Herinneringen van naoorlogse walvisvaarders

Als scholier werkte Anne-Goaitske Breteler in een voormalig walvisvaarderscafé, waar ze gefascineerd raakte door het recente walvisvaartverleden. Een verleden waaraan tegenwoordig niet graag meer wordt gedacht, terwijl de walvisvaart tijdens de wederopbouw een trotse bijdrage leverde aan de Nederlandse economie en identiteit.

Lees volgende verhaal

Walvisvaarders uit De Rijp

Vanaf de 17e eeuw begon Nederland met de commerciële walvisvaart. Vooral De Rijp was actief in de walvisvaart van 1645 tot 1798. Teruglopende opbrengsten uit de haringvisserij aan het eind van de 17de eeuw stimuleerden daar de overgang naar de walvisvaart. De aanvankelijke bijdrage vanuit De Rijp was relatief hoog: enkele tientallen walvisvaarders. Dit was meer dan 10% van het Nederlandse totaal. Dit aantal liep geleidelijk terug omdat de Noord-Atlantische walvispopulatie sterk afnam. Aan het eind van de 18de eeuw werden er vanuit De Rijp nog maar zelden meer dan vijf schepen uitgerust.

Harpoeneren van de walvis, ca. 1725, Adolf van der Laan, naar Sieuwert van der Meulen, 1720 – 1730. Beeld: Rijksmuseum

Naoorlogse walvisvaart

Het Nederlandse aandeel in de walvisvaart liep in de loop van de 20e eeuw terug naar vrijwel nihil. Daardoor miste Nederland de ontwikkeling naar de zogenaamde pelagische walvisvaart, waarbij de jacht op en vangst en verwerking van walvissen op volle zee wordt uitgevoerd door een vloot van schepen. Door de Tweede Wereldoorlog was er een schaarste ontstaan aan oliën en vetten. Daarom werd in 1946 de Nederlandsche Maatschappij voor de Walvischvaart (NMW) opgericht, die zich met het aangekocht walvisfabrieksschip Willem Barendsz en enkele vangschepen op de pelagische walvisvaart richtte. Tussen 1946 en 1964 voerde de NMW achttien expedities uit naar de wateren rond de Zuidpool.

De laatste Nederlandse walvisvaarder “Willem Barendsz” in de Noordersluis te IJmuiden op weg naar Amsterdam. Beeld: Noord-Hollands Archief, fotocollectie De Boer

De traanjagers

De Friese Breteler bezocht voor haar boek De traanjagers een handvol naoorlogse walvisvaarders thuis en beschrijft de herinneringen die zij nog op hoge leeftijd hebben. De sfeer aan boord, de achtergronden en motieven van de vaarders, en de avonturen in de havens die onderweg werden aangedaan passeren de revue, evenals de jacht zelf. Talrijke foto’s uit die tijd illustreren haar verhaal.

Herinnering van een walvisvaarder

Hier volgt een fragment uit De traanjagers. Herinneringen van naoorlogse walvisvaarders:

‘De walvisvaart bracht Wieb vanzelfsprekend naar onbekende verre landen. Dichterbij huis werden ook de provinciegrenzen voor het eerst overschreden. Hij vertelt dat hij voor de keuring niet naar Groningen moest, zoals Durk [een andere oud-walvisvaarder], maar dat hij in Amsterdam werd verwacht. De bemanning werd door scheepsarts Teljer gekeurd in het hospitaal aan boord van de Willem Barendsz.

Het bewijs van vaccinatie, getekend door scheepsarts Dokter N.J. Teljer. Beeld: De traanjagers, Anne-Goaitske Breteler

De toekomstige walvisvaarders huurden een taxi die hen op de dag van de keuring afzette in de hoofdstad. Speciaal voor die gelegenheid trokken zij hun zondagse kleren aan.

Wieb heeft het fotoboek erbij gepakt en toont een foto van zichzelf. Met één hand in de zak en in de andere een sigaretje poseert hij in pak staande voor het schip.

Wieb (rechts) en een vriend, net voor het aanmonsteren op het schip. Beeld: De traanjagers, Anne-Goaitske Breteler

Hij en zijn kameraden waren diep onder de indruk van de kolossale omvang van de nieuwe Willem Barendsz. Als ik in mijn naïviteit vraag of ze na de keuring direct weer met de taxi naar Friesland teruggingen, grijnst Wieb. De afloop van de keuring werd met een pilsje of iets sterkers goed gevierd in de Amsterdamse binnenstad.

Na ongeveer twee weken ontvingen de walvisvaarders een oproep thuis. De rederij verwachtte haar bemanning binnen een paar dagen opnieuw in de hoofdstad. Het schip, dat nog in het dok lag, moest vaarklaar gemaakt worden.

Onwennig staan de nieuwe walvisvaarders op het dek van de Willem Barendsz, een paar dagen voor vertrek. Beeld: De traanjagers, Anne-Goaitske Breteler

Ik vraag hoe het afscheid van de familie plaatsvond en of iedereen meeging naar de Amsterdamse haven om de walvisvaarders uit te zwaaien. Nu lacht Anneke. ‘Nee nee, dat wilden ze echt niet.Huilende moeders en meisjes aan de kade waren niet goed voor het imago van de jonge mannen.

Wieb en Anneke zitten naast elkaar op het tuinbankje. Ze vertellen dat ze drie maanden verkering hadden toen hij aanmonsterde op zijn eerste reis in 1956. Vier walvisvaarten later hield Wieb het als walvisvaarder voor gezien; Anneke vond het genoeg geweest. Hij verloofde zich met haar in 1962 en het stel trouwde het jaar daarop.

Anneke geeft toe dat ze Wieb keer op keer heel erg miste, maar dat ze hem het avontuur zo gunde. Als ik ze zo samen zie zitten, stel ik me voor hoe dat afscheid iedere keer moet zijn gegaan. Wieb, die zijn koffer en plunjezak in de taxi zette en vervolgens afscheid nam van zijn vader, moeder, broer, zus en Anneke. Daarna haalden ze waarschijnlijk de andere zenuwachtige jonge mannen op en ging het overvolle taxibusje via de Afsluitdijk op weg naar Amsterdam.

Wieb en Anneke bij het weerzien na een van de walvisvaarten. Beeld: De traanjagers, Anne-Goaitske Breteler

Wieb vertelt verder over de twee à drie dagen voor vertrek. Het schip was de bijna aangemonsterde bemanning ondertussen al bekend geworden van de eerdere keuring. De koffers en plunjezakken werden vanuit de taxi aan boord van het schip gesjouwd. Er werd verwacht van de walvisvaarders dat ze hard en efficiënt werkten. Volgens Wieb leerden ze dat meteen de eerste twee dagen voor de afvaart in Amsterdam. Ook al hadden hun taken toen nog weinig van doen met de toekomstige verwerking van de walvissen, toch hadden de mannen werk van ’s ochtends vroeg tot ’s middags rond een uur of vier. Zo werd er proviand opgeslagen en moest het gereedschap voor de vangst worden klaargemaakt.

Vanaf een uur of vier bestelden de walvisvaarders tijdens deze twee dagen weer een taxi. Ditmaal was de aan- en afvoer route veel korter: vanaf de Amsterdamse haven werden de walvisvaarders in hartje Amsterdam afgezet. Daar konden ze nog even genieten van alles wat ze daarna voor langere tijd zouden moeten missen.

Een van de hutten waar Wieb (rechts) tijdens zijn reizen verbleef. Beeld: De traanjagers, Anne-Goaitske Breteler

Wieb grijnst weer. ‘Onvergetelijke avonden,’ zo verwoordt hij die twee nachten voor het echte vertrek. Met een groepje Friese walvisvaarders maakten ze een kroegentocht. Een van de wat oudere walvisvaarder had de functie van penningmeester toebedeeld gekregen – er was iemand nodig die moest zeggen wanneer het geld op was. Op een van die avonden had penningmeester Kees aangegeven dat er niets meer uitgegeven kon worden. Wieb kwam met een oplossing: ‘Kijk Kees, hier heb je een mooie koperen ketel.’ Hij had het ding in een kroeg gevonden en wilde het in een ander café weer inwisselen voor nog een paar pilsjes. Helaas werd onderweg de ketel uit zijn arm weggerukt. Voordat de dief zich uit de voeten maakte, ontving Wieb nog een klap tegen zijn hoofd.

Een groepje walvisvaarders is druk in overleg, terwijl er nog op Nederlands water wordt gevaren. Beeld: De traanjagers, Anne-Goaitske Breteler

De kater moest op de koop toe worden genomen, want om half zeven werd het ontbijt geserveerd, zodat de mannen om half acht weer aan het werk konden. De Amsterdamse haven werd ingewisseld voor die van IJmuiden. Daar werd de brandstof voor de volgende twintig dagen ingeslagen om vervolgens koers te zetten naar open zee.’

Boekpresentatie

Op 14 juni is de feestelijke boekpresentatie van De traanjagers, om 20:00 bij café ‘Thúskomme’ in Amsterdam. Het programma van de avond bestaat uit diverse sprekers, het ten gehore brengen van een achttiende-eeuws walvisvaarderslied en de bekende Tattoo King Henk Schiffmacher die oud-walvisvaarders zal interviewen aan de hand van foto’s. Uiteraard is er in het café na afloop een mogelijkheid om het boek aan te schaffen en te laten signeren.

Met dank aan Anne-Goaitske Breteler en uitgeverij AUP

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht