Schoot-ân 2009 … een gesprek aan de bar

De geschiedenis van de voormalige Gemeentelijke Zeevaartschool Texel, 1913-1933, vastgelegd in verhaalvorm. De levensloop van oud-leerlingen Johannes Herlé, Pieter Vijn en Jan Hazewinkel.

Over Ed Vermeulen

Ed Vermeulen (1942) volgde in de periode september 1959 tot juli 1960 zeevaartkundig onderwijs aan de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam. Zijn inschrijving aan de Kweekschool is vastgelegd als ’jaar van intrede 1959’ (jvi 1959). De Vereeniging van Oud-Kweekelingen (VOK) houdt haar jaarlijkse reünie in december. Een vast onderdeel van deze reünie wordt gevormd door de jaarvergadering van de vereniging. Schoot-ân, is de roep welke aan het einde van deze vergadering wordt gebezigd door de voorzitter van VOK en houdt een uitnodiging voor het drinken van een borrel in. VOKabulaire is de naam van de door de vereniging uitgegeven nieuwsbrieven. Naast VOKabulaire verschijnt éénmaal per jaar het VOK Jaarboekje. 

Sinds een aantal jaren ben ik bezig om de geschiedenis van de voormalige Zeevaartschool Texel in verhaalvorm vast te leggen. Deze school bestond van 1913 tot 1933. De leerlingen werden in de volksmond ’Zeevaarders’ genoemd. Bij eerder verricht speurwerk in het historisch archief van de Texelse Courant was ik de naam Herlé tegengekomen. In de editie van zaterdag 23 maart 1931 was het door ’Zeevaarder’ Johannes Herlé geschreven verslag van de jaarlijkse reis met het instructieschip ’Prins Hendrik’, opgenomen. Deze reis was een onbetwist hoogtepunt in het leven  van de ’Zeevaarders’.Tijdens schoot-ân van de réunie van de Kweekschool voor de Zeevaart van december 2009, sprak ik hierover met mijn jaargenoot Joop Herlé (jvi 1958). Johannes Herlé, geboren op 6 april 1911 te Amsterdam, bleek Joop’s vader te zijn! E-mailadressen werden uitgewisseld en er ontstond een vruchtbare correspondentie. Ik kreeg inzage in het familiedossier Herlé, en ontdekte daarin veel wetenswaardigheden en prachtige foto’s uit Herlé Sr.’s studiejaren op Texel, 1929 t/m 1931. In januari 2011 vertelde ik in een gesprek met één van de redacteuren van de Texelse Courant over mijn contact met Herlé. Dit resulteerde in de beslissing om in de editie van de Texelse Courant van 17 mei 2011, tachtig jaar(!) na plaatsing van het oorspronkelijke, door Johannes geschreven, verhaal, opnieuw aandacht te besteden aan de reis van de ’Prins Hendrik’, ditmaal voorzien van een aantal foto’s uit het Herlé familiearchief!

Het oorspronkelijke verhaal van Johannes Herlé…

Instruktie-reis met de ‘Prins Hendrik’ (ingezonden)

Woensdag j.l. (bedoeld wordt woensdag 20 mei 1931, red.T.C) kwam het instructie- vaartuig ’Prins Hendrik’ plm. 4.30 u. te Oudeschild binnenloopen, met aan boord de 16 leerlingen der tweede klasse van onze Z.V.S. De leiding berustte tot Amsterdam, bij de directeur, de heer P.Vijn, daarna bij de heer J. de Vries. Van hen leerden wij het practisch gebruik van de instrumenten bij observaties en andere nautische werkzaamheden. Voor het scheepswerk, als schiemannen, e.d. nam aan de tocht deel de heer J. de Gooijer, leeraar-instrukteur der Z.V.S. Het besturen van het schip gedurende de geheele tocht was toevertrouwd aan de leerlingen. Uitgeleide gedaan door de eerste klasse, stak de ’Prins Hendrik’ 12 Mei met prachtig weer in zee. Er werd koers gesteld naar Terschelling. ’s Middags werden zonobservaties gedaan en peilingen verricht. Om 7 uur arriveerden we op Terschelling. ’s Avonds werd een voetbalwedstrijd gespeeld tegen de Terschellinger Z.V.S, die vlot en geanimeerd verliep. Op 13 Mei vertrokken we weer, met bestemming Enkhuizen. De wind liet niet toe, dat de zeilen konden worden bijgezet. Aan dek en bij het kompas werden weer de noodige werkzaamheden verricht. Tegen plm. 6 uur kwam de Drommedarisstad in zicht en al gauw lagen we in de haven. Hemelvaartsdag bleven we daar liggen. Met goed weer voeren we Vrijdag naar Amsterdam en meerden daar in de Six-haven. De Zaterdag werd besteed aan het bezoeken van de werven der ’Ned. Scheepsbouw Mij’. Zeer interessant was daar o.m het bezoek aan de ’Tjisadane’, het nieuwe passagiersschip van de Java-China-Japan-Lijn. Hier kregen we in werkelijkheid te zien, wat we op school uit het scheepsbouwboek hadden geleerd. Rondgeleid door een ingenieur, bewonderden we verder nog de hellingen en goed ingerichte werkplaatsen. Zondag mochten we uitrusten van de vermoeienissen. Maandag zeilden we de Zuiderzee over naar de IJselstad Kampen, de volgende dag naar Stavoren en tenslotte Woensdag weer naar ons uitgangspunt Oudeschild. De tocht mag werkelijk als zeer geslaagd beschouwd worden. Veel werd ons in practijk aangetoond, wat we in theorie reeds wisten. Wij hopen, dat de toekomstige tweede klasse een even prettige en leerzame reis zal hebben aan boord van het nieuwe opleidingsschip, de ‘Prinses Juliana’. J.HERLÉ.

Tjisadane en Merula

Tijdens het bezoek aan de werf van de Ned. Scheepsbouw Mij. (N.S.M) maakte Herlé een foto van de voor de N.V Petroleum Mij. ’La Corona’ (onderdeel van Shell) in aanbouw zijnde tanker m.s Merula. Ook werd het voor de Java-China-Japan-Lijn in aanbouw zijnde m.s Tjisadane bekeken. Zowel de Merula alsook de Tjisadane hebben een rol van betekenis gespeeld in de Tweede Wereldoorlog. De Merula werd op 13 februari 1942, onderweg van Pladjoe, Sumatra, naar Tandjong Priok, Java, door bommen, afgeworpen door een Japanse bommenwerper, getroffen en is gezonken. De Tjisadane werd in mei 1945 ingezet bij de landing op het Japanse eiland Okinawa en ontsnapte ternauwernood aan een aanval door Japanse torpedovliegtuigen. In 1946 werden nog twee reizen in dienst van de Nederlandse regering naar Ned. Indië gemaakt, waarbij op de heenreis Nederlandse militairen werden vervoerd en op de terugreis evacués naar Nederland werden gebracht. In 1961 werden met de Tjisadane de bewoners van het door een vulkanische uitbarsting getroffen eiland Tristan da Cunha, gelegen in het zuidelijk gedeelte van de Atlantische Oceaan, geëvacueerd. In 1962 werd het eens zo trotse schip in Japan (!) gesloopt.  

Naast het historische stukje proza over de reis met de Prins Hendrik zijn ook een paar mondeling overgebrachte verhalen van ‘Zeevaarder’ Joh. Herlé bewaard gebleven. Eén is er gewijd aan de door bootsman J. de Gooijer, gegeven roeilessen. 

‘De roeilessen werden op zee gegeven door onze bootsman, de Gooijer. Deze was de zwemkunst niet machtig. Op een dag, we waren al een flink eind buitengaats hebben we stiekem de prop van de sloep een eindje losgedraaid, waardoor er flink wat water in de boot kwam te staan. Waarop de bootsman riep: ’hozen, hozen, hozen, mannen, we verzuipen!’ Omdat de ’lekkage’ gecontroleerd werd gedoseerd is het allemaal goed afgelopen en hebben we uiteindelijk veilig de haven van Oudeschild weer bereikt. Ik kan mij niet herinneren of er naderhand nog straffen zijn uitgedeeld’.  

’Tijdens mijn Texelse tijd heb ik mijn rijbewijs gehaald. Rijinstructie werd gegeven door Dokter Boswijk, één van de Texelse huisartsen. Ook het rijexamen werd door hem afgenomen. Het stelde niet zo heel veel voor qua ’proeve van bekwaamheid’. Nadat ik was geslaagd kreeg ik gelijk een rijbewijs voor alle categorieën, inclusief motorfiets, uitgereikt. Er waren meerdere mogelijkheden om een auto te huren. Soms ook had de pa van één van de dames waarbij wij in de smaak vielen, een auto. Zo konden wij met onze Texelse vriendinnen een tochtje maken.’

Eindexamen en naar zee

Op 14 juli 1931 werd aan Joh. Herlé en zijn overige, geslaagde, klasgenoten het felbegeerde Getuigschrift Eindexamen Programma A uitgereikt. Klasgenoot J. Kramer en Joh. Herlé haalden het hoogste aantal punten en werden  hiervoor door de Vereniging tot bevordering van het Zeevaartkundig Onderwijs beloond met het door J.H Hoogendijk geschreven boek ‘De Nederlandsche Koopvaardij in Oorlogstijd’. Hiermee werd uiteraard de Eerste Wereldoorlog bedoeld. Deze prijs werd uitgereikt door Texelaar W.H.Lap, in zijn functie als voorzitter van de Commissie van Toezicht. De plechtigheid werd besloten met een toespraak door de Texelse Burgemeester W.B. Oort, waarin hij de naar Vlissingen vertrekkende directeur Pieter Vijn alle lof toezwaaide. Van dit alles werd in de Texelsche Courant van zaterdag 18 juli op uitgebreide wijze verslag gedaan. Slechts twee jaar later, in 1933, sloot de Zeevaartschool Texel voorgoed haar deuren.
Door de heersende economische malaise viel het voor Joh. Herlé niet mee om een plaatsing als leerlingstuurman te verkrijgen. Op 16 oktober 1931 werd hij aangenomen bij de N.V Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij (V.N.S) en werd als stuurmansleerling geplaatst op het s.s Springfontein. Een door Herlé aan zijn Texelse vriendin, Truus Kikkert, gestuurde, met de hand ingekleurde fotokaart van de Esplanade te Durban, met als poststempel East London, 8 december 1931, is een van de weinige tastbare herinneringen aan deze enerverende tijd. Aansluitend zou het nog tot 1934 duren voordat Joh. Herlé in dienst zou treden van de  N.V Rotterdamsche Lloyd. Zijn eerste reis als stuurmansleerling voor deze gerenommeerde rederij werd gemaakt op het m.s Sibajak. Wel had Johannes in de tussengelegen tijd zijn diploma 3e stuurman behaald. Men kan dus stellen dat de leerling stuurman van de Sibajak over méér dan de vereiste diploma’s beschikte! Daarna volgden nog reizen  als 4e stuurman op het m.s Dempo, Kota Pinang en Indrapoera. In 1939 werd zijn loopbaan op zee ingehaald door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Pieter Vijn

De in Herlé’s verhaal genoemde directeur P.(Pieter) Vijn, op 8 januari 1889 geboren in het Noord Hollandse Hoogwout, was een oud- leerling van de Kweekschool voor de Zeevaart (jvi 1903). In juli 1919 was hij getrouwd met de Texelse Naantje Wuis. Vanuit zijn positie als 1e stuurman bij de Mij. Nederland had hij in oktober van hetzelfde jaar gesolliciteerd naar de functie van leraar wiskunde en theoretische zeevaartkunde aan de Gemeentelijke Zeevaartschool Texel, waar de heer J.A (Jan Abraham) Hazewinkel, ook een oud-kwekeling (jvi 1900) directeur was. Vijn was de enige sollicitant en kreeg, op voorwaarde dat hij na een half jaar zijn akte zou behalen, een tijdelijke aanstelling van één jaar. Deze ’tijdelijke’ aanstelling, welke met een zekere  regelmaat werd verlengd, duurde voort tot het jaar 1924. Van ’hoogerhand’, lees ’Den Haag’, was in dat jaar bij de Gemeente Texel bericht ontvangen dat er op enigerlei wijze bezuinigd moest worden op het budget van de Zeevaartschool. Een bedrag van fl 4000,- werd genoemd, hetgeen uiteindelijk leidde tot een bezuinigingsronde, welke naast het opheffen van de B klasse ook het ontslag van Pieter Vijn tot gevolg had. Het echtpaar Vijn verhuisde van Texel naar Heemstede, waar Vijn zijn studie weer oppakte. Met succes, in juli 1926 slaagde hij voor het laatste gedeelte van de middelbare akte wis- en zeevaartkunde, weer een jaar later gevolgd door het 1e gedeelte van de akte Zeemanschap-Practische Zeevaartkunde N XV.
In 1927 solliciteerde hij, als één van drie kandidaten, naar de, door het vertrek naar Amsterdam van directeur Hazewinkel, vrijgekomen positie van directeur-leraar aan de Gemeentelijke Zeevaartschool Texel. Per 1 september 1927 werd hij op deze positie benoemd. Vanaf 30 augustus woonde het echtpaar Vijn weer op Texel. Tot 1931 vervulde Vijn met succes deze functie.
In dit jaar solliciteerde hij, met positief resultaat, naar de positie van directeur van de prestigieuze ‘De Ruyter’ Zeevaartschool te Vlissingen. Het echtpaar Vijn verliet Texel en vestigde zich per augustus1931 inVlissingen. Zijn directeurschap duurde van 1 september 1931 tot 1 september 1956. Vijn’s 25 jarig jubileum viel samen met zijn afscheid van de De Ruyterschool. Dit feestelijke gebeuren werd uitgebreid gevierd in gerenommeerde hotel Britannia. Op de De Ruyterschool leeft de naam van Pieter Vijn voort in de naar hem vernoemde ’Pieter Vijn’zaal. Op zaterdag 22 en zondag 23 september 1962 vond de eerste, door oud-leerling en Shell kapitein Wim Peeters georganiseerde reünie van oud-leerlingen van de voormalige Zeevaartschool Texel plaats. Onder de aanwezige gasten…Pieter Vijn. Mevrouw Naantje Vijn-Wuis was op 22 september 1959 te Vlissingen overleden. Op 15 september 1979, twintig jaar na de dood van zijn echtgenote, overleed Pieter Vijn op de leeftijd van negenentachtig jaar. Beiden vonden hun laatste rustplaats op de Algemene Begraafplaats van Den Burg.

Jan Abraham Hazewinkel

De in 1885 geboren Jan Abraham Hazewinkel, zelf oud-kwekeling (jvi 1900) was na een bijzondere loopbaan op zee, hij was de jongste gezagvoerder ooit bij de Holland Amerika Lijn, een zestal jaren, 1917 tot 1923, leraar geweest aan de Kweekschool voor de Zeevaart. In het in 1930 uitgegeven, door J.H.Hoogendijk (jvi 1904) geschreven boek ’De Nederlandsche Koopvaardij in Oorlogstijd’, is een uiterst spannend en tegelijkertijd merkwaardig verhaal over de aanvaring op 11 maart 1916 op de Noordzee met een mijn van het onder Hazewinkel’s commando varende s.s Zaandijk, opgenomen. In 1923 werd Hazewinkel het slachtoffer van de ook toen al aanwezige bezuinigingsdrift en werd hij door het bestuur van de Kweekschool voor de Zeevaart op wachtgeld gesteld. Hij solliciteerde naar de, door het vertrek van de markante P.Bossen, vacante functie van directeur van de Gemeentelijke Zeevaartschool op Texel. Bossen was van 1900 tot 1913 zelf ook als leraar wis- en zeevaartkunde aan de Kweekschool voor de Zeevaart verbonden geweest. Hazewinkel’s benoeming op Texel volgde per begin van het cursusjaar 1924 en zou duren tot 1927. Dat Hazewinkel van vele markten thuis was blijkt uit het feit dat hij naast directeur-leraar van de Zeevaartschool ook de functie van Commissaris van het Reddingswezen Texel vervulde. Tijdens zijn directeurschap op Texel gaf Hazewinkel blijk nog over dezelfde onverschrokkenheid te beschikken als getoond bij de aanvaring van het s.s. Zaandijk. Op dinsdag 10 augustus 1926 werd op het strand van De Koog een reddingsdemonstratie gegeven, waarvoor de plaatselijke reddingboot op de wagen met paarden naar zee werd gebracht. Met het lijnvuurpijltoestel werd vanaf het strand een lijnverbinding gemaakt met de reddingboot, waarna aansluitend nog een demonstratie gegeven werd met het op het strand aanwezige reddingmateriaal. Directeur Hazewinkel, met een groep leerlingen van de zeevaartschool bij de demonstratie aanwezig, begaf zich met reddingboei, zwemvest en lijn in zee, eerst lopend en daarna zwemmend, daartoe gedwongen door de diepte van het water. De demonstratie kon als goed geslaagd beschouwd worden.  

In het jaar 1927 werd Hazewinkel wederom leraar Wis-en Zeevaartkunde aan de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam en bleef dit tot aan zijn pensioen in 1950. In het jaarboekjeVOK 2009-2010, werd onder de kop ’Die Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam was gewoon een superschool in die tijd’ het verhaal verteld van Viceadmiraal Koninklijke Marine Berend Veldkamp (jvi 1940). In dit verhaal werd een beeld geschetst van Hazewinkel’s bijzondere manier van lesgeven. Deze had n.l. zijn lesstof uiterst precies afgepast over het studiejaar. Als de bel ging en daarmee het einde van het lesuur werd aangekondigd, hield hij midden in een zin op. Bij de eerstvolgende les pakte hij de draad  van de lesstof weer op bij het laatst uitgesproken woord.

Van Kweekschool tot Kweekvijver

Uit de korte levensbeschrijvingen van Vijn en Hazewinkel komt duidelijk naar voren dat de Amsterdamse Kweekschool voor de Zeevaart in het relatief kleine wereldje van Zeevaartkundige opleidingen in ons land in het algemeen, maar voor Texel in het bijzonder, een belangrijke rol speelde. Het predikaat ’Kweekvijver voor het Nederlandse Zeevaartkundige Onderwijs’ zou zeker niet misstaan hebben. Gedachten voortkomend uit niet zomaar een gesprek aan de bar. En nu Schoot-Ân!  

Auteur: Ed Vermeulen, september 2011  

Bronnen:
Archief Gemeente Texel
Archief Texelse Courant
Familiearchief Herlé
Jaarboekje VOK 2009-2010
VOKabulaire augustus 2011

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Waddenzee.

Foto: Familiearchief Herlé

Zeevaarders toeren met hun dames over Texel. V.l.n.r Johannes Herlé, op de motorkap Truus Kikkert, staand jongedame Dijt, Frans Tjallingii. Mogelijk was de auto met het kenteken G-21959 het eigendom van de familie Dijt. Herlé en Tjallingii waren leerlingen van de ZVS Texel. Beiden waren in de kost bij Mej. Barendina Witvliet op het adres Waalderstraat 31, Den Burg. Foto zeer waarschijnlijk gemaakt in 1929.

Foto: Familiearchief HerléFoto: Familiearchief Herlé

Foto: Ed Vermeulen, Baarn

Het graf van Barendiena Witvliet en haar ouders op de Algemene Begraafplaats, Den Burg, Texel. Foto gemaakt in 2008. Mej. Witvliet woonde aan de Waalderstraat 31 en hield hier pension. Zowel Johannes Herlé als ook Frans Tjallingii vonden hier een gastvrij onderkomen. Op zondagmorgen 13 april 1930 overleed hier Frans Tjallingii. Op woensdag 16 april vertrok de rouwstoet vanaf dit adres. Op de plek van dit niet meer bestaande oud-Texelse huis bevindt zich nu op de nummers 29 en 31 de fraaie bloemenwinkel van Bert van der Wal.

Foto: Ed Vermeulen, BaarnFoto: Ed Vermeulen, Baarn

Foto: Familiearchief Herlé

Poseren bij het wrak van de Hoydal. Deze Noorse, met hout geladen, driemastschoener strandde op 25 november 1928 nabij paal 20, De Koog, Texel. Tot ver in de jaren tachtig van de vorige eeuw was het wrak bij laag water te zien. Na de zandsuppleties van de afgelopen jaren is het wrak onder het zand verdwenen.
Op deze, zeer waarschijnlijk in 1929 gemaakte foto zien we v.l.n.r Johannes Herlé, Truus Kikkert, jongedame Dijt, Frans Tjallingii.

Foto: Familiearchief HerléFoto: Familiearchief Herlé

Collectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel.

Truus Kikkert bij de winkelingang van Boekhandel Parkstraat, Den Burg. Vast aanloop-en ontmoetingspunt voor de Zeevaarders, die hier hun studieboeken en andere schoolspullen kochten. Truus werkte hier en is afgebeeld samen met Hanny Duinker, het dochtertje van de eigenaar. De foto is waarschijnlijk gemaakt in 1930 of 1931. Op het adres Parkstraat 10 bevindt zich nu Kantoorvakhandel Langeveld & De Rooij.

Collectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel.Collectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel.

Foto: Familiearchief Herlé

Vertrek van het instruktieschip Prins Hendrik vanuit de haven van Oudeschild, dinsdag 12 mei 1931. Aan boord waren naast de staf en de vaste bemanning, zestien leerlingen van de Zeevaartschool Texel. Woensdag 20 mei meerde de Prins Hendrik weer af in de haven van Oudeschild.

Foto: Familiearchief HerléFoto: Familiearchief Herlé

Foto: Familiearchief Herlé

Zeevaarders voor de ingang van de Zeevaartschool aan het Schilderend. Staand derde van links F.W. Moerbeek, knielend rechts,met pijp, Martinus Liotard, een Indische jongen. Liotard was een goede voetballer en vast lid van het team van de ZVS. Foto waarschijnlijk gemaakt in 1930.

Foto: Familiearchief HerléFoto: Familiearchief Herlé

Foto: Collectie Wil Hamers

Bootsman de Gooijer, (oud) bootsman van de Koninklijke Marine op het dek van het instruktieschip Prinses Juliana. Hij gaf les in o.a. schiemannen en roeien. De Gooijer maakte ’s avonds een ‘Wacht te kooi’-ronde door Den Burg, waarbij hij kontroleerde of de Zeevaarders op tijd binnen waren. Foto gemaakt in april 1932.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Bootsman de Gooijer te midden van de vaste bemanning van het instruktievaartuig Prinses Juliana, de opvolger van de Prins Hendrik, met links twee Zeevaarders. Foto gemaakt in april 1932.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Familiearchief Herlé

De tanker m.s Merula (N.V. Petroleum Mij ‘La Corona’) in aanbouw op de werf van de Nederlandse Scheepsbouw Mij. (NSM) te Amsterdam. Ook het s.s Tjisadane (Java-China-Japan-Lijn) was hier in aanbouw. Beide schepen hebben in de Tweede Wereldoorlog een rol van betekenis gespeeld. Foto gemaakt zaterdag 16 mei 1931.

Foto: Familiearchief HerléFoto: Familiearchief Herlé

Collectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel

Esplanade, Durban, Zuid Afrika. Deze fraaie kaart, volgens het opschrift ‘a real photograph, hand coloured’ werd door Johannes Herlé, leerling stuurman a/b van het s.s. Klipfontein, vanuit de Zuidafrikaanse havenplaats East London verstuurd naar zijn Texelse vriendin Truus Kikkert. Datum poststempel 8 december 1931.

Collectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, TexelCollectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel

Collectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel

Adreszijde van de vanaf Terschelling naar Texel verstuurde kaart.
De kaart is uitgegeven door Boekhandel Aug. Oepkes, Terschelling.

Collectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, TexelCollectie: Mw. Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel

Collectie: Mw.Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel

Esplanade, Durban, Zuid Afrika. Deze fraaie kaart, volgens het opschrift ‘a real photograph, hand coloured’ werd door Johannes Herlé, leerling stuurman a/b van het s.s. Klipfontein, vanuit de Zuidafrikaanse havenplaats East London verstuurd naar zijn Texelse vriendin Truus Kikkert. Datum poststempel 8 december 1931.

Collectie: Mw.Nel Collou-den Braven, Oudeschild, TexelCollectie: Mw.Nel Collou-den Braven, Oudeschild, Texel

Collectie: Mw.Nel Collou-den Braven, Oudeschild,Texel

De adreszijde van de kaart verstuurd vanuit East London, Zuid Afrika. De foto is gemaakt in opdracht van het S.A.R Publicity Department.

Collectie: Mw.Nel Collou-den Braven, Oudeschild,TexelCollectie: Mw.Nel Collou-den Braven, Oudeschild,Texel

Foto: Collectie Ed Vermeulen

Het m.s Sibajak te Sabang,1935. Deze foto komt uit het fotoalbum van Douwe van der Wal (1913-1992). Douwe, afkomstig uit Leeuwarden, vertrok in 1935 als fuselier Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) naar het voormalige Nederlands Indië. Hij diende bij het KNIL tot de ontbinding per Koninklijk Besluit No. K 309, getekend door Koningin Juliana op 20 juli 1950 en aansluitend bij de Koninklijke landmacht (KL) tot 1956. De Sibajak vertrok op 12 juni 1935 vanuit haar thuishaven Rotterdam naar Tandjong Priok. Voorafgaande aan deze reis had Johannes Herlé van 24 januari 1934 tot 27 mei 1935, inmiddels in het bezit van zijn 3e rang, als leerling stuurman op de Sibajak gevaren.

Foto: Collectie Ed VermeulenFoto: Collectie Ed Vermeulen

Foto: Collectie Jan G. Nierop, Maritiem Trefpunt Almere.

Het m.s Sibajak ‘ Grand Old Lady’ van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. De kiel van het m.s Sibajak werd gelegd op 24 maart 1926 bij werf De Schelde te Vlissingen. Het schip met de roepletters PHMD werd opgeleverd op 28 januari 1928. De Sibajak vertrok op 8 februari 1928 vanuit Rotterdam voor haar eerste reis naar Batavia. In 1959 werd het schip voor de sloop verkocht naar Hong Kong. In de tussenliggende jaren maakte de Sibajak in totaal 155 reizen voor de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.

Foto: Collectie Jan G. Nierop, Maritiem Trefpunt Almere.Foto: Collectie Jan G. Nierop, Maritiem Trefpunt Almere.

Foto: Familiearchief Herlé

Klassefoto Zeevaartschool Texel met rechts achter directeur-leraar Pieter Vijn. Middelste rij links Johannes Herlé. Rechts Martinus Liotard. In het midden het gezicht van waarschijnlijk J.Cr. Chin Teng Fung, zoon van Chinese ouders die rechtstreeks vanuit China naar Nederland waren gekomen. Chin heeft na zijn eindexamen gehaald te hebben niet gevaren. Hij had later een groentenwinkel in Den Helder. Weer later is hij naar Suriname vertrokken. Foto waarschijnlijk gemaakt in studiejaar 1930-1931.

Foto: Familiearchief HerléFoto: Familiearchief Herlé

Foto: Collectie Maritiem Instituut De Ruyter, Vlissingen

Het lerarencorps van Maritiem Instituut De Ruyter, Vlissingen.
Vooraan, tweede van rechts directeur Pieter Vijn.
Op één na, dragen allen een hoed. Een prachtig tijdsbeeld uit de jaren 1950-1956.

Foto: Collectie Maritiem Instituut De Ruyter, VlissingenFoto: Collectie Maritiem Instituut De Ruyter, Vlissingen

Foto: Familiearchief Hazewinkel

Jan Abraham Hazewinkel (jvi 1900), geboren in 1885, in het uniform van leerling Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam. Jvi staat voor ‘jaar van intrede’, het jaar waarop begonnen wordt met de studie aan de Kweekschool voor de Zeevaart. Deze foto is in de jaren 1900-1903 gemaakt door Photographie Société Anonyme Dir. H.C de Graaff, gevestigd aan Koningsplein 1, gebouw Kosmos, in Amsterdam.

Foto: Familiearchief HazewinkelFoto: Familiearchief Hazewinkel

Foto: Familiearchief Hazewinkel

Binnenplaats van de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam met Kwekelingen in werktenue. Links het betonnen oefenschip de driemaster ‘Kaatje’, rechts het sportterrein (hockeybaan en speelterrein). De fotokaart dateert uit periode 1900-1903, de jaren dat Jan Abraham Hazewinkel de school bezocht en is uitgegeven door de N.V A.J Nuss te Amsterdam. De Kweekschool voor de Zeevaart sloot haar deuren in 2000. Kaatje III, de laatste versie van het oefenschip, werd op 28 april 2001 van Amsterdam naar haar nieuwe bestemming, de Enkhuizer Zeevaartschool, vervoerd.

Foto: Familiearchief HazewinkelFoto: Familiearchief Hazewinkel

Foto: M.Lindenborn , collectie Jan G. Nierop, Maritiem Trefpunt Almere

Een prachtige door M.Lindenborn gemaakte foto van het s.s Zaandijk van de Holland Amerika Lijn (HAL). Jan Abraham Hazewinkel was in de periode december 1915 – januari 1917 kapitein van dit schip en tegelijkertijd de jongste kapitein van de HAL ooit. Op 11 maart 1916 kwam het schip op de Noordzee in aanvaring met een mijn. De ontploffing die hierop volgde zorgde voor grote schade aan met name de kettingbak. Uiteindellijk heeft het schip veilig de haven van Amsterdam bereikt. Kapitein Hazewinkel heeft dit ongeval vastgelegd in verhaalvorm. Zijn boeiende en vooral ook opmerkelijke verhaal is opgenomen in het door J.H.Hoogendijk geschreven en in 1930 uitgegeven boek ‘De Nederlandsche Koopvaardij in den Oorlogstijd’.
Dit boek werd op 14 juli 1931 uitgereikt aan Johannes Herlé en zijn klasgenoot J.Kramer als prijs voor het hoogst behaalde aantal punten tijdens het eindexamen van de opleiding 1929-1931 van de voormalige Zeevaartschool Texel.

Foto: M.Lindenborn , collectie Jan G. Nierop, Maritiem Trefpunt AlmereFoto: M.Lindenborn , collectie Jan G. Nierop, Maritiem Trefpunt Almere

Foto: Familiearchief Hazewinkel

Foto uit het album van Jan Abraham Hazewinkel, met als onderschrift: ‘In de hut ss Amsteldijk 1913’. Tekst op foto: ‘Kijkje in de hut van den 1e stuurman (J.A.Hazewinkel links). De bewuste patrijspoort waarvoor nu zeer huiselijk de kanarievogel hangt’. Opmerkelijke details: veel familiefoto’s en rechts naast de kooi met kanarie een olielampje. Let ook op de ietwat slordige bedrading naar de twee geëlektrificeerde lampjes. De persoon rechts bekijkt in het fotoalbum van Hazewinkel de foto’s van de op 21 april 1910 uitgebroken brand aan boord van het s.s Sommelsdijk (Holland Amerika Lijn) liggende in de Maashaven van Rotterdam.

Foto: Familiearchief HazewinkelFoto: Familiearchief Hazewinkel

Foto: Familiearchief Hazewinkel

Jan Abraham Hazewinkel, leraar Wis-en Zeevaartkunde aan de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam. Foto gedateerd 1923.
Kort daarna zou Hazewinkel benoemd worden tot directeur van de Zeevaartschool op Texel. Hij heeft deze functie bekleed tot het jaar 1927.

Foto: Familiearchief HazewinkelFoto: Familiearchief Hazewinkel

Foto: Ed Vermeulen, Baarn

Voormalige directeurswoning Zeevaartschool, Schilderend 40, situatie 2010. De woning stond en staat nog steeds recht tegenover het gebouw van de voormalige Zeevaartschool. De gevel vertoont nagenoeg dezelfde verdeling als gebruikt bij de Zeevaartschool. In de periode 1924-1927 woonde hier directeur Hazewinkel met zijn gezin, later woonde hier ondermeer huisarts R. Coutinho, met naast praktijk ook apotheek aan huis.

Foto: Ed Vermeulen, BaarnFoto: Ed Vermeulen, Baarn

Foto: Familiearchief Hazewinkel

Onder het toeziend oog van directeur Zeevaartschool Hazewinkel (links), in zijn functie als commissaris van het Reddingswezen Texel, samen met een aantal van zijn leerlingen (rechts), vindt een oefening plaats van de reddingboot van De Koog. Foto gedateerd 1923.

Foto: Familiearchief HazewinkelFoto: Familiearchief Hazewinkel

Foto: Familiearchief Hazewinkel

Schipper Koopman, staand midden, en bemanning van de reddingboot station De Koog, Texel, tijdens een oefening in 1922. De reddingboot werd met behulp van paarden en een oplegger vanaf het boothuis naar het strand vervoerd. Het boothuis bevond zich halverwege de huidige Badweg, en werd eind 19e eeuw op het hoge gedeelte van het strand gebouwd. In de Tweede Wereldoorlog, werd het boothuis tijdens de Georgische Opstand, in april 1945, zwaar beschadigd.

Foto: Familiearchief HazewinkelFoto: Familiearchief Hazewinkel

Foto: Familiearchief Hazewinkel

Directeur Hazewinkel en bootsman de Gooijer te midden van leerlingen van de Zeevaartschool Texel aan boord van het instruktieschip Prins Hendrik tijdens de jaarlijkse instruktiereis. Gedateerd mei 1925.

Foto: Familiearchief HazewinkelFoto: Familiearchief Hazewinkel

Publicatiedatum: 08/02/2012

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.