Oud-Loosdrechtse vondsten

Vanwege de geplande bouw van appartementen met parkeergarage aan de Loosdrechtse Plassen is in 2009 aan de Oud-Loosdrechtsedijk in Oud-Loosdrecht een opgraving uitgevoerd. De vindplaats maakt deel uit van de historische kern van Oud-Loosdrecht. Door historisch onderzoek en proefsleuven, archeologische 'kijkgaten', wist men dat het terrein archeologisch waardevol was. Er waren al sporen van onder andere greppels en kuilen en ophogingslagen uit de 14e tot en met de 20e eeuw gevonden. Tijdens de opgraving zijn uit dezelfde periode sporen en vondsten aangetroffen.

Veenontginning

Oud-Loosdrecht is in de late middeleeuwen ontstaan als veenontginningsplaats. De Oud-Loosdrechtsedijk is waarschijnlijk de as van waaruit de ontginningen plaatsvonden. Mensen woonden op de dijk en groeven het veen af voor brandstofvoorziening. Daardoor ontstond het bekende landschap van smalle stroken land met sloten ertussen, zoals het nu nog te zien is.

Luchtfoto Oud-Loosdrecht met de locatie van het plangebied omcirkeld.

Google Maps 14-05-2014.

Luchtfoto Oud-Loosdrecht met de locatie van het plangebied omcirkeld.Luchtfoto Oud-Loosdrecht met de locatie van het plangebied omcirkeld.

Eerste bewoningsfase

Er zijn drie bewoningsfases ontdekt. De eerste fase begon in de 14e eeuw. Langs de dijk vestigden zich boeren. Uit pollenonderzoek is gebleken dat men in de omgeving graan heeft verbouwd. Het belangrijkste product was rogge, en waarschijnlijk zijn ook haver, gerst of tarwe en boekweit verbouwd. Zaden van de aalbes en gewone braam, en hazelnoot en walnoot wijzen erop dat die eveneens werden gegeten. Ook veeteelt werd bedreven. Men heeft waarschijnlijk in alle fasen koeien gehouden en uit de 14e en 15e eeuw is er bewijs voor de aanwezigheid van de hond als huisdier. Er zijn ook overblijfselen gevonden van paarden, varkens en schapen of geiten. Het terrein is in de loop van de tijd meerdere malen opgehoogd, eerst met veen, later met klei- en zandlagen. Uit deze periode zijn geen huizen teruggevonden, maar wel twee waterputten en een aantal kuilen. Deze lagen meestal op het achtererf van boerderijen, dus waarschijnlijk was dit terrein ook zo ingedeeld. Een sloot begrensde het achtererf. Deze is waarschijnlijk rond 1500 gedempt.

Aardewerk vetvanger

Langs de randen van de sloot is hout gevonden dat mogelijk als beschoeiing diende. De sloot was een bron van vondsten. Er kwamen met name aardewerkscherven uit de 14e en 15e eeuw in voor. Een opvallende vondst is een vetvanger van zogeheten Hafner aardewerk, waarschijnlijk afkomstig uit Keulen. Deze werd gebruikt om bij het braden vet op te vangen. De vetvanger heeft een lichtgrijze kleur met een groene waas door loodglazuur.

Witbakkende vetvanger (1300-1425) van Hafner aardewerk met loodglazuur aan de binnenzijde.

Waarschijnlijke herkomst: Keulen. Bron: Huis van Hilde, inventarisnummer: 8809-01.

Witbakkende vetvanger (1300-1425) van Hafner aardewerk met loodglazuur aan de binnenzijde.Witbakkende vetvanger (1300-1425) van Hafner aardewerk met loodglazuur aan de binnenzijde.

Metalen voorwerpen

Naast aardewerk kwam er ook een aantal metalen voorwerpen uit de slootvulling. Er kwamen delen van een leren riem tevoorschijn met de gesp uitgevoerd in koper of messing. Op de gesp zijn rondom bolletjes op de rand aangebracht. Leren schoenen kwamen ook veelvuldig voor. Twee lakenloodjes zijn bewaard gebleven. Lakenloodjes dienden om aan te geven dat een partij (laken)stof was gekeurd en aan bepaalde voorwaarden voldeed. Een van de lakenloodjes komt uit Leiden: de afbeelding aan beide zijden bestaat uit twee gekruiste sleutels, het wapen van deze stad. Van het tweede loodje is slechts een zijde bewaard gebleven. Er is een lelie op afgebeeld, samen met een aantal andere onleesbare tekens.

Leren riem met trapeziumvormige gesp van lood-tinlegering, datering onbekend.

De gesp heeft geen angel, rondom op de rand zijn bolletjes aangebracht. Bron: Huis van Hilde, inventarisnummer: 5241-03.

Leren riem met trapeziumvormige gesp van lood-tinlegering, datering onbekend.Leren riem met trapeziumvormige gesp van lood-tinlegering, datering onbekend.

Lakenloodjes (1300-1500).

Links met twee gekruiste sleutels, het stadswapen van Leiden, inventarisnummer: 5241-02. Rechts met lelie en een aantal onleesbare tekens, inventarisnummer: 5241-01. Bron: Huis van Hilde.

Lakenloodjes (1300-1500).Lakenloodjes (1300-1500).

Houten schaal

Ook bijzonder is dat er relatief veel houten voorwerpen zijn gevonden. Deze vondsten zijn meestal al vergaan. Op de onderkant van een waterkuil lag een houten schaal. Delen van de schaal waren vervormd en er zitten brandplekken op. In het midden van de schaal is een draaicirkel aangebracht. Van een grote schaal was nog een flink gedeelte aanwezig. Ontbrekende delen van de schaal zijn tijdens de restauratie aangevuld. Maar in de 14e eeuw is de schaal ook al gerestaureerd. Langs twee breuken door het midden van de schaal zijn krammetjes gezet. Dat men de schaal repareerde wijst erop dat de bewoners niet rijk waren. De houten schaal, een houten bord en twee houten kommetjes zijn waarschijnlijk als tafelgoed gebruikt.

Houten schaal (1300-1400).

Bron: Huis van Hilde, inventarisnummer: 6208-01.

Houten schaal (1300-1400).Houten schaal (1300-1400).

Tweede bewoningsfase

De tweede bewoningsfase was de 16e en 17e eeuw. Uit deze periode zijn geen sporen van huizen of waterputten aangetroffen. Wel is te zien dat het terrein verschillende malen met een veenlaag is opgehoogd en vanaf de 17e eeuw met kleilagen. Uit die ophogingslagen kwamen wel vondsten. Aan de achterkant van het terrein was een andere sloot in gebruik. Verder wijzen drie kuilen uit deze periode op bewoning. Sporen die wijzen op akkerbouw of veeteelt waren niet aanwezig, mogelijk werd de locatie van die activiteiten opgeschoven en vallen ze buiten het opgravingsgebied.
Op historische kaarten vanaf de 17e eeuw zijn huisjes langs de Oud-Loosdrechtsedijk te zien. Die moeten er dus wel gestaan hebben.

Deksel van tabaksdoos

Uit een van de kuilen kwam een koperen of messing deksel van een tabaksdoos, uit de periode tussen 1620 en 1675. De deksel is gegraveerd met drie luiken, waarvan de buitenste twee gevuld zijn met gestileerde bloemen. De middelste afbeelding is een vrouwenfiguur die met haar rechterhand een bloem omhoog houdt. Onder de vrouw staat een aantal letters, maar ze zijn niet helemaal duidelijk. Het lijkt alsof er ‘Rint’ staat. Dit was misschien de voornaam van de eigenaar.

Deksel van een gegraveerde messing tabaksdoos (1620-1675).

Bron: Huis van Hilde, inventarisnummer: 5241-07.

Deksel van een gegraveerde messing tabaksdoos (1620-1675).Deksel van een gegraveerde messing tabaksdoos (1620-1675).

Loden kruis

Er is uit deze periode veel minder aardewerk gevonden. Het bleef bij enkele scherven van Nederlands roodbakkend aardewerk, steengoed, majolica en faience.
Een leuke vondst waarvan de datering niet precies bekend is, is dit loden kruis. Het is afkomstig uit een kloot, een houten bal die gebruikt werd bij het spel klootschieten.

Loden kruis uit een kloot (1300-1900).

Bron: Huis van Hilde, inventarisnummer: 5241-08.

Loden kruis uit een kloot (1300-1900).Loden kruis uit een kloot (1300-1900).

Recente fase

De derde bewoningsfase, de 19e en 20e eeuw, is weer veel rijker aan sporen en vondsten. De boerderijen werden voortgezet tot in de 18e-19e eeuw, daarna verschenen er burgerhuizen en winkeltjes in het dorp. Deze huizen werden op houten en betonnen palen gefundeerd en zijn dus duidelijk herkenbaar. Ook muurresten van een keldertje en heipalen waren nog aanwezig. Op ieder erf hebben een of twee gebouwen achter elkaar gestaan. Aan de zij- en achterkanten van de huizen lagen bakstenen beerputten. Op historische kaarten zijn ook bijgebouwen te zien, maar die zijn niet aangetroffen. De erven waren ook hier begrensd door middel van sloten. Tot de 19e eeuw werd het achtererf gebruikt voor akkerbouw en veeteelt. Daarna is door veenwinning een groot deel van de percelen in het water verdwenen.
Uit de 19e en 20e eeuw komen voorwerpen van glas, zoals flessen en vensterglas. De aardewerkscherven bestaan vooral uit industrieel wit aardewerk en Europees porselein.
Met de metaaldetector zijn op de stort drie ringen gevonden met een diameter van 3-3,5 cm. Waarschijnlijk zijn dit ringen om gordijnen op te hangen. Ze komen uit een ophogingslaag uit de 16e tot 20e eeuw, dus de datering is niet precies vast te stellen.

Messing ringen, waarschijnlijk gordijnringen (1500-1900).

Bron: Huis van Hilde, inventarisnummers: 5241-05, 5241-06 en 5241-09.

Messing ringen, waarschijnlijk gordijnringen (1500-1900).Messing ringen, waarschijnlijk gordijnringen (1500-1900).

Bron

Dit verhaal is gebaseerd op:
Verduin, J.T., Een archeologische opgraving van het Noordoostelijke deel van plangebied Oud-Loosdrechtsedijk te Oud-Loosdrecht (gemeente Wijdemeren), HOLLANDIA reeks 352, Zaandijk 2011.

Huis van Hilde

Noord-Holland heeft een nieuw archeologisch depot. Huis van Hilde, archeologiecentrum Noord-Holland, werd in opdracht van de provincie Noord-Holland gebouwd in Castricum en ging begin 2015 open. Alle archeologische vondsten en collecties die de provincie in de loop van decennia heeft verzameld worden er opgeslagen. De tentoonstelling in Huis van Hilde omvat de archeologische geschiedenis van Neanderthalers tot de Tweede Wereldoorlog. De vaste opstelling bestaat uit een aantal levensechte mensfiguren, waaronder Hilde en de Steentijdman van Mienakker. Verder zijn er veel nooit eerder getoonde archeologische vondsten te zien. Topstukken zijn drie historische kano’s en enkele middeleeuwse sarcofagen. Het centrum verzorgt ook educatieve activiteiten, tijdelijke tentoonstellingen en evenementen. Meer informatie op www.huisvanhilde.nl, facebook en twitter.

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 19/05/2014