Trein met Rotterdamse dwangarbeiders op station van Haarlem

Op zaterdag 11 november 1944 kwam een lange trein met goederenwagons tot stilstand bij het station aan de Westergracht.

Truus Teunissen uit de Allanstraat was die middag met een vriendinnetje in de buurt. “En toen zagen we … langs het spoorwegemplacement die lange, lange, heel lange trein met allemaal mannen d’r in.” Die mannen kwamen uit Rotterdam en Schiedam. Ze waren opgepakt bij een grote razzia en werden afgevoerd naar Duitsland. Daar zouden ze gaan werken in het kader van de ‘Arbeitseinsatz’. Maar voor een paar honderd van hen ging de reis niet verder dan tot Haarlem. In dat weekend vonden enige acties plaats waarover in Haarlem en omgeving nog lang werd nagesproken.

Razzia in Rotterdam en Schiedam

De grote razzia in Rotterdam en Schiedam duurde twee dagen. Achtduizend Duitse militairen hadden in de nacht van 10 november beide aan elkaar grenzende steden omsingeld. Ongeveer 50.000 mannen, in leeftijd tussen 17 en 40 jaar oud, werden bijeengedreven en als dwangarbeider afgevoerd naar Duitsland. Bijna 10.000 van hen maakten die reis in goederentreinen, met haast niets te eten en onder erbarmelijke hygiënische omstandigheden. De treinen reden niet snel en stopten vaak. Soms omdat er sabotage was gepleegd door het verzet, soms omdat geallieerde vliegtuigen de spoorlijnen bombardeerden. Dan moest er gewacht worden op herstel. Op zaterdag stopte een trein bij het goederenstation Westergracht omdat het Haarlemse verzet de spoorlijn onklaar had gemaakt bij het viaduct over de Zijlweg. Het verzet wist namelijk dat de trein eraan kwam en wilde proberen zoveel mogelijk mannen te laten vluchten.

Meerdere treinen

Het nieuws dat de trein met dwangarbeiders stilstond verspreidde zich als een lopend vuurtje over stad en omgeving. Talloze Haarlemmers wilden wat doen. In recordtijd werd voedsel ingezameld, maar ook tabak, sigaretten, schrijfgerei en nog veel meer. Omdat er zoveel herinneringen aan deze episode bekend zijn en omdat die niet altijd met elkaar overeenstemmen, valt het niet mee de toedracht te ontrafelen. Zeker is dat er op zaterdag 11 november een trein stond bij het goederenstation bij de Westergracht, maar waarschijnlijk stond daar ook één op zondag. Een andere foto toont een trein met Rotterdammers op het station van Haarlem, misschien één van de twee, misschien een andere. Het spoor was zaterdag gerepareerd. Bij station Westergracht verloren de bewakers (Duitsers en Haarlemse politiemensen) op zaterdag al snel het overzicht. Er gebeurde van alles. Georganiseerd zowel als ongeorganiseerd.

Trein op het station.

Trein op het station.

Ontsnappingen

De mannen mochten uitstappen om een luchtje te scheppen. Al meteen namen enigen van hen de benen. Duitsers schoten met mitrailleurs. Haarlemse toeschouwers waren ervan overtuigd dat daarbij slachtoffers vielen, maar dat blijkt achteraf niet te kloppen. Toch is een dwangarbeider doodgeschoten. De toedracht is niet duidelijk. Hij behoorde tot een groep zieken die ter verpleging in een loods bij het station lag. Doordat het toezicht zo slecht georganiseerd was, vonden nog meer ontsnappingen plaats. Een Rotterdammer nam een Haarlems meisje, dat bij de voedseluitdeling betrokken was, aan de arm en wandelde weg, als ware hij haar verloofde. Een bakker die brood bracht met zijn kar nam in de leeggekomen laadruimte een man mee en fietste er rustig mee weg. Verzetslieden uit Bloemendaal kwamen aanzetten met mensen van het Rode Kruis, vergezeld van een arts, en wisten van de bewakers gedaan te krijgen dat ze enige tientallen zogenaamd zieke mannen mochten meenemen. Sommigen konden meteen onderduiken bij particulieren, anderen werden ondergebracht in Van Ouds het Raadhuis. Dat deed in die maanden dienst als noodhospitaal, maar het personeel daar werkte samen met het verzet. Met enig kunst- en vliegwerk kwamen al deze Rotterdammers uiteindelijk weer thuis terecht.

Ontsnapping in twee fasen

Het Haarlemse verzet was betrokken bij een spectaculaire ontsnapping. Die ging in twee fasen. Over fase één spreken de bronnen, herinneringen van Haarlemmers, elkaar tegen. In elk geval is een groep van meer dan zestig man van de trein gehaald omdat ze een besmettelijke ziekte zouden hebben. Volgens de ene bron zou dat op zaterdag zijn gedaan door leden van de Raad van Verzet waarvan iemand zich voordeed als arts. Volgens een andere bron vond een dergelijke actie plaats op zondag en was georganiseerd door medewerkers van het Haarlemse voedselbureau. Hoe dan ook, die mannen werden opgenomen in het Haarlemse noodhospitaal Bethesda Sarepta aan de Hazepaterslaan. Ze werden daar bewaakt door Duitsers. Bij fase twee van de ontsnapping waren leden van de Politieknokploeg betrokken. Op 30 november gingen vier leden van die knokploeg naar het noodhospitaal. Ze ‘identificeerden’ zich als Duitse agenten van de Sicherheitsdienst en gaven het commando dat de zogenaamde zieken moesten aantreden voor vertrek. Buiten werden de Rotterdammers opgewacht door nog een aantal verzetslieden en met fietsen afgevoerd naar onderduikadressen. In de daarop volgende dagen wisten die mannen hun weg naar Rotterdam terug te vinden.

Twee oorkonden

Aan deze geslaagde acties herinnert een tweetal oorkonden. Ze zijn beide afkomstig van dankbare Rotterdammers. Eén oorkonde is na de oorlog aangeboden aan Haarlemse verzetslieden en maakt nu deel uit van de collectie van de Stichting Haarlems Verzetsmuseum. Waar en wanneer de aanbieding plaatsvond, is niet bekend. De andere oorkonde is op donderdag 8 augustus 1946 gepresenteerd aan het Haarlemse gemeentebestuur. Daarmee dankten honderdvijftig Rotterdammers de Haarlemse bevolking voor hun medeleven. Hij hangt in het stadhuis op de verdieping boven de oostelijke kloostergang.

Bronnen

* W.G.M. Cerutti, Het stadhuis van Haarlem. Hart van de stad (Haarlem 2001), pp. 467-469.
* Ronald Frisart (red.), Kennemerland hongert naar zijn bevrijding (Haarlem 1985), pp. 84-85.
* G.E. Hartendorf, Politieverzet in Haarlem tijdens de Tweede Wereldoorlog (2de druk, Haarlem 1995), pp. 167-170.
* B.A. Sijes, De razzia van Rotterdam : 10-11 november 1944 (‘s-Gravenhage 1951).

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 12/01/2011