Polder Oostzaan moet blijven bestaan

Het is bijna onvoorstelbaar maar echt waar: in 1968 telde de provincie Noord-Holland maar liefst 193 waterschappen. Die hadden ieder een eigen bestuur en een eigen belasting om het gemaal te laten draaien en de polderdijkjes te onderhouden.

Het merendeel van al die waterschapjes was absoluut niet opgewassen tegen de eisen van de moderne tijd. De provincie begon daarom met een actieve concentratiepolitiek. Er moesten grote, deskundige en slagvaardige waterschappen komen. Dit beleid riep de nodige weerstand en verzet op, zeker in de Polder Oostzaan.

Doorzetter Van Dis

De uitvoering van de waterschapsconcentratie viel toe aan gedeputeerde drs. J. van Dis Hzn. Hij was een korte, gedrongen man met een geweldig doorzettingsvermogen en groot plichtsbesef. Van Dis wist ook wat er op het spel stond. Hij kwam uit Fijnaart in West-Brabant en zag daar in 1953 met eigen ogen een vrachtwagen met de lijken van tijdens de grote watersnoodramp verdronken mensen voorbijkomen. De discussie ging gedeputeerde Van Dis nooit uit de weg. Hij zei over zichzelf: “Ik min de strijd. Moeten we wachten? Maar mensen, dan komen we er nooit!” Inspraak op niveau vond Van Dis prima, maar hij zorgde wel dat de trein altijd hard bleef doorrijden. Het zal duidelijk zijn dat de redelijk regenteske Van Dis grote weerstanden opriep. Hij werd zelfs wel ‘de kleine dictator’ genoemd.

 

Gedeputeerde J. van Dis. Achter hem dijkgraaf Lo de Ruiter van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen, juli 1974.

Gedeputeerde J. van Dis. Achter hem dijkgraaf Lo de Ruiter van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen, juli 1974. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Fusie in Waterland

In de regio tussen de Zaan, Oosthuizen en Amsterdam-Noord wilde Van Dis toe naar één enkel nieuw groot waterschap. Dat was erg moeilijk omdat de verschillen in dit gebied niet gering waren. Men vond er grote droogmakerijen als de Beemster en de Purmer. Maar er waren ook hele kleine veenpoldertjes als de Hobrederkoog bij het gelijknamige dorpje. De lasten varieerden sterk. In de Beemster betaalde een boer begin jaren zeventig 175 gulden per hectare, maar dat was elders slechts 30 gulden. Toen Van Dis op 24 maart 1972 in ‘De Doele’ in Purmerend zijn plannen bekend maakte, kreeg hij dan ook een lawine van kritiek over zich heen. Bovendien wilde de gemeente Amsterdam heel Amsterdam-Noord buiten het nieuwe waterschap houden en daar zelf het waterbeheer gaan doen. De geplande ringweg (A10) moest de grens vormen. Maar dat was onlogisch omdat de ring vol met viaducten zat en dus geen waterkering was. Bovendien kon het op te richten waterschap de inkomsten uit het dicht bevolkte stadsdeel slecht missen. Bij dit alles kwam dan nog het verzet van de Polder Oostzaan.

 

Statenvergadering 21 juni 1978: actievoerders uit Oostzaan op de publieke tribune.

Statenvergadering 21 juni 1978: actievoerders uit Oostzaan op de publieke tribune. In het midden gedeputeerde Van Dis. “Die kans krijg ik nooit meer”, stelde hij in de krant. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Concentreren in Oostzaan niet proberen

In Oostzaan wilde de bevolking nul komma niets van de waterschapsconcentratie weten. Daar werd onder leiding van polderbestuurder en veefokker Jan Bindt keihard op het behoud van de eigen zelfstandigheid ingezet. Argumenten hiervoor waren dat de bijzondere veenpolder Oostzaan niet zonder grondige kennis van eigen mensen beheerd kon worden. En natuurlijk zou alles met dat nieuwe waterschap veel duurder worden. Toen er eindelijk een concentratieplan lag, dienden maar liefst 2563 inwoners uit Oostzaan een bezwaarschrift in. Bij de vergaderingen van Provinciale Staten in Haarlem vulden met spandoeken bewapende Oostzaners iedere keer de publieke tribune. Er werd zelfs in mei 1980 een briefkaartenactie naar de Tweede Kamer op touw gezet om de concentratie tegen te houden. Op die kaarten stond een spotprent van een als doodgraver vermomde Van Dis die met een grote deegroller Oostzaan platwalste.

Gedenkbord opheffing waterschappen.

Alle bestuurders van de opgeheven waterschappen kregen van de provincie dit gedenkbord cadeau. Bovenaan als symbool van goed bestuur een roer. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

 

Van ‘De Waterlanden’ naar ‘Hollands Noorderkwartier’

Het verzet uit Oostzaan vertraagde de concentratie zeker met een jaar. Maar op 1 januari 1981 ging toch het nieuwe Waterschap De Waterlanden van start. In één klap verdween een hele serie waterschappen voorgoed van het toneel. W. de Boer, vertegenwoordiger van de veenpolders, werd de eerste dijkgraaf. Langzaam groeide er onder zijn leiding een nieuwe eenheid. Het in Middenbeemster gevestigde Waterschap De Waterlanden ging op zijn beurt op 1 januari 2003 op in een nog grotere organisatie: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit zorgt tegenwoordig voor droge voeten, solide dijken, schoon water in de sloot en goede wegen in heel Noord-Holland boven het Noordzeekanaal inclusief het eiland Texel. Overigens werkten Waterschap De Waterlanden en de andere vijf fusiepartners volop mee aan hun opheffing. Want men zag zelf heel duidelijk in dat er een groter verband nodig was voor goed waterbeheer.

Publicatiedatum: 07/06/2011