Opgraving Engelse soldaat uit 1799

In Noord-Holland is voor het eerst een graf uit de Franse tijd wetenschappelijk onderzocht. Tijdens het onderzoek kwamen zeer belangwekkende gegevens naar voren over een vergeten episode uit de vaderlandse historie.

In de duinen bij Groote Keeten ligt het voormalig militair oefenterrein Botgat. In het kader van natuurbeheer werd de verhardde bovenlaag van dit terrein verwijderd. De wind verstoof het onderliggende zand, waarna een menselijk skelet omringd door restanten van wapens te voorschijn kwam.

De provincie Noord-Holland vroeg Hollandia archeologen om in Groote Keeten een archeologische waarneming te verrichten, de vondsten te documenteren en veilig te bergen. Omdat bij het skelet ook restanten van musketgeweren werden gevonden ontstond al snel het vermoeden dat het hier om een vondst uit 1799 ging; op 27 augustus 1799 landde hier namelijk een grote Engelse invasiemacht.

Historische achtergrond

Na de Franse revolutie was Nederland omgedoopt tot de Bataafse Republiek. Stadhouder Willem V was in 1795 naar Engeland gevlucht en verbleef daar in ballingschap. Vanuit Engeland werd met groeiende zorg naar de situatie in Nederland gekeken – zeker omdat de Bataafse vloot in combinatie met de Franse een geduchte tegenstander vormde. De Russische tsaar schaarde zich achter Engeland en in augustus 1799 was het zover: een gecombineerd Engels-Russisch leger zou tijdens een ‘expeditie’ naar Holland de macht van Willem V herstellen en zo een einde maken aan de Bataafs-Franse alliantie. Ook was de indruk ontstaan dat de stadhouder nog steeds een grote aanhang binnen de Bataafse Republiek had en met open armen terug zou worden ontvangen.

De invasie in 1799

De Engelse troepen landden in de ochtend van 27 augustus 1799 op het zandige stuk duinen bij Groote Keeten. Ze stonden onder bevel van de 64-jarige luitenant-generaal Ralph Abercrombie. Indicaties over het aantal soldaten dat aan de strijd deelnam verschillen per bron, maar er kan worden aangenomen dat het Britse leger uit zo’n 12.000 manschappen bestond. De kwaliteit van de soldaten was wisselend. Enkele regimenten waren goed getraind en ervaren. Andere regimenten bestonden uit een klein aantal vaste leden, aangevuld met vrijwilligers. Naar schatting bestond het Russische leger uit ongeveer 18.000 manschappen. Op enkele schepen na waren zij in de eerste dagen van de invasie nog niet actief.
Het Bataafse leger stond onder bevel van de 36-jarige luitenant-generaal Herman Willem Daendels, bijgestaan door Jean Baptiste Du Monceau. Het leger bestond uit ongeveer 10.000 manschappen, waarvan er op 27 augustus 1799 zo’n 7000 in de buurt van de landingsplaats waren. Het Franse leger leverde ongeveer 15.000 manschappen.

De kust bij Groote Keeten was niet de meest logische locatie voor een landing, heel Noord- Holland was dat niet. Oranje had veel meer aanhangers in de zuidelijker gelegen provincies. Noord-Holland was echter een onverwachte plek. Bovendien stond er bij Groote Keeten een seinpost. Als deze werd ingenomen zou dat de communicatie van het Frans/Bataafse leger hinderen, en daarnaast kon hij gebruikt worden door het Britse leger.
De landing op 27 augustus begon met een bombardement van de Britse vloot (geleid door admiraal Andrew Mitchel) op de duinen. Het Bataafs/Franse leger werd hierdoor in grote chaos gebracht en leed zware verliezen. De Britten konden hun soldaten zonder veel tegenstand op het strand zetten. Pas toen de Britse soldaten verder het strand op en de duinen in trokken werden ze onder vuur genomen door de Bataafse en Franse jagers die zich in de duinen hadden verschanst. Het Bataafs/Franse leger had vanaf het begin af aan te lijden onder de zware bombardementen, het terrein (sommige paarden van de cavalerie zakten tot hun buik in het zand weg) en slechte communicatie tussen de verspreidde bataljons. Rond 6 uur ’s avonds trok Daendels zich terug.

De expeditie in Noord-Holland

Hoewel de expeditie in eerste instantie gunstig verliep (Den Helder en de Bataafse vloot werden zonder slag te leveren ingenomen) stagneerde de opmars van de Engels-Russische troepen snel en na enkele zware verliezen waren ze gedwongen de expeditie op te geven. Op 19 november verlieten de laatste soldaten het continent. Het was één van de grootste militaire gebeurtenissen uit de geschiedenis van Noord-Holland.

De vondst van een skelet

Toen archeologen van Hollandia op 11 maart op de vindplaats aankwamen troffen zij een groot, verwaaid terrein aan. Het skelet was in eerste instantie slechts zichtbaar als een bruine vlek in grijsbruin zand. Pas daarna vielen de lange botten van de benen op. Na meer dan 200 jaar in kalkarm zand was het skelet in zeer slechte conditie. De benen lagen er netjes bij, het bekken, de torso en de armen waren sterk gefragmenteerd. Het hoofd en daarmee het gebit ontbraken volledig.
Het was van groot belang om vast te stellen hoe oud dit skelet was. Nader onderzoek bevestigde het vermoeden dat het hier om een soldaat van het Engelse leger uit 1799 ging; om het skelet heen lagen onderdelen van musketgeweren, een wapen dat in die tijd werd gebruiktHet lichaam lag op de rug, met de benen en voeten tegen elkaar aan. Hoewel het skelet vanaf het bekken en hoger in zeer slechte staat verkeerde was te zien dat de soldaat waarschijnlijk met de handen op de buik is begraven. Op de restanten van het bekken werden namelijk vingerbotjes aangetroffen. Mogelijk lagen die handen over een musket heen gevouwen: bij de voeten en benen van de soldaat lagen houtresten die van een kolf afkomstig waren, links naast de torso lagen metalen delen van een musket, en op botten van het bekken zaten groene vlekken – vlekken afkomstig van corroderend koper.

Maar aan welke kant had deze soldaat gevochten? Toen het skelet verder werd blootgelegd werd deze vraag beantwoord: op het torso werden knopen gevonden met daarop het logo van de Coldstream Guards, een Engels regiment dat nu nog steeds bestaat.

Engelse soldaat

Resten van de Engelse soldaat uit 1799 opgegraven bij Den Helder.

Engelse soldaatEngelse soldaat

Geborgen

Op 11 maart 2011 werd het skelet zorgvuldig blootgelegd, getekend, gefotografeerd, digitaal ingemeten en geborgen. De omgeving van het skelet werd grondig onderzocht. Op 14 maart werd het hele terrein onderzocht om een beter beeld te krijgen van het vondstmateriaal wat hier aanwezig was. Aan het oppervlak lagen geen verdere skeletten meer, maar sporen van de strijd waren over het hele 3,75 hectare grote terrein te vinden. Overal lagen musketkogels en grotere projectielen zoals een kanonskogel – zulke grote projectielen werden vanaf de Engelse schepen op de Bataafs/Franse verdedigers in de duinen afgevuurd. Al deze vondsten werden digitaal ingemeten en geborgen.

Meer weten

Dit is een verkorte versie van een verhaal op de website van Hollandia archeologen. Ga hier naar die site.

Publicatiedatum: 25/09/2012