Teylers presenteert de ‘galante zwier’ van Watteau

Watteau? Wie? Grote kans dat u nog nooit van de man heeft gehoord, maar als het aan het Teylers Museum in Haarlem ligt, komt daar nu een einde aan.

Het hele museum, dus niet alleen de grote tentoonstellingszaal, staat de komende maanden in het teken van de man wiens ‘galante’ tekeningen (hij maakte ook wel schilderijen, maar tekenen deed hij toch het liefst) als een bom insloegen in het Frankrijk van de zeventiende eeuw. Vanaf die tijd was het gedaan met de saaie en plechtige historiestukken.

Jean-Antoine Watteau was de schilder van de ‘galante feesten’ (fêtes galantes). Als geen ander wist hij het plezier vast te leggen van jonge, elegant geklede mensen in weelderige parken die van elkaars gezelschap genieten, al musicerend, dansend en flirtend. Precies zoals ze dat nu nog steeds doen op mooie dagen in het Vondelpark, al gaan de meeste jongeren dan niet meer in jurken van fluweel en zijde gekleed.

Antoine Watteau: Studieblad met drie vrouwenhoofden en een linkerhand, ca. 1778. Beeld: Collectie Teylers Museum Haarlem.

Het Teylers toont zeventig tekeningen en schilderijen van Antoine Watteau (1684-1721) en werkt daarbij nauw samen met het Städel Museum in Frankfurt, die net als het Teylers een eigen collectie tekeningen van de Franse kunstenaar bezit. Het is de eerste keer sinds 1935 dat er in Nederland zoveel werk van hem is te zien.

Ondanks dat hij maar kort heeft geleefd, zou Watteau zich uiteindelijk tot één van de invloedrijkste kunstenaars van de achttiende eeuw ontwikkelen. Zijn werk kreeg niet alleen onder andere Franse kunstenaars navolging, maar al snel na zijn dood werden er van zijn tekeningen en schilderijen prenten gemaakt, die over heel Europa werden verspreid.

Antoine Watteau: Inscheping voor Cythera, 1709-1712. Beeld: Städel Museum, Frankfurt am Main.

Valenciennes

Watteau werd in het Noord-Franse Valenciennes geboren, dat zeven jaar voor zijn geboorte nog Vlaams was. In 1677 werd het door Lodewijk XIV bij Frankrijk ingelijfd. Vandaar dat Michiel Plomp, hoofdconservator van Teylers en samensteller van de tentoonstelling, hem grappend ‘een halve Nederlander’ noemt. Zuid- en Noord Nederland waren in die tijd nog niet gescheiden.

Toen hij 18 was, trok de schilder naar Parijs, waar hij zijn brood verdiende door werken van oude meesters te kopiëren. Daar leerde hij veel van, want een echte academische kunstopleiding heeft hij nooit gehad. Ook had hij toegang tot de koninklijke schilderijencollectie in het Louvre, omdat één van zijn leermeesters in Parijs daar conservator van was. Later zou hij een tijdje inwonen bij de steenrijke bankier en kunstverzamelaar Pierre Crozat, waar hij onder andere de Venetiaanse pastorales van meesters als Titiaan naschilderde. “Die glooiende landschappen kende hij niet in Noord-Frankrijk, waar hij vandaan kwam,” legt conservator Plomp uit. En zo belandden ze dan in zijn ‘galante’ schilderijen.

Omdat Watteau nooit een echte kunstopleiding heeft gehad, heeft hij zijn hele leven gekeken hoe oude meesters als Rubens en Rembrandt het deden, zo vertelt Plomp. Soms kopieerde hij zelfs elementen, zoals in het schilderij ‘L’indiscret’ , dat wel èrg veel lijkt op ‘De Fluitspeler’ van Rembrandt. Op Rembrandts schilderij rusten een herder en een herderinnetje uit bij een beekje en haalt de herder allerlei toeren uit om onder de rok van zijn vriendin te kunnen kijken. Watteau heeft de dieren weggelaten, en de herderin in een spinster veranderd, maar het is duidelijk waar hij zijn inspiratie vandaan heeft gehaald.

Avondlandschap met spinster (L’indiscret), waarbij Watteau zich sterk door Rembrandt liet inspireren. Beeld: Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam.

Lommerrijk

Over het leven van Watteau is weinig bekend, behalve dat hij ongetrouwd is gebleven, en jong aan tbc is gestorven. Toch probeert het Kunstschrift, dat een themanummer aan hem wijdt, wat licht op hem te werpen.

Hoofdredacteur Mariëtte Haveman probeert er bijvoorbeeld achter te komen waar Watteau, die zelf uit een provinciestad afkomstig was, zijn inspiratie vandaan haalde voor de ‘fetes galantes’ waar hij beroemd mee zou worden: taferelen met ‘mooi geklede jonge mensen, dromend onder torenhoge bomen, in een lichtelijk verwaarloosde tuin.’ Haveman vermoedt dat Watteau, zoon van een Vlaamse dakdekker, met enige verwondering zal hebben gekeken naar de amoureuze jongelingen, goed gesitueerd en goed gekleed, die ‘pastorale’tje’ speelden onder de lommerrijke bomen van het Jardin du Luxembourg. Hij transformeerde die buitenfeesten tot ‘een ongrijpbare sprookjeswereld die ons nog steeds betovert.’

Aan erkenning had hij tijdens zijn leven overigens geen gebrek. Zo deed hij in 1712 een tweede poging om mee te dingen naar de Prix de Rome, want drie jaar daarvoor was hij tweede geworden en alleen de eerste prijs, een reis naar Rome, telde. “Het is ongelooflijk dat iemand met een onvolledige opleiding bij de Académie Royale zijn werk mocht laten zien. Hij werd bijzonder serieus genomen, want ze maakten hem meteen lid van de Académie, het hoogste wat je in Parijs op kunstgebied kunt bereiken,” aldus Plomp, die er aan toevoegt dat de barokke schilderkunst na vijftig jaar Lodewijk de veertiende min of meer vastgeroest was. De poëtische en nieuwe kunst van Watteau kwam dus als geroepen. Zijn werk werd aangekocht en hij werd overal te logeren gevraagd; vanaf dat moment ging het hem steeds beter.

Japon met een plooi die vanaf de schouder omlaag glijdt en die naar Watteau is genoemd, omdat hij dit soort jurken vaak in zijn werk afbeeldde, ‘als een waterverval van zijde en plooien’, aldus Teylers- conservator Michiel Plomp. Beeld: Rijksmuseum Amsterdam.

Driekrijttechniek

Watteau had zich inmiddels een fenominale techniek eigen gemaakt. Vooral zijn late tekeningen (de term is wat wonderlijk voor iemand die maar 37 jaar is geworden) laten zien hoe hij op een geraffineerde manier drie soorten krijt (rood, zwart en wit) combineert met graffiet, de voorloper van ons potlood. Door het krijt uit te wrijven (‘doezelen’) vervagen de lijnen, waarmee hij een dromerige sfeer weet te scheppen. Jeroen Stumpel, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, heeft het in zijn bijdrage aan het themanummer over ‘het fluwelige, rossige bruin’ dat de grondtoon van Watteau’s werk op papier zou worden. Werk dat hij vooral prijst om zijn ‘galante zwier.’

Met zijn ‘galante feesten’ maakte Watteau iets heel anders dan de pompeuze, barokke historieschilderijen die tot dan gebruikelijk maken. Vandaar dat het Prentenkabinet van het Teylers aan de hand van prenten laat zien wat er in Watteau’s aan Franse kunst werd gemaakt. Het Boekenkabinet toont prenten en penningen waarmee de Zonnekoning zowel wordt vereerd als bespot. Tot slot hebben modestudenten van de Rietveld Academie jurken, kostuums en maskers gemaakt, waarbij ze zich door het werk van Watteau hebben laten inspireren.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 02/02/2017