Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie
NL | EN

Oud-Hollandse verkleedpartijen tijdens de Wereldtentoonstelling van 1895

"Even een biertje drinken in de olifant?" Dat hoorde je alleen tijdens de Wereldtentoonstelling van 1895. Op het Museumplein in Amsterdam was een 45 meter hoge olifant met een ‘Wiener Café’ op zijn rug gebouwd. Ook populair was het historische dorp Oud-Holland, waar bezoekers zich even in de 17de eeuw konden wanen.

Officieel wordt de wereldtentoonstelling van 1895 niet meer erkend als echte wereldtentoonstelling. Maar zo stond het in 1895 wel in de krant: ‘Wereld-Tentoonstelling van het Hôtel- en Reiswezen’. Het idee begon bij de Nederlandse Hotelhoudersbond, die voornemens was een kleine internationale vaktentoonstelling te houden. Dit groeide uit tot een grootschalige tentoonstelling op het Museumplein in Amsterdam, die tot ambitie had om Amsterdam als moderne toeristische bestemming op de kaart te zetten.

Johan Braakensiek, Affiche voor de Wereldtentoonstelling voor het Hotel- en Reiswezen te Amsterdam, 1895, Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1912-2449.

Schaatsclubs achter het Rijksmuseum maken plaats voor expositie

Bij de Haagse bankier Abraham Oppenheim werd geld geleend om het evenement te organiseren. De Amsterdamse Skating- en IJsclubs, die toen nog achter het Rijksmuseum gehuisvest waren, stelden na wat geharrewar hun terrein beschikbaar. Comitélid en stadsarchitect Evert Breman ontwierp een tentoonstellingsterrein à 160.000 m², architect Willem Kromhout werd na het winnen van een prijsvraag betrokken bij de inrichting. En zo werd de Wereldtentoonstelling op 11 mei 1895 officieel door de opperceremoniemeester van koningin Emma geopend.

Zoals op elke wereldtentoonstelling was er een hoofdgebouw met expositieruimtes waarin verschillende landen toonden wat zij te bieden hadden op het gebied van economische, culturele en technische vooruitgang. Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en het Verenigd Koninkrijk hadden elk hun eigen afdeling. Andere landen stuurden inzendingen in die op de afdeling ‘Pays Divers’ werden geëxposeerd. Ook was er een ‘Machine-Galerij’ voor bijzondere machines, en een wereldbazaar waar bijouterieën en snuisterijen van over de hele wereld verkocht werden.

Jacob Olie, Geniesoldaten ruimen ijs op in verband met de bouw van de Wereldtentoonstelling van het Hotel- en Reiswezen, 9 maart 1895. Stadsarchief Amsterdam, AANB02735000014.

Volop vermaak: van doolhof tot stoomboot 

Wie voor merkwaardige uitvindingen naar Amsterdam kwam, of een beeld hoopte te krijgen van het productievermogen van verschillende landen, keerde soms met een onvoldaan gevoel naar huis. Daarin bereikte de expositie van het hotel- en reiswezen niet de standaard die inmiddels door andere internationale tentoonstellingen was gezet. ‘Wereldtentoonstelling? Wereldteleurstelling!’ werd er door sommigen zelfs geroepen.

Wie echter op amusement uit was, kon van alles beleven. In de twee hoofdtorens kon men vanaf 40 meter hoogte over de tentoonstelling en de stad Amsterdam uitkijken. Er was een ‘toverschommel’, een grote kermis, fontaines lumineuses, een roetsjbaan, doolhof, luchtballon en een hippodroom (paardenrenbaan), waar zich ‘vrouwspersonen van verdachte zeden’ ophielden. Een minder florissant onderdeel was een diorama van ‘de Duisternissen van Afrika’, waar inwoners van Congo deel van uitmaakten. Helaas was ook deze tentoonstelling wat dat betreft zijn tijd niet vooruit.

In een bassin stond een replica van de mailboot Prins Hendrik – een stoomschip van 90 meter lang en 15 meter breed. Vanaf het dek had men uitzicht over het tentoonstellingsterrein. Wie er een glas bier of andere consumptie nuttigde, werd bediend door de scheepsbemanning in zeemanskostuum. Ook had het nagebouwde schip een rooksalon op het voordek en twee restauratiezalen.

Guy de Coral & Co., Scheepsmodel van de ‘Prins Hendrik’ tijdens de Wereldtentoonstelling voor het Hotel- en Reiswezen op het Museumplein in 1895, Rijksmuseum Amsterdam, RP-F-F00924-C.

Terug in de tijd: Oud-Holland

De grootste attractie van de wereldtentoonstelling was het miniatuurdorp Oud-Holland. Dit was een idee geweest van architect-ingenieur Isaac Goosschalk, die in 1894 voorstelde om het Amsterdam van weleer na te bouwen. Ook andere wereldtentoonstellingen hadden vaak nagebouwde versies van hun gaststad, zoals in Londen, Wenen en Antwerpen.

Van het tentoonstellingscomité mocht het allemaal groter: in plaats van alleen Amsterdam, koos men ervoor om gebouwen uit heel Nederland op te nemen. Anders zouden ‘zoveele andere typische gebouwen uit alle oorden van ons land’ worden gemist. Zo werden er in Oud-Holland gebouwen uit Alkmaar, Amsterdam, De Rijp, Delft, Dordrecht, Egmond, Enkhuizen, Goes, Haarlem, Heemstede, Hoorn, Kampen, Middelburg, Nijmegen, Oudewater, Poeldijk, Utrecht, Veere, Zaltbommel en Zwolle nagebouwd.

Oud-Holland bestond uit een groot marktplein, een grachtje en een binnenplaats. Eén van de meest prominente gebouwen was het oude Amsterdamse stadhuis, dat in 1652 was afgebrand. Ook een replica van de Nijmeegse Kerkboog was een blikvanger. Oplettende toeristen konden bestaande Amsterdamse grachtenpanden herkennen. In de nagebouwde huisjes bevonden zich veelal horecagelegenheden.

Guy de Coral & Co, Gracht met oud-Hollandse gevels tijdens de Wereldtentoonstelling voor het Hotel- en Reiswezen op het Museumplein in 1895, Rijksmuseum Amsterdam, RP-F-F00924-L.

(Iets te?) veel horeca

Volgens sommige bezoekers was het aandeel van de horeca wel erg groot. De zure criticus die zich eerder op een ‘wereldteleurstelling’ waande, noemde het terrein ‘één groote drankinrichting’. Van bars tot tea-rooms, reusachtige flessen en snoezige paviljoentjes, bierhuizen en smulhuizen en zelfs een worstenfabriek: op het terrein waren zo’n 75 horecagelegenheden te vinden. Er werd zelfs een ‘electrisch restaurant’ aangekondigd, waarbij een druk op de knop voor een soort tafeltje-dek-je-effect zou zorgen.

Binnen Oud-Holland deden uitbaters hun best om bezoekers een historisch gevoel te geven. Poffertjes en wafels werden gebakken door vrouwen in ‘oud-hollandsch kostuum’. Friezinnen en ‘Volendammerinnen’ staken bezoekers een spijskaart onder de neus. Ook de Noord-Hollandse cacaofabriek Van Houten had een eigen kiosk, waar men voor 10 cent een goede kop chocolade kon krijgen – geserveerd door ‘een paar lieve Noord-Hollandsche meisjes’.

Medewerksters van een horecagelegenheid in ‘klederdracht’ op de Wereldtentoonstelling van het Hotel- en Reiswezen op de Museumterreinen (Museumplein), 1895, Stadsarchief Amsterdam, ANWD00447000001.

Spreekt 17de-eeuws Neêrlandsch met onsch!

Re-enactment – het naspelen van het verleden in historisch kostuum – was een belangrijk onderdeel van Oud-Holland. Bezoekers konden zich daardoor echt in andere tijden wanen. Er liepen acteurs rond in historische kleding en er vonden regelmatig voorstellingen in historische stijl plaats, zoals kluchten en gekostumeerde concerten. Voor sommige concerten werden speciale ‘oud-Hollandsche meesterwerken’ gecomponeerd: van boerendansen tot à capellastukken voor koor.

Ook vonden er tableaux vivants plaats van schuttersstukken, en werden er ridderlijke steekspellen door mannen te paard in klederdracht gehouden. Degene in de mooiste kostuums konden prijzen winnen. Voor bezoekers was het mogelijk om ‘poorter’ van Oud-Holland te worden – de status waarmee men vroeger binnen de poorten van een stad burgerrechten bezat. Wie zich voor een dubbeltje als poorter inschreef kreeg een perkamenten ‘cedul’ mee naar huis, gemaakt in de drukkerij van de firma Enschedé.

Twee vrouwen in historisch kostuum voor de vestiging van Arbeid Adelt in Oud-Holland, 1895, Stadsarchief Amsterdam, ANWM00091000001.

Taal was een belangrijk onderdeel van het historische gevoel. In Oud-Holland werd er 17de-eeuws Nederlands gesproken – althans een 19de-eeuwse versie daarvan. Er werd een krant uitgegeven (Oud-Hollandts Nieuwtydinghe) waarop men zich kon abonneren en er gingen fictieve geschiedenissen van Oud-Holland rond. Ook een plattegrond uit de collectie van het Rijksmuseum is in het ‘Oud-Hollands’ geschreven. Daar ziet men bijvoorbeeld staan: ‘De vermaerde Marckt ende Graft / Oudt-Hollandt genaemt / met alle syn Straten / Huysen (…) gemaeckt ter eeren van allen Liefhebberen der Oude Konste’.

Willem Corneliszoon, Plattegrond van Oud-Holland, 1895, Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1918-2200.

Bier drinken in een reuze-olifant

Niet alles op de tentoonstelling was ouderwets. Juist het samenspel van historisch en modern (of zelfs futuristisch), exotisch en opmerkelijk maakten het geheel bijzonder. Eén van de meest markante taferelen op de tentoonstelling was een 45-meter-hoge ‘Reuzenolifant’. Dit was een 45-meter hoge olifant (geen echte) met een oosterse pagode van drie verdiepingen op zijn rug. Via de wenteltrappen in de holle poten, kwam men in de buik, waar een bierhuis zou komen. In de pagode konden bezoekers een versnapering nuttigen in het Wiener Café. Bovenin had men prachtig uitzicht over Amsterdam.

Helaas was de olifant niet helemaal tegen het Hollandse klimaat bestand. Tijdens enkele zomerse stormen kreeg het arme dier last van ‘ontvelling’. Daardoor keek men ‘tusschen zijn ribben door in zijn akelig leege buikholte’. En zo ging er wel meer niet helemaal goed. Zo was de tentoonstelling tijdens de opening bij lange na nog niet af: sommige onderdelen konden pas maanden later open. Ook ging de hydraulische lift in het hoofdgebouw kapot, waardoor vijf mensen uit één van de torens geëvacueerd moesten worden.

Litho met voorstelling van de reuze-olifant op het tentoonstellingsterrein, 1895, Stadsarchief Amsterdam, ANWE00131000001.

Sommigen vonden de olifant ook wat ‘over the top’, zoals de gehele tentoonstelling niet hetzelfde succes had als die van 1883. Tijdens een Sinterklaasviering in Utrecht werden allerlei voorstellingen van ‘groote en kleinere wereldgebeurtenissen’ gespeeld – een soort oudejaarsconference avant la lettre. Naast persiflages rond de internationale politiek, vond er menig parodie op ‘de jongste wereld-tentoonstelling’ plaats – inclusief een olifant op een wagen. Nog in 1908 noemden journalisten de Wereldtentoonstelling van 1895 een ‘bespotting van het land’. Toch waren er ook genoeg bezoekers die wél genoten, en trok de tentoonstelling uiteindelijk meer dan een miljoen bezoekers.

Guy de Coral & Co, Mannen in historische kostuums voor een poort tijdens de Wereldtentoonstelling voor het Hotel- en Reiswezen op het Museumplein in 1895, Rijksmuseum Amsterdam, RP-F-F00924-H.

Tekst: Marit Eisses

Bronnen:

Publicatiedatum: 08/01/2024

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

1 reactie
  • Louise Vree schreef:

    Er staat een fout in de omschrijving bij de bronnen.. de morgenpost jaartal ..er staat 1985 moet waarschijnlijk 1895 zijn.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.