IJmuiden: “Ik zit al mijn hele leven tussen de vis”

Charles Zorgdrager is geboren en getogen in IJmuiden, "Een plek waar eigenlijk niemand wil wonen, maar als je er eenmaal woont wil je nooit meer weg."

Charles Zorgdrager

Charles Zorgdrager Keurmeester bij de visafslag, IJmuiden

De ziel van IJmuiden

Charles Zorgdrager is geboren en getogen in IJmuiden, “Een plek waar eigenlijk niemand wil wonen, maar als je er eenmaal woont wil je nooit meer weg.” De keurmeester werkt al dertig jaar bij de visafslag. In die tijd heeft hij veel zien veranderen, maar vis is en blijft volgens hem de kern van IJmuiden. De hoogovens, het tegenwoordige Tata Steel, is ook belangrijk, maar “de ziel van IJmuiden is en blijft de vis en de visserij.”

Vis is een belangrijke bron van inkomsten voor IJmuiden. Niet alleen voor de mensen die er werken, maar ook de toeleverende bedrijven, de bedrijven die de vis verwerken en uiteindelijk ook voor de bakker en de slager. Charles vertelt: “Toen ik hier dertig jaar geleden kwam, was de visafslag veel groter. We gebruiken nu ongeveer een vierde van het oppervlakte van toen. De onderkant, de waterkant werd gebruikt om vis te sorteren en de bovenkant, aan de wegkant waren allerlei visbedrijfjes. Van die donkere obscure hokjes waar vis verwerkt werd. De mensen stonden ook buiten de visafslag vis te fileren en te sorteren voor de bedrijven zelf. Zo was er de hele dag reuring.

Op een gegeven moment werd de afslag vernieuwd of eigenlijk vernield. De visbedrijfjes werden allemaal gesloopt en daar kwam een nieuw stuk afslag voor in de plaatst. De bedrijven werden allemaal elders in IJmuiden gehuisvest. Een stuk gezelligheid verdween, maar daarvoor kwam natuurlijk wel een hoop werkgemak voor in de plaats. Er zijn tegenwoordig veel minder mensen werkzaam in en om de afslag. De rest moest sinds die tijd hun werkzaamheden elders zoeken.”

Afwachten

De afslag zelf, de verkoop, is tegenwoordig nu heel anders geregeld. Vandaag de dag zitten de kopers naar een beeldscherm te turen. Zorgdrager: “Vroeger stonden er twintig, dertig of soms wel vijftig mensen om een partij vis heen met twee afslagers, verkopers, erbij en daarbij werd de prijs afgeroepen. Op het moment dat je dacht ‘voor die prijs wil ik wel gaan kopen’, dan riep je ‘ik’ of ‘mijn’, of je gaf een ander seintje en dan mocht je vertellen hoeveel kisten en welke kisten vis je wilde hebben.”

De viskeurder vindt het moeilijk om in de toekomst te kijken: “Dertig, veertig jaar geleden was het visaanbod vooral kabeljauw, schelvis, wijting, schol en tong. Vandaag de dag zijn schelvis en wijting goeddeels verdwenen en daar hebben we andere vissen voor teruggekregen. Rode poon, de rode mul, zeebaars en inktvissen, dat soort dingen, zagen we vroeger nooit, maar is Dat nu dagelijkse aanvoer. Wat dat in de toekomst wordt, moeten we afwachten.”

Publicatiedatum: 20/07/2011