De rijke bagger van de Wilhelminasluis

In het oude centrum van Zaandam is in maart 2020 de Wilhelminasluis uitgebaggerd en vergroot. Het onderzoeksbureau Hollandia Archeologen kreeg van de Provincie Noord-Holland de opdracht om het archeologisch onderzoek hierbij uit te voeren. De gemeente Zaanstad schreef het Programma van Eisen waaraan het onderzoek moest voldoen, begeleidde de werkzaamheden, sorteerde de vondsten en conserveerde en determineerde een deel daarvan. Ook (Zaanse) amateurarcheologen, vrijwilligers en studenten van diverse opleidingen hielpen een handje mee. Dat tijdens de werkzaamheden ruim 400.000 vondsten uit de 15e tot en met de 18e eeuw gevonden zouden worden, overtrof alle verwachtingen.

Renovatie van de historische Wilhelminasluis

De Wilhelminasluis ligt op de plek waar ergens in de 12de of 13de eeuw Zaandam is ontstaan. De sluis bevindt zich in de oude dam. Waar er eerst alleen de Wormersluis was, werd in de 15de eeuw de Westzaner Sluis aan toegevoegd. Binnenvaartschepen gebruikten de sluizen als toegang vanaf het IJ naar de Zaan. Vanwege de groeiende industrie langs de Zaan werden de twee sluizen vervangen door één grote sluis: de Wilhelminasluis. Koningin Wilhelmina opende op 24 oktober 1903 de gloednieuwe naar haar vernoemde sluis.

Omdat er eeuwen is gewoond en gewerkt rondom de Wilhelminasluis in het oude centrum van Zaandam, werd er aangenomen dat bij het uitbaggeren wel eens archeologische vondsten konden worden gedaan. In verband met het scheepvaartverkeer was het niet mogelijk om vooraf aan de baggerwerkzaamheden archeologisch veldwerk te doen. Tijdens het baggeren werd de sluis verdeeld in drie delen: het Noordelijke deel: Zaanbodem, het middendeel: de oude dam en het zuidelijke deel van de Voorzaan. Elk deel was vervolgend onderverdeeld in drie lagen: boven, midden en onder. Zo kon er geregistreerd worden welke vondst er uit welk deel en uit welke laag kwam.

Krat met kruiken en schepbeker. Foto: Gemeente Zaanstad, Piet Kleij.

Ruim 400.000 vondsten sorteren

Alle objecten die zijn gevonden zijn in 110 Big Bags (grote zakken met platte bodem) naar het kantoor van Hollandia Archeologen in Zaandijk gebracht. Deze zijn vervolgens door medewerkers, amateur-archeologen, Cassandra Scheffer-Mud van de gemeente Zaanstad en vrijwilliger Esther Wieringa gesorteerd. De medewerkers sorteerden de vondsten op materiaalsoort: glas, metaal, steen, aardewerksoort, pijpenkoppen- en stelen, organisch en modern (na 1945). Brokjes puin, fragmentjes onherkenbaar metaal, bepaalde scherfjes kleiner dan een euro munt en andere vondsten zonder archeologische waarde, werden weggedaan. Uiteindelijk bleven ruim 400.000 vondsten over. De meest opvallende vondsten werden zowel direct bij het zeven als bij het sorteren apart gehouden.

Cassandra en Esther aan het sorteren. Achter hen staan de kratjes waarin de gesorteerde vondsten werden gedaan. Foto: Gemeente Zaanstad, Piet Kleij.

Afval in de rivier

Slechts een klein gedeelte van de vondsten stamt uit de 12de en 14de eeuw. Wat niet verwonderlijk is aangezien er in de middeleeuwen nog maar weinig mensen in Zaandam woonden. Het overgrote gedeelte stamt uit de periode 1550 -1830. In deze tijd groeide de stad enorm en gooiden dus meer mensen hun afval in het water. Aangezien er na 1850 een vuilnisophaaldienst werd opgezet, zijn er weinig objecten na deze periode teruggevonden. De meest recente vondsten zijn mobiele telefoons en een Duits rijbewijs, geldig tot 20 maart 1997.

Een krat met kruiken en flessen. Foto: Gemeente Zaanstad, Team Bodem/Archeologie.

Klotendolken en een baardmankruik

Tussen de vondsten zitten veel interessante objecten, waaronder een baardmankruik, wijnflessen en kelkglazen. Maar ook fragiele medicijn- en parfumflesjes, aardewerken aardbeienbakjes, zalfpotjes en Delfts blauwe kommetjes en vazen. Ook veel voorwerpen van tin, waaronder kannen, lepels en een wijwaterbakje, kwamen naar boven. Opvallend zijn de twee tuimelaars afkomstig van kruisbogen en de twee handvaten van klotendolken. Achter een tuimelaar werd de pees gespannen die aan de boog bevestigd was. Door aan de onderzijde van het handvat een hendel in te drukken werd de tuimelaar ontgrendeld, waardoor de pijl kon wegschieten.

De ‘klotendolk’, of vanaf de negentiende eeuw om preutse redenen ook wel ‘nierdolk’ genoemd, ontleent zijn naam aan de twee balvormige uitsteeksels tussen de handgreep en het lemmet. In de vijftiende en zestiende eeuw werd de klotendolk door burgers en boeren gebruikt als mes en verdedigingswapen. Voor de adel waren de dolken tevens een statussymbool. De dolk werd in een foedraal aan een gordel op de heup gedragen.

Een puntgave baardmankruik. Foto: Gemeente Zaanstad, Team Bodem/Archeologie.

Baardmankruiken zijn kruiken en bekers versierd met een baardig gezicht en waren in de zestiende en zeventiende eeuw immens populair. Bier werd rond 1600 veel gedronken in Nederlandse streken. Dit kwam omdat haver, en niet gerst, het belangrijkste bouwgraan was. Maar ook omdat wijn veelal werd geïmporteerd uit de Rijnstreek, en daardoor een stuk duurder was dan bier.

Een nar en een duivel

Bij het uitbaggeren is een koperen deksel van een tabaksdoos boven water gekomen. De ovale deksel is aan de bovenzijde gegraveerd met een opmerkelijke voorstelling. In het midden staat de Nederlandse leeuw met in zijn klauwen een zwaard en zes pijlen. Rechts is een narrenkop gegraveerd met op het hoofd een narrenkap met belletjes eraan. Aan de andere zijde is een duivelskop afgebeeld met een kromme neus, een vooruitstekende kin en een gekromde hoorn rond zijn oor.

De deksel van de in de Wilhelminasluis gevonden tabaksdoos, op twee manieren bekeken. Foto: Gemeente Zaanstad, Team Bodem/Archeologie.

Als we de deksel omdraaien verandert de duivel in de paus, compleet met pauselijke kroon. De nar wordt een bisschop met een bisschopshoed op het hoofd. Deze zogenaamde ‘dubbelkoppen’ kwamen in de zestiende en zeventiende eeuw veel voor op spotprenten. Daniel Horst, wetenschappelijk medewerker van de afdeling Geschiedenis van het Rijksmuseum in Amsterdam, achterhaalde de anti-pauselijke spotprent waarop de gravering is gebaseerd. De voorstelling blijkt overgenomen te zijn uit een reeks van anti-roomse spotprenten met de titel ‘Roma Pertubata’, wat ook wel ‘Het beroerde Rome’ betekent.

Detail van spotprent met drie medailles, 1705, Carel Allard (toegeschreven aan), 1706 – 1707. 1 Zinnebeeld, of de Medalie-stukken van P. Codde, de Paus, En des zelfs Nuncius. Het Eerste Gebod overtreeden. Serietitel: Roma Pertubata / ’t Lusthof van Momus. Collectie Rijksmuseum, Objectnummer: RP-P-OB-83.133-38

Aan het begin van de achttiende eeuw brak er in de Nederlandse Katholieke Kerk een heftige ruzie uit, wat resulteerde in een overvloed aan pamfletten en spotprenten. Petrus Codde (1648-1710), de aartsbisschop van Nederland, werd in 1702 door de paus geschorst en vervangen door een andere bisschop. Dit vanwege het feit dat hij een aanhanger was van de 50 jaar eerder als ketter veroordeelde Cornelis Jansenius (1585-1638); theoloog en bisschop van leper.

De schorsing van Petrus Codde leidde tot grote verontwaardiging bij de Nederlandse katholieken en de protestantse Nederlandse regering. De twee dubbelkoppen verwijzen naar deze gebeurtenis en onderstrepen de opvatting dat de paus een duivel is en de door hem benoemde bisschop een gek. Gezien de datering van de spotprent uit de collectie van het Rijksmuseum zal de deksel van de tabaksdoos ook uit het begin van de achttiende eeuw zijn.

Portret van Petrus Codde, aartsbisschop van Utrecht, Prentmaker: Philibert Bouttats, naar Monogrammist DVK, naar Monogrammist JJ (inventor), 1704. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-P-OB-26.864

Penisbeenderen van walrussen

Één van de meest opmerkelijke vondsten uit de bagger van de Wilhelminasluis zijn de afgezaagde delen van penisbeenderen van walrussen. Het penisbeen van een volwassen walrus is een ruim 60 cm lang recht bot. In de sluis zijn 11 koppen van penisbeenderen gevonden en één compleet penisbeen van een jonge walrus.

Enkele van de afgezaagde koppen van penisbeenderen van walrussen. Bovenaan een compleet penisbeentje van een jonge walrus. Foto: G. Graas.

In de zeventiende en achttiende eeuw was de Zaanstreek het centrum van de walvisvaart. Uit de archeologische vondsten blijkt dat de Zaanse jagers niet alleen op walvis maar ook op walrussen joegen. Het is bekend dat het schip ‘De Waterhont’, onder het bevel van Claes Cornelisz, in 1612 naar de Noordpool voer, specifiek voor de walrusjacht. Het jaar daarna vertrokken twee Zaanse schepen op walvis- én op walrusjacht. Er werd op de dieren gejaagd vanwege hun ivoren slagtanden en het spek. Walvissen en robben hebben onder de huid een dikke speklaag, die na de slacht werd uitgekookt om traan(olie) te krijgen. Maar waarvoor gebruikten ze de penisbeenderen?

Een walrus en haar jong, nabij Spitsbergen. Ets door Hessel Gerritsz, 1591 – 1632. Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-P-OB-52.602.

De afgezaagde resten die in de Wilhelminasluis zijn gevonden zijn duidelijk afvalstukken, weggegooid door een plaatselijke beenwerker. Maar tijdens het baggeren is ook een bijzonder mesheft van penisbeen gevonden, voorzien van een versierde koperen kap en een koperen heftbeschermer met een ‘s’.

Mesheft van penisbeen uit de Wilhelminasluis met links de versierde koperen kap en rechts de heftbeschermer. Foto: Gemeente Zaanstad, Piet Kleij.

Met zoveel bijzondere vondsten is er een schat aan informatie over de geschiedenis van Zaandam boven water gekomen. De aankomende jaren zullen verschillende archeologen en specialisten zich over de archeologische collectie buigen.

Auteur: Judith van Amelsvoort, met dank aan Piet Kleij (gemeentelijk archeoloog Zaanstad, Oostzaan en Wormerland)

Literatuur:

  • Piet Kleij, gemeentelijk archeoloog Zaanstad, Oostzaan en Wormerland, De archeologische kroniek van Noord-Holland 2020: Zaanstad – Zaandam | Wilhelminasluis, 104 t/m 108.
  • Piet Kleij, met medewerking van G. Graas, De archeologische kroniek van Noord-Holland 2020: Een tabaksdoos met dubbelkoppen, p. 167 t/m 170.
  • Diverse auteurs, onder redactie van Laura Kooistra, Verandering van spijs. Tienduizend jaar voedselbereiding en eetgewoonten, 2021, p. 153 t/m 155

Omslag van de archeologische kroniek van Noord-Holland 2020. Gedeputeerde Zita Pels op bezoek in het depot van de gemeente Zaanstad. Archeoloog Piet Kleij geeft uitleg bij een selectie van vondsten waaronder een witte kruik uit Spanje uit de 16de/17de eeuw. Op de achtergrond Cassandra Scheffer-Mud van de gemeente Zaanstad.

Meer lezen over de archeologische vondsten, die in 2020 in de provincie Noord-Holland gedaan? Alle archeologische ontdekkingen worden jaarlijks verzameld in de Archeologische kroniek van Noord-Holland. In het boek staan foto’s en beschrijvingen van bijzondere opgravingen en de vaak spectaculaire vondsten.

Publicatiedatum: 27/12/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.