Het papieren rijk van Honig en Breet

De Zaanse Schans is voor de gemiddelde Noord-Hollander geen onbekend terrein meer. Ook bezoekers van ver over de Nederlandse grenzen bezoeken in grote getale deze Windmill-village near Amsterdam. Maar heb je de Zaanse Schans al vanaf de andere kant leren kennen? In het Honig Breethuis, een van de houten huizen aan de andere kant van de Zaan, leer je de Zaanstreek kennen vanuit de ogen van een rijke Zaanse koopmansfamilie.

Meer dan pasta en soepen

Het Honig Breethuis vind je door bij de brug over de Zaan, op normale dagen bevolkt met selfie-makende toeristen, af te slaan naar de Lagedijk. Zo ruig en weids als de Zaanse Schans is, zo pittoresk en verfijnd is de tegenovergelegen Lagedijk. Lopend over de smalle dijk, langs de typische groen gekleurde houten huizen met prachtige ornamenten, steekt het MUSEUM-uithangbordje van het Honig Breethuis haaks uit de gevel om de bezoekers te begroeten.

Honig kennen we tegenwoordig van de droge soepen en pasta’s in de supermarktschappen, maar het ondernemerskarakter zat er bij de doopsgezinde familie Honig al veel vroeger in. Vanaf de zeventiende eeuw werd er naar hartelust geëxperimenteerd en gespecialiseerde door Zaanse kooplui en handelaren. De familie Honig speelde een zeer actieve rol in het Zaanse bedrijfsleven. De eerste Honig, Cornelis Janszn Honig, had de eerste papiermolen van de Zaanstreek: De Vergulde Bijkorf.

De lompenschuur van een papiermakerij. Links worden de lompen gewogen. Rechts worden de lompen gesorteerd. J.C. Breet, Zaanlandia Illustrata. Bron: Gemeentearchief Zaanstad.

Een familiehuis aan de Zaan

In 1674 lieten de broers Jacob, Jan en Adriaan Corneliszn Honig de Vergulde Bijkorf ombouwen tot een witpapiermolen. In deze papiermolen werd van oude lompen wit papier gemaakt. Jacob’s zonen Jan en Cornelis startten later het firma C. en J. Honig. Zij breidden het papierbedrijf uit met de aankoop van papiermolen De Veenboer in 1709. Een van de broers, Cornelis Jacobzn Honig, liet een jaar later in 1710 het familiehuis bouwen aan de Lagedijk, dat we nu kennen als Honig Breethuis.

Het familiehuis was maar van korte duur in handen van de Honig’s. Zijn zoon Jacob Corneliszoon Honig stierf in 1770 kinderloos en het huis en de papiermolens (het waren er inmiddels drie met de aankoop van papiermolen het Herderskind) gingen via zijn zus over op de neven Cornelis en Arent Breet. De familie Breet bewoonde vanaf dit moment drie generaties lang het pand tot de dood van de laatste kinderloze weduwnaar Breet in 1892.

Het luchthuis met uitzicht over de Zaan. Foto: Honig Breethuis.

Zaanse chique

Na te hebben aangebeld, verwelkomt een vrijwilliger ons in deze voormalige woning van deze twee opeenvolgende papiermakersfamilies. Het huis is een toonbeeld van de Zaanse chique van toen. Wat opvalt bij binnenkomst is de grote Zaanse smuiger, een betegelde schouw, en de servieskast vol kostbaar porselein. Het blauw van de beschilderde tegels en bordjes steekt contrasterend af tegen de zonnegeel geverfde muren. Dit was de kern van het huis, waar het ook met guur weer warm en behaaglijk was rond het vuur.

Een licht vertrek achterin lonkt ons verder de museumwoning in. Het is het zogenaamde luchthuis aan de achterkant van de woning met uitzicht over de kabbelende Zaan en de bedrijvige molens. De weerkaatsing van het water hult de kamer in een schitterend licht. In de kamer staat een model van een luxe uitgevoerd klein bootje, het ‘tentjachtje’. Het leven van de bewoners was op het leven aan het water gericht, niet op de straat. Met dit kleine bootje werden de bewoners naar de doopsgezinde kerk gebracht, waar ze konden aanmeren.

De centrale ruimte an het huis met links de Zaanse smuiger. Foto: Inge Molenaar.

Een vergeten schilder

Voor de herinrichting van het museum in 1999 is de periode waarin Jacob Cz. Breet en Grietje Jans de Jager het huis bewoonden tijdens het tweede kwart van de negentiende eeuw als uitgangspunt genomen. Zij woonden hier toen met hun twee jongste kinderen, Maartje en Jan. In het luchthuis zijn de portretten van de familie in pastel te bewonderen, die in 1817 zijn gemaakt door een reizende kunstenaar. De stijl van het huis is knus en gezellig, met veel borduurwerken en Perzische tapijten. Geen enkele muur in het huis is wit gelaten. Alle houten muren en plafonds zijn in levendige kleuren geschilderd. Okergeel in de keuken, donkerblauw in de hal, lichtblauw in het luchthuis.

Een uitzondering op deze kleurig geschilderde Zaanse vertrekken vormt de Tuinkamer met de. behangselschilderingen. Alle wanden van deze leverroze kamer aan de voorzijde van het huis zijn bekleed met geschilderde fantasielandschappen. De bewoners konden zich in deze kamer in een ideaal landschap wanen. De schilderingen zijn van de hand van Willem Uppink uit Amsterdam. Deze behangselschilder was een veelgevraagde schilder, die menig (grachten-)pand met zijn schilderingen opsierde. In de loop van de negentiende eeuw raakte hij in de vergetelheid, tot een recent onderzoek zijn werk aan het licht bracht. Aan de dijk is nog een andere ensemble van zijn hand bewaard gebleven, die niet door bezoekers te bezichtigen is.

De Tuinkamer met behangselschilderingen van Willem Uppink. Foto: Honig Breethuis.

Vergapen aan het verleden

De museumwoning is niet alleen een tijdscapsule van de tijd dat het gezin Breet-de Jager hier woonde, de verzameling aan objecten en stijlen vertelt het verhaal van vijf generaties bewoners en papierfabrikeurs. Iets wat ook al in de negentiende eeuw werd ingezien. De Vereniging Jacob Honig Jansz. Jr. werd opgericht in 1891 en bracht de collectie van het pand onder in het toenmalige Raadhuis Zaandijk. Vanaf 1940 werd het huidige pand het Zaans Historisch Museum, totdat in 1999 het museum ingericht werd als museumwoning.

Ieder die meer wilt weten over de bewoners van de Zaanstreek en de papierindustrie kan goed terecht bij het Honig Breethuis, waar door middel van kleine tentoonstellingen hier extra aandacht aan wordt besteed. Voor minder historisch geïnteresseerden zijn de gekleurde vertrekken, de gereconstrueerde modieuze kostuums en het uitzicht op de Zaanse Schans een lust voor het oog. Zoals de bewoners zich vergaapten aan de ideale landschappen in de Tuinkamer, zo kan de hedendaagse bezoeker zich in het gehele pand verwonderen over het luxe leven van de vroegere Zaanse koopmansfamilies.

 

Auteur: Inge Molenaar

 

Vanaf zondag 22 november is het Honig Breethuis weer open gegaan. Hun gastvrouwen en -heren staan op elke zondagmiddag van 12.00 tot 16.00 uur klaar om u te verwelkomen in het museum. Om uw bezoek zo veilig en aangenaam te laten verlopen dient u een aanvangstijd te reserveren via hun website. Bovendien wordt er verzocht tijdens uw bezoek een mondkapje te dragen.

Publicatiedatum: 25/11/2020

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.