand naar schouder van de pot blijft aanwezig en zou je het ‘watermerk’ van Fries aardewerk kunnen noemen. Interessant is dat ook in Noord-Holland op verschillende plaatsen, waaronder op Texel en in Alkmaar, al heel vroeg ‘Fries’ aardewerk is gevonden.

Overwinning van het servies

In de vierde eeuw v. Chr. zien we dat het Friese aardewerk steeds verder naar het zuiden wordt gebruikt, zelfs in het huidige Zuid-Holland. Aan de andere kant zien we ook in die periode dat aardewerkvormen uit Zuid-Holland ver naar het noorden gevonden worden, in onder andere Schagen. Tot dan is er bovendien ook nog sprake van ‘typisch’ Noord-Hollands aardewerk of servies. Al deze culturele invloeden en aardwerkvormen werken op elkaar in en het resultaat in de eerste twee eeuwen vóór de jaartelling was vaak een slap aftreksel van wat ooit de bedoeling is geweest. Dit gold niet voor het Friese servies, dat hieruit als winnaar tevoorschijn komt.

Als de Romeinen zich in het jaar 16 n. Chr. bij Velsen in onze provincie nestelen, doen ze dat aan de rand van het Friese gebied. Zijn alle inwoners van dat gebied dan ook geboren Friezen? Waarschijnlijk niet, maar ze hebben wel het culturele patroon overgenomen van de sterkste cultuur binnen het gebied: de Friese.

Auteur: Frans Diederik

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 06/10/2011