Teylers Museum is nu een kleurrijke vogelvolière

De meest kostbare boeken ter wereld bestaan uit kleurrijke platen van exotische vogels, getekend door John James Audubon. De enorme tekeningen van vogels in hun natuurlijke omgeving barsten van het leven. Dat maakte toen grote indruk, maar nu nog steeds. Stap met ons in de vrolijke wereld van 'Vogelpracht' in het Haarlemse Teylers Museum.

Met de tentoonstelling Vogelpracht heeft Teylers Museum wel wat weg van een volière. Niet alleen hangen er overal vogels in het museum, te beginnen bij de fraaie vogelkooi onder de koepel bij de ingang, maar in de tentoonstellingszaal hangen de komende maanden prachtige en vooral kleurrijke tekeningen van vogels.

De tekeningen komen uit eigen collectie en dat komt vooral omdat het museum door corona  geen gebruik kon maken van buitenlandse collecties. Maar aangezien het museum de allermooiste vogelboeken uit de achttiende en negentiende eeuw bezit, hebben ze van de nood een deugd gemaakt. Teylers was destijds een van de weinige musea in Nederland die boeken aanschafte op het moment dat ze uitkwamen, vertelt directeur Marjan Scharloo. Studiemateriaal kopen dat onbetaalbaar was voor het individu was immers één van de doelstellingen.

Je moet wel even omhoog kijken, maar bij de ingang van Vogelpracht wordt je door bontgekleurde papegaaien verwelkomd. De vogelkooi is gemaakt door de Haarlemse taxidermisten Darwin, Sinke & Van Tongeren. Foto: Wiebrig Krakau.

Fantastische vogelboeken

“Er was in die tijd nog geen Artisbibliotheek, maar ook de Koninklijke Bibliotheek en de universiteitsbibliotheken kochten niets aan,” weet conservator Trienke van der Spek. “Teylers, dat begonnen is als laboratorium voor eigentijdse kunst en wetenschappen, deed dat wel. Ze vonden het belangrijk om de nieuwste inzichten op het gebied van natuurlijke historie bij te houden. Daar hebben we die fantastische vogelboeken aan te danken.”

De meest tot de verbeelding sprekende vogeltekeningen uit de collectie zijn die van de Amerikaanse kunstenaar en vogelonderzoeker John James Audubon (1785-1851), die de wildernis introk, vogels schoot (niet met een camera, maar met een geweer) en ze vervolgens ging natekenen. Dat leidde uiteindelijk tot 435 met de hand ingekleurde platen van vogels in Noord-Amerika.

Amerikaanse witte pelikaan, afbeelding uit The Birds of America, van John James Audubon. © Teylers Museum, Haarlem.

Bladen vol drama

Opvallend aan de platen is dat ze zo groot zijn (dubbel olifantformaat), wat neerkomt op 100 bij 70 cm. Maar toen Scharloo de tekeningen voor het eerst op zaal zag hangen, viel het haar ook op dat er zóveel drama in zit en dat het leven “bijna van het papier knalt.” In de tijd dat de platen verschenen moet dat een verpletterende indruk hebben gemaakt, zoals ze nu nog steeds grote indruk maken.

Volgens conservator Van der Spek zorgden Audubons tekeningen voor een grote doorbraak in het weergeven van vogels. “In de achttiende eeuw worden vogels voor het eerst bestudeerd, maar dat gebeurt nog niet in de natuur. Daar gebruiken ze opgezette exemplaren voor. Dat is ook wel te begrijpen, want er zijn in die tijd nog weinig wegen en reizen is ook niet veilig. De illustraties zijn weliswaar informatief, want je kunt de vogel herkennen, maar dat is dan ook het enige, want het ziet er allemaal nogal statisch en niet écht levendig uit.”

Impressie van Vogelpracht. Foto: Wiebrig Krakau.

Schreeuwende jongen

In de negentiende eeuw verandert dat als mensen als Audubon de natuur in trekken om vogels in hun natuurlijke omgeving af te beelden. Dat resulteert in prachtige platen vol leven. “Het knettert soms van het papier af. Je ziet de planten, je ziet een nest, je ziet jongen die schreeuwen. Kortom, je ziet gedrag en beweging en dat is een wereld van verschil met de vaak encyclopedische manier waarop vogels voor die tijd werden afgebeeld.”

Audubon probeert vogels ook levensgroot af te beelden, wat de reden is dat de flamingo, een van de grootste vogels en tevens een van zijn bekendste werken, er met gebogen nek, dus wat gekunsteld op staat, want zijn lange nek moet zelfs op die grote platen passen. Op de achtergrond zie je echter een paar flamingo’s die in hun natuurlijke houding staan. En zo komt het toch nog allemaal goed.

Amerikaanse flaminco, afbeelding uit The Birds of America (1827-1838) van John James Audubon. © Teylers Museum, Haarlem.

Kostbare boeken

Het Teylers Museum zal de platen uiteindelijk in vijf boeken bundelen, die op de tentoonstelling worden getoond. Het zijn de meest kostbare boeken ter wereld, vertelt directeur Scharloo. En ze zijn destijds rechtstreeks van de Amerikaanse schrijver/tekenaar gekocht. In het begin komt Audubon, of zijn zoon, de platen persoonlijk bij het Haarlemse museum afleveren. De ontvangstbewijzen zitten nog in het archief. De platen zijn zo schrikbarend duur dat er in Europa en Amerika maar tweehonderd exemplaren van worden verkocht. Niet alleen door musea, overigens. Zo is er een Engelse gravin die er haar kamers mee laat behangen. Later zullen er kleinere en goedkopere drukken van ‘Birds of America’ volgen, die uiteraard een bredere verspreiding krijgen.

Pileated Woodpecker, afbeelding uit The Birds of America, van John James Audubon. © Teylers Museum, Haarlem.

Royal Society

Dat Audubon uiteindelijk in Engeland belandt, in 1826, komt omdat hij in Amerika geen drukker kan vinden die zulke enorme platen kan drukken. In Engeland, waar hij meer wetenschappelijke erkenning krijgt en lid wordt van de prestigieuze Royal Society (Darwin zal in zijn ‘On the Origin of Species’ vijf keer naar hem verwijzen) lukt dat blijkbaar wel.

De Londense graveur Robert Havell Jr. maakt de platen op basis van Audubons aquarellen, die vervolgens met de hand worden ingekleurd. De platen worden tussen 1827 en 1838 in sets van vijf naar de abonnees gestuurd. Aangezien de oorspronkelijke platen inmiddels ingebonden zijn, zullen de bladzijden tijdens de tentoonstelling regelmatig worden omgeslagen (zie de website) en zijn een aantal platen van hoge drukkwaliteit in facsimile aan de wand opgehangen.

The Fish Hawk (visarend), afbeelding uit The Birds of America, van John James Audubon. © Teylers Museum, Haarlem.

Uitgestorven parkieten

Audubon wordt als de grondlegger gezien van de moderne ornithologie. “Hij ging op gezette tijden het veld in om waar te nemen hoe vogels zich gedroegen,” vertelt directeur Scharloo. “Hij maakte ook schattingen van de omvang van vogelpopulaties. Zo ontdekte hij dat de vogelstand veel dynamischer is dan tot dan toe was aangenomen. In South Carolina ontdekte hij hele zwermen Carolina-parkieten, maar toen hij tientallen jaren later terugkwam, waren ze verdwenen. De laatste is ergens in een dierentuin overleden. We prijzen ons gelukkig dat we een opgezet exemplaar van Naturalis in Leiden hebben kunnen lenen. Zo kunnen we dus een parkiet laten zien die niet meer bestaat, omdat er op hem werd gejaagd.”

In zijn tijd sprak Audubon al zijn zorgen uit over de vogelstand, maar dat zelfs de trekduif in Amerika door overbejaging zou uitsterven, had hij vast niet voor mogelijk gehouden. Dat geldt uiteraard ook voor Nederland. De werken van vogelliefhebbers als Van Trigt (1790-1840) en Nozeman (1720-1786) tonen broedvogels die hier nu niet meer voorkomen of op de rode lijst met bedreigde vogels staan.

Daar staat weer tegenover dat zij geen weet hadden van na hun tijd ontsnapte halsbandparkieten en andere van oorsprong exotische siervogels, die nu gewoon zijn in het landschap. “Ze zitten ook in mijn achtertuin. Jammer dat ze geluid maken, maar ik vind ze mooi,” voegt conservator Van der Spek eraan toe, die ook opmerkt dat je tegenwoordige het vogelleven dankzij de webcam van dichtbij kunt volgen. Audubon en zijn collega’s konden daar alleen maar van dromen, maar gelukkig hebben ze wel schitterende platen achtergelaten, waar we nu nog van kunnen genieten.

De inmiddels uitgestorven Carolina Parrot, afbeelding uit The Birds of Americ, van John James Audubon. © Teylers Museum, Haarlem.

De eenzame woudloper

Overigens nuanceert de tentoonstelling ook Audubons romantische imago van eenzame woudloper, vervolgt directeur Scharloo: “Zonder zijn vrouw, die de zakelijke kant behartigde, zonder zijn zoontjes, die op zesjarige leeftijd al aan het werk werden gezet, maar zeker niet zonder de naamloos gebleven slaven, die hij in Kentucky voor zijn expedities kocht en na afloop weer verkocht, zou hij die fantastische platen nooit hebben kunnen maken.”

Vogelpracht draait weliswaar om het topstuk ‘Birds of America’, maar er zijn ook afbeeldingen te zien uit andere vogelpublicaties, naast kleurrijke tekeningen van Schouman en Van Trigt. De tekeningen worden afgewisseld met opgezette vogels van Naturalis en er is ook nieuw werk te zien van de  Haarlemse taxidermisten (vogelopzetters) Jaap Sinke en Ferry van Tongeren, die zich lieten inspireren door de beroemde flamingo van Audubon. De Vogelbescherming vertelt hoe het in Nederland onder andere met de koolmees en de grutto is gesteld.

Posterbeeld van de tentoonstelling Vogelpracht. © Studio Wesseling.

De tentoonstelling, die met vrolijk vogelgekwetter wordt verlevendigd, is ook geschikt gemaakt voor kinderen, die een speurtocht door het museum kunnen maken, tot in de tuin aan toe. Vogelpracht is tot en met 9 januari 2022 te zien en tot en met 5 september 2021 is het museum ook op maandag geopend. De tentoonstelling is coronaproof, met brede en soms gescheiden paden. Om iedereen voldoende ruimte te geven, heb je een ticket met een tijdslot nodig, dat uitsluitend online te boeken is via www.teylersmuseum.nl.

Tekst: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 27/07/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.