Strandwallensymposium

Op 27 oktober 2011 werd in het gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een symposium gehouden met als thema ‘strandwallen’. Ruim vijftig archeologen en geologen waren naar Amersfoort gekomen om te luisteren naar de voordrachten die op het programma stonden. Maar wat zijn eigenlijk strandwallen? En waarom zijn archeologen daarin geïnteresseerd?

Ontstaan door zeespiegelstijging

Tussen 10.000 en 8.000 jaar geleden was de zeespiegel zó ongelofelijk snel gestegen door het afsmelten van alle ijs van de laatste ijstijd, dat de westelijke helft van Nederland onder water was verdwenen. In Noord-Holland staken de hoge morenen van Texel en Wieringen als eilanden in zee en lag Hilversum niet ver van de toenmalige kust. De nieuwe zeestromen, uit het zuiden komend, namen heel veel zand en klei met zich mee, zodat de zee al snel gevuld raakte met sediment. Aan de rand van de ontstane ondiepte werden nu langgerekte zandbanken gevormd, die uiteindelijk blijvend boven het water uitstaken, aan elkaar groeiden en zo het gebied erachter beschermden.

Zo troffen de Romeinen Noord-Holland aan: water, water en nog eens water

Zo troffen de Romeinen Noord-Holland aan: water, water en nog eens water. Beeld: Stichting Oer-IJ

Eerste bewoners

Op de hogere delen in het land achter de strandwal konden zich mensen vestigen; het eerst in het zuiden van ons land, en later ook in het noorden. Dat speelde zich ruim 6.000 jaar geleden af. In Noord-Holland kennen we twee ‘clusters’ van strandwallen; namelijk die van Kennemerland en die ten noorden van het ‘Gat van Bergen’. Daar gaan de oudste sporen van bewoning terug tot zo’n 5.000 jaar geleden.

Archeologisch onderzoek op de strandwal van Heiloo.

Archeologisch onderzoek op de strandwal van Heiloo. Opgraving Stationsplein 2006.

Verdere ontwikkeling

In zee, vóór de eerste strandwal, ontstond weer een nieuwe, maar intussen was de zeespiegel weer wat gestegen en waren de eerste nederzettingen te nat voor bewoning geworden en verhuisden de mensen naar het gebied achter de nieuwe strandwal. Zo ontstond er een brede kustzone met hoge (5 meter maximaal) langgerekte wallen en vochtige of zelfs natte valleien daartussenin. De strandwal zelf was niet echt geschikt om op te gaan wonen, maar op de flanken, grenzend aan vochtig gebied, konden heel goed akkers worden aangelegd.

Beeld: Stichting Oer-IJ

Verstuiven

Zand moet je wel heel erg nat houden, wil het niet wegstuiven – en dat gebeurde natuurlijk met de hoogste delen van de strandwallen. Dat zand stoof meestal in oostelijke richting en vulde daarmee deels de vochtige valleien. Hierdoor werd het te gebruiken deel van de kust aanzienlijk vergroot. Doordat de zeespiegelstijging steeds minder werd, is er een lange periode van betrekkelijke rust geweest in de vorming van nieuwe kust. Wel zijn er droge perioden geweest waarin stuivend zand voor problemen zorgde voor de bewoners.

Een oude zeewering

Een oude zeewering. Beeld: Stichting Oer-IJ

Nieuwe duinen

Uit historische bronnen weten we dat al in de negende eeuw boeren op de strandvlakte last hadden van het overstuiven van hun akkers, maar ook uit archeologische waarnemingen zien we dat uiteindelijk alle akkers op een gegeven moment onder het zand kwamen te liggen. Bij onderzoek in Schoorl werd duidelijk dat tussen 200 v. Chr. en 900 n. Chr. boeren erin waren geslaagd om akkers op dezelfde plaats te houden, maar dat er wel ruim een halve meter hoger werd geploegd dan toen dat voor het eerst werd gedaan. Echter de catastrofe die volgde, betekende een voorlopig einde aan akkeren op de strandwal: de zeekust begon zo erg te verstuiven dat in korte tijd alle bewoonbare delen verdwenen onder een laag zand van één tot twee meter en dat er geen eind aan het natuurgeweld leek te komen.

Tot in de twintigste eeuw

Doordat ten slotte alles onder het zand was verdwenen had de wind vrij spel om het landschap te vormen. Het resultaat waren diepe stuifgaten en extreem hoge duinen; duinen zoals we die nu kennen. Het beteugelen van het stuiven heeft de mens veel energie gekost en ook hier zien we dat het vastleggen van de duinen in het noorden pas op het laatst werd gerealiseerd. Een dorp als Schoorl ligt tegen een muur van tientallen meters hoog stuifzand aan ‘geplakt’, maar wat we zien is als het ware een tsunami van zand die het dorp dreigde te verzwelgen en die door intensieve beplanting bevroren werd. Schoorl bezoeken in de wetenschap dat duizenden hectaren oud akkerland van de bronstijd tot in de middeleeuwen onder de duinen ligt, doet je beseffen over welke krachten de natuur beschikt.

Foto: Stichting Oer-IJ

Belang en toekomst van de strandwallen

Omdat alle oude sporen van bewoning verdwenen zijn onder het zand, zijn ze als het ware gevangen in een tijdcapsule en zijn ze voor de bestudering van het leven van onze voorouders uiterst waardevol. Vanwege het feit dat de archeologische sporen en het volledige prehistorische landschap onzichtbaar zijn, wordt de waarde ervan vaak onderschat. Het symposium over de strandwallen heeft bij geologen en archeologen de neuzen weer even in dezelfde richting gekregen; er is gesproken over de nieuwste en beste methoden om de archeologische waarde van dit verdwenen landschap tijdig op te sporen en te bewaren door onderzoek en behoud.

Auteur: Frans Diederik

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 19/12/2011