Station Naarden-Bussum

Het stationscomplex ligt aan de spoorlijn de 'Oosterspoorweg' van Amsterdam naar Utrecht/Amersfoort. Omdat het station aan de noordgrens van Bussum ligt, wordt het station ook door Naarden gebruikt. Het complex bestaat uit het hoofdgebouw, een eilandperron met wacht- en dienstruimten, een perronoverkapping en een transformatorhuisje.

Uitbreidingen

De grote ontsluiting van het Gooi begon in 1874 met de aanleg van de Oosterspoorweg. In dat jaar werden spoorlijn en stations in gebruik genomen. Door de sterke groei van het aantal treinreizigers had men al snel behoefte aan een groter complex. In 1917 werd om die reden het eilandperron gebouwd met de bijbehorende onderdelen als de wacht- en dienstruimten, het tranformatorhuisje, de voetgangerstunnel en de overkapping. De bouwmeester was L.C. Westhoff. De bouwstijl van de gebouwen vertoont overeenkomsten met het werk van architect Margadant (ontwerper van het in neorenaissance-stijl ontworpen station Hollands Spoor in Den Haag), architect Berlage (op wiens werk de stations van Amersfoort en Haarlem geïnspireerd zijn) en de art-nouveaustijl.

Ook het ontvangstgebouw wilde men aanpassen, maar door gebrek aan materialen tijdens de Eerste Wereldoorlog werd dit uitgesteld. Pas in 1925 werd met de verbouwing begonnen. Het nieuwe ontvangstgebouw werd ontworpen door H.G.J. Schelling en kwam in 1928 gereed.

Aan de noordzijde van het gebouw op het perroneiland waren de wachtlokalen voor de eerste en tweede klasse. Aan het interieur is veel veranderd omdat de twee zijn samengevoegd ten behoeve van een stationsrestauratie.

 

Het station in Bussum.

Het station in Bussum. Beeld: Provincie Noord-Holland.

Architectuurhistorische waarde

Het gehele complex is van architectuurhistorische betekenis vanwege de oorspronkelijke perrons, de zeldzaam wordende perronoverkappingen (bestaande uit vroege voorbeelden van parapluspanten en raamwerkliggers), de voetgangerstunnel, het transformatorhuisje, de zorgvuldig vormgegeven wachtkamers en de dienstruimten. Het is een goed en gaaf voorbeeld van een stationsgebouw (ontvangstgebouw) in kubistisch-expressionistische stijl (te zien aan de kubusvormen, verspringende bouwmassa’s en platte daken). Omdat het ontvangstgebouw ontworpen is door architect H.G.J. Schelling is het van bovenlokale waarde. Het is namelijk een zeer goed voorbeeld van het werk van deze architect. Dit geldt voor de goede, vrijwel gave en opvallende hoofdvorm, de detaillering (o.a. glas-in-loodramen en het siermetselwerk) en het materiaalgebruik (de gekleurde en geglazuurde verblendsteen).

Cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde

Cultuurhistorisch is het gebouw van belang als gaaf en kenmerkend stationsgebouw uit de geschiedenis van de spoorverbindingen in het Gooi in een periode waarin deze hun maximale expansie bereikten, en welke van wezenlijke betekenis waren voor de ontsluiting van de regio.

Stedenbouwkundig is het stationsgebouw van waarde door de bewuste afstemming op het stationsplein (aan twee kanten) en de as-werking vanuit de hoofdingang met de tegenoverliggende villa’s aan de Prins Hendriklaan. Ook de manier waarop Schelling de doosvormige massa’s aan elkaar koppelt en als een scherm voor het stationsterrein optrekt dragen aan die waarde bij.

Publicatiedatum: 06/03/2012