Van burenplicht tot begrafenisvereniging De Laatste Eer

Op Wieringen kende men, voor de oprichting van de Rouwkoetsvereniging Westerland rond 1920, de burenplicht. Hoe sober ook, het medeleven van de eilandbewoners bij teraardebestellingen was door de eeuwen heen een ontroerend schouwspel. Het waren allen rouwdragenden: de buurman, die met zijn boerenwagen en paard het lijk vervoerde en de buren die achter de wagen liepen. Zo volbrachten zij hun 'burenplicht' en bewezen hem of haar, die ze van nabij hadden gekend, diep bedroefd de laatste eer.

Ieder wist hoe ver zijn buurt strekte, waar hij die plicht had te vervullen. Dat was een ongeschreven wet, wat ook gold voor het afleggen, omzeggen, grafgraven en klokluiden. De burenplicht was goed geregeld, buren hielpen waar nodig en op het geloof werd niet gelet, al waren er ook wel eens grote problemen. Die hadden bijvoorbeeld te maken met het besmettingsgevaar rond 1918, de jaren van de Spaanse griep of met onenigheid binnen de familie.

Kentering

Rond 1900 kwam er een kentering in deze eeuwenoude traditie. Dat kwam door verschillende oorzaken. De visserij werd drukker, evenals andere bedrijvigheid op het eiland en daardoor werd de beschikbare tijd minder. Voor het aan- en omzeggen werden steeds meer dezelfde personen gevraagd die in het geheel geen buren waren, maar die deze taak naar behoren vervulden en ervoor betaald werden. De beheerders van de begraafplaatsen stelden soms vaste doodgravers aan, zodat zij meer invloed konden uitoefenen op het ordelijk houden van de dodenakkers. En er waren mensen die aan een begrafenis een centje bij konden verdienen, door onder andere hun paard en wagen te verhuren.

Nieuwkomers

Zo raakte de burenplicht meer en meer op de achtergrond. Bovendien vestigden zich tijdens de uitvoering van de Zuiderzeewerken tal van ‘vreemdelingen’ tussen de Wieringers. Zij hadden andere ideeën over burenplicht en brachten hun eigen gewoonten mee. Ook schoot de burenplicht, door de sociale nood waarin zo velen kwamen te verkeren, soms te kort. De kwijnende burenhulp en de rommeliger uitvoering van de begrafenissen bewogen enkele Wieringers ertoe een begrafenisvereniging in het leven te roepen. Al ging dat niet helemaal van harte, zo verdween de burenplicht langzaam maar zeker en uiteindelijk ging dit stukje Wieringer volkscultuur verloren. Toch zal niemand naar de oude toestand terugverlangen.

Jacob Mooi, 1891-1954, doodgraver en nog veel meer op Wieringen. De foto moet, gezien de nummerbordjes, zijn gemaakt kort voor de opening van de begraafplaats Zandburen in 1939.

Jacob Mooi

Op de foto staat Jacob Mooi (ook geschreven als Mooy of Mooij). Jaap was uitvaartverzorger, opzichter van de gemeentelijke begraafplaatsen, vicevoorzitter van de begrafenisvereniging, reed de rouwkoets, werd de chauffeur van de eerste rouwauto en onderhield diverse graven. Hij is hier al in dienst bij de Rouwkoetsvereniging Westerland, wat later de begrafenisvereniging De Laatste Eer werd. In 1954, toen Mooi overleed, werd zijn taak overgenomen door Katrinus Hille. In 1981 nam Hille wegens gezondheidsredenen op 68-jarige leeftijd afscheid van de vereniging. Hans Mereboer werd zijn opvolger.

Herinneringen

Gerrit Voos uit Zandburen-Hippolytushoef heeft de volgende herinneringen aan Jacob Mooi. Jaap werkte voor de Co-op en bracht op Wieringen met paard en wagen kruidenierswaren rond. Hij was een zeer gezien man. Zijn woning stond even buiten Hippolytushoef, aan de Gemeenelandsweg. Tot voor kort was daar nog een bushalte die nog steeds zijn naam droeg: ‘Mooi’. En naast zijn dagelijkse werkzaamheden was Jaap natuurlijk ook voorman en aanzegger bij de begrafenisvereniging.

Zwarte koets met pluimen

Ik kan mij nog herinneren hoe ik hem als kind van ongeveer vijf jaar in deze functie aan het werk heb gezien en dat maakte op mij een diepe indruk. Het was op 25 oktober 1947 bij de begrafenis van Geertje Lont-Tijsen, van de Hofweg. Mijn vader en moeder gingen als oude buren naar die begrafenis en ze hadden mij zo lang bij de familie Van Boven gebracht in de oude kaasfabriek op Stroe. Ik was samen met hen in de keuken, die leeg was omdat er door henzelf zeil werd gelegd. Ik stond voor het raam en zag voor het eerst in mijn leven een begrafenisstoet. Een grote zwarte koets met pluimen, lampen en een zwart kleed. Ervoor een zwart paard met eveneens een zwart kleed eroverheen en een pluim op het hoofdstel. Jaap Mooi liep ervoor met lange zwarte jas en hoge hoed en erachter liep een stoet van mensen, ook allemaal in het zwart gekleed, op weg naar de begraafplaats op Stroe.

Bij de kapper

Jaren later zat ik bij kapper Piet van Dijk aan de ronde tafel op mijn beurt te wachten en las De Lach en Panorama. Het was er nogal druk en er werden moppen en sterke verhalen verteld. Een van de mannen vroeg aan Jaap die ook zat te wachten: “Maar Jaap, wie moet jou nou begraven als je aan de beurt komt?” Waarop Jaap antwoordde: “Dat zien ze dan maar!” Voorjaar 1954 was het zover: Jaap overleed op 63-jarige leeftijd.

Jacob Mooi, van beroep broodbakker, zoon van Pieter Mooi (arbeider) en Jannetje Kaan, trouwde op 5 mei 1915 te Wieringen met Geertje Wiegman (1893-1973), dochter van Jan Wiegman (arbeider) en Aaltje Breet en overleed op 7 april 1954.

Auteur: Gea Klein-Hamming

Wil je meer leren over de geschiedenis van Wieringen? In het Wieringer Eilandmuseum Jan Lont is veel te zien over het leven en werken van de vroegere eilandbewoners.

Publicatiedatum: 18/07/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.