Overlaan

Aan het Raadhuisplein 9 in Heemstede staat een laag en breed witgepleisterd pand met in de middenas een balkon gedragen door twee vrijstaande slanke zuilen. Het huis wordt doorgaans gedateerd in het begin van de negentiende eeuw, toen het de kern vormde van buitenplaats Overlaan. Het is echter ook mogelijk dat het veel ouder is en al rond 1700 ontstond.

Grond en verpachting

In 1684 werd de grond ter plaatse van het latere Overlaan door Vincent van Bronkhorst in erfpacht gegeven aan ene Cornelis Kock. Of er toen al een huis stond is onbekend. Bij overdracht in 1707 stond er in ieder geval een huis en lag er een tuin. Na een aantal maal van eigenaar te zijn verwisseld werd de erfpacht op de grond met huis en tuin in 1758 verkocht aan mr. David van Lennep en zijn schoonzuster Hester Barnaart. Zij verkochten het in 1765 door aan Leendert Pieter de Neufville, die het bosje ervoor ook pachtte, waar nu het raadhuisplein ligt. Van 1777 tot 1792 werd het geheel gepacht door Johannes der Kinderen en was het huis opgedeeld in zes woningen.

Raadhuisplein met zicht op onder andere “Overlaan”. 1999 . Beeld: Noord-Hollands Archief

Buitenplaats Overlaan

De Amsterdamse notaris Hendrik ten Broek verwierf de grond met het huis en de tuin in 1792 en breidde het in de tien jaar daarna sterk uit met omliggend land. Hij was de stichter van buitenplaats Overlaan, met behalve het herenhuis een koetshuis, twee dienstwoningen, stallen en een koepel. De tuin werd ingericht met twee landschappelijke plantsoenen, een goudvissenkom, vijvers, bos met slingerpaden en een moestuin. De overige gronden bestonden uit wei- en teellanden. Overlaan bestond toen uit vier erfpachtgronden. De weduwe van Ten Broek droeg het geheel in 1816 over aan Cornelis Joachim Rendorp, die het aan verschillende partijen verhuurde en in 1818 alweer verkocht.

Het nieuwe in achtiende-eewschen stijl opgetrokken Raadhuis te Heemstede, 1906. Beeld: Noord-Hollands Archief

Negentiende eeuw

Vanaf 1819 viel de buitenplaats uit elkaar. De kern met het huis en bijgebouwen en 200 roeden grond kwam in handen van Pieter Groos, eigenaar van een schilder- en glazenmakersbedrijf. In 1846 verwierf Anthony Brouwer Overlaan en begon er een kostschool. Intussen was bij geen van de overdrachten in de achttiende eeuw of in 1846 sprake van een nieuw gebouwd herenhuis, noch is er ooit sprake van sloop in de archivalia. Het is dus goed mogelijk dat het huidige huis teruggaat tot de periode van Kock, rond 1700.

De kostschool bestond maar vier jaar want in 1850 werd Overlaan verkocht aan Adrian John Hope, de eigenaar van Groenendaal-Bosbeek, die in 1851 eindelijk het recht van erfpacht kon afkopen. Hope liet het huis gebruiken als rentmeesterswoning en verhuurde het in 1855 als raadhuis en veldwachterswoning. De gemeente kon Overlaan in 1873 van de erfgename van Hope kopen. Na vijftig jaar als raadhuis te hebben gediend werd het vanaf 1907 particulier bezit en bewoond. De stallen met koetshuis en de koepel zijn verdwenen. Ook de historische inrichting van de tuin, het bosje en overige gronden is niet meer herkenbaar in de huidige inrichting van het gebied.

Het aanzien van het huis lijkt negentiende-eeuws door de witte bepleistering met blokmotief, de attiek en het balkon op zuilen. Toch zijn dit allemaal twintigste-eeuwse toevoegingen. Tot begin twintigste eeuw had het huis een veel soberder aanzien. De bakstenen gevel werd afgesloten door een kroonlijst zonder attiek en om de deur zat een eenvoudige omlijsting. Achter de gepleisterde gevel gaat waarschijnlijk een veel oudere geschiedenis schuil.

Raadhuisplein, villa Overlaan, 1929. Beeld: Noord-Hollands Archief

Overlaan is een rijksmonument en wordt particulier bewoond.

Publicatiedatum: 30/04/2012