Polder van Berouw (Uitgeest)

Dit is geen verzonnen titel. Ooit bestond er aan de voet van het Uitgeestermeer een poldertje met de naam Polder van Berouw, een naam die vraagt om een verhaal. Jammer genoeg weten we niet waar die naam vandaan komt. Wie en wanneer ooit in die polder ergens berouw van heeft gehad, blijft een mysterie. Maar die polder met zijn mysterieuze naam heeft wel een ander verhaal te bieden, een verhaal van ruzies en stijfkoppige gelijkhebberij. Tegenwoordig geldt de term 'poldermodel' als synoniem aan harmonie en overleg. Daarvan was in de Polder van Berouw tussen 1850 en 1864 niets te merken. Het rommelde in de polder.

Achtergrond van een conflict

Op de plaats van de Polder van Berouw liggen nu een recreatieterrein met picknicktafels, een kleine camping en een jachthaven. Aan de noordkant ligt de dijk van het Uitgeester- of Alkmaardermeer. Aan de zuidkant ligt de Lagendijk. In 1850 dook er een groot conflict op over de vraag wie verantwoordelijk was voor het onderhoud van die dijken. De Lagendijk was de noordelijke begrenzing en tevens waterkering van de oude Uitgeesterbroekpolder. De Polder van Berouw ontstond waarschijnlijk doordat particulieren – we weten overigens niet wanneer – een ondiep stuk van het meer drooglegden en dit als het ware aan de Uitgeesterbroekpolder toevoegden. Het nieuwe poldertje loosde zijn overtollig water via twee duikers (stenen pijpen) door de Lagendijk op de boezem van die polder. Er is sprake van een contract tussen de grondbezitters van de Polder van Berouw en het bestuur van de Uitgeesterbroekpolder. In dat contract zouden regels vastgesteld zijn over de wederzijdse verantwoordelijkheden. Maar dat contract was zoekgeraakt, en dat was lastig want er waren problemen.

Kaart van Uitgeest (detail).

Kaart van Uitgeest (detail).Kaart van Uitgeest (detail).

Lekkende dijken en wateroverlast

Die problemen begonnen in 1850. De meerdijk aan de noordkant van de Polder van Berouw lekte met als resultaat een extra hoeveelheid overtollig water dat door de duikers in de Uitgeesterbroekpolder terechtkwam. Die moest het maar wegpompen. Volgens de boeren die hun bedrijf aan de zuidkant van de Lagendijk hadden, ging het om veel water en hadden zij daarvan heel wat overlast te verduren. Het was zaak de meerdijk eindelijk eens goed waterdicht te maken. Van die noodzaak was iedereen overtuigd, maar wie moest daarop worden aangesproken? De grootste grondbezitter in de Polder van Berouw, Arie Bakkum, wist het wel. ‘Ik val onder de Broekpolder want ik betaal polderlasten en de dijk valt onder de schouw’. Daarmee bedoelde hij dus dat de polder toezicht op de dijk hield en daarom ook voor het herstel moest zorgen. ‘Niets van aan’, stelde het polderbestuur hier tegenover, ‘de dijk om de Polder van Berouw is sinds eeuwen door de eigenaren onderhouden’. Dat was geregeld in dat onvindbare contract. Boer Bakkum nam de zaak hoog op. Zijn advocaat sommeerde het polderbestuur dat contract dan eindelijk eens te laten zien. Tja …

Naar hogere autoriteiten

Bakkum, zoveel is duidelijk, was geen man van het poldermodel avant la lettre. Hij weigerde hardnekkig in goed overleg een oplossing te zoeken. De benadeelde boeren, het polderbestuur en boer Bakkum legden hun zaak verschillende keren voor aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Dit college kwam in 1858 door gebrek aan bewijs – het onvindbare contract – niet tot een oordeel. Inmiddels was in de polder de zaak geheel uit de hand gelopen. Toen er weer eens te veel water uit de Polder van Berouw stroomde, sloot het bestuur van de Uitgeesterbroekpolder de duikers af. De volgende dag hadden de knechten van Bakkum die afsluiting al weer ongedaan gemaakt. Bakkum voelde zich nu zo in zijn rechten aangetast dat hij niet langer zijn polderlasten betaalde. De zaak werd voor de rechter gebracht, maar die ontsloeg Bakkum van rechtsvervolging voor het verbreken van de afsluitingen van de duikers. En zo ging het nog even door. In 1861 weigerde Bakkum een gat in de meerdijk te herstellen. Uiteindelijk deed het polderbestuur dat en zond Bakker de rekening. Die betaalde niet.

Een oplossing

In 1862 kwam er een kentering in de zaak. Gedeputeerde Staten weigerden toen het verzoek van Bakkum om het polderbestuur op te dragen de meerdijk te herstellen. Een deel van de kruin van die dijk was namelijk weggeslagen. Bakkum wendde zich in 1863 met een rekest tot de Koning. Hij verzocht daarin de vernietiging van het besluit van Gedeputeerde Staten. Zijne Majesteit besloot op 18 maart 1864 dit verzoek niet te honoreren. Daarmee kwam de kwestie ten einde. Bakkum liet zijn verzet varen en werd zelfs in 1872 als bestuurslid van de Uitgeesterbroekpolder, de oude vijand, aangetroffen. In 1896 kocht die polder uiteindelijk Bakkums dijk voor een prijs van 1800 gulden per hectare. De rust in de polder was weergekeerd.

Bron

* F. Wentink Dzn., Een requiem voor een polder. Een terugblik in de historie van de laatste eeuw van het Waterschap de Uitgeester- en Heemskerkerbroek (Heemskerk 1976).
 
* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 05/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.