Opgraven in Noord-Holland: Wat zijn de spelregels?

De wet is duidelijk: er mag niet worden gezocht naar archeologische plaatsen en voorwerpen, maar het vinden ervan is natuurlijk niet verboden. Het lijkt wat krom, maar toch is dit de beste bescherming voor wat er in de bodem zit; anders zou iedereen overal gaten kunnen spitten en daarmee schade toebrengen aan mogelijke belangrijke vondsten. De wet gaat natuurlijk nog veel verder en regelt dat de overheid (meestal een gemeente) verantwoordelijk is voor het juist en zorgvuldig omgaan met de archeologie binnen een bepaald gebied. Dat betekent dat iedere gemeente een eigen archeologiebeleid moet hebben ontwikkeld.

Archeologische opgraving Kennemerstaete te Heiloo (2006).

Archeologische opgraving Kennemerstaete te Heiloo (2006).Archeologische opgraving Kennemerstaete te Heiloo (2006).

Ploegen, bouwen of archeologisch onderzoek

Het is natuurlijk onmogelijk om een vergunning te moeten afgeven voor iedere schep die de grond in gaat; daarom zijn er regels voor de maximale diepte waarop de grond mag worden omgewerkt – een boer moet immers kunnen ploegen – en maximale oppervlakten die zonder archeologievergunning mogen worden verstoord, een erker aan je huis bouwen mag bijvoorbeeld. De gemeente bepaalt in welke gebieden bepaalde regels gelden, maar kan ook stellen dat er op een bepaalde plaats altijd archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, voordat de grond verstoord gaat worden. Die toetsing op archeologie is tegenwoordig onderdeel van de zogenaamde ‘omgevingsvergunning’.

Behoud is het uitgangspunt

Om ervoor te zorgen dat we ook in de toekomst nog archeologische zaken in de grond hebben zitten, is behoud ter plekke het uitgangspunt. Pas als dat echt niet kan, moet worden overgegaan tot het behouden op een andere plaats, ofwel: opgraven. Voordat er een opgraving plaatsvindt, gaat er nog zo het een en ander aan vooraf.

Van bureauonderzoek tot vlakdekkend opgraven

Allereerst moet er voor een gebied worden vastgesteld of er wel sprake is van belangrijke zaken in de bodem. Dit wordt meestal geschat naar aanleiding van een ‘bureauonderzoek’, dat op basis van eerdere vondsten, de opbouw van de grond en historisch bekende gegevens over de waarschijnlijkheid van sporen in de grond een verwachting uitspreekt. Dit zou kunnen zijn dat het zeer onaannemelijk is dat er iets in de grond zit, of dat het is bijna zeker is dat hier iets heel belangrijks verborgen ligt. Als er een kans bestaat dat er iets aanwezig is, wordt tegenwoordig meestal geadviseerd om grondboringen te doen of, beter nog, een aantal ‘proefsleuven’ te laten graven. Dit moet worden uitgevoerd door een officieel erkend bedrijf. Stel dat de resultaten voor de archeologie positief zijn, dan wordt vervolgens geadviseerd om het bedreigde gedeelte van het terrein ‘vlakdekkend’ op te graven.

Keuze voor de opdrachtgever

Degene die de opdracht voor het onderzoek heeft gegeven (meestal degene die wil gaan bouwen of ontgraven) wordt dan geconfronteerd met een, meestal forse, onverwachte extra kostenpost. Het is dan zijn afweging om de plannen door te laten gaan en de boel dus op zijn kosten te laten opgraven, of om af te zien van verstoring op die plek.

De opgraving

Voorafgaand aan een opgraving wordt er altijd een ‘Programma van Eisen’ (PVE) opgesteld waaraan de opgraving moet voldoen; er moet immers garantie zijn dat er op een kwalitatief goede wijze wordt opgegraven. Vervolgens wordt meestal aan drie bedrijven gevraagd offerte te doen en een ‘Plan van Aanpak’ (PVA) te schrijven. Als dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in het PVE, kan het bedrijf aan de slag. Dit bedrijf heeft dan de verplichting een goed gedocumenteerd verslag te maken van het onderzoek, maar ook om de opgegraven spullen te deponeren in het Depot voor Archeologie in Wormer.

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.Auteur: Frans Diederik

Publicatiedatum: 10/11/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.