Op stolpenjacht in Schagen

Stolpboerderijen worden beschouwd als de piramides van het Noord-Hollandse landschap. Toch blijft het aantal stolpen teruglopen. Het Stolpenteam inventariseert en waardeert alle stolpen van Noord-Holland, om behoud in de toekomst te stimuleren. Oneindig Noord-Holland ging mee op stolpenjacht in Schagen.

Verdwijnende stolpen

Wie in Noord-Holland is, kan niet om de stolp heen. Met ruim 5.000 exemplaren is de stolp een van de meest voorkomende bouwwerktypen in de provincie. Ze verschenen in de zestiende eeuw: de boerderijen met een vierkanten puntig dak waaronder plaats was voor de boerenfamilie, het vee, het hooi, de wagens en de werktuigen. Onder het Noordzeekanaal is dit type boerderij bijna niet terug te vinden. Op een paar Zuid-Hollandse voorbeelden na en een verre verwant in Frankrijk.

Ondanks hun unieke karakter wordt het aantal stolpboerderijen steeds kleiner. Van de tienduizend stolpboerderijen in 1950 is nu iets meer dan de helft over. Het komt vooral door de schaalvergroting, waardoor het modern agrarisch bedrijf uit de stolp is gebarsten. Maar ook het uitbreiden van steden en dorpen, de aanleg van wegen en brand en verwaarlozing eisen hun tol. Elk jaar verdwijnen er zo’n twintig historische boerderijen, tot grote machteloosheid van bewoners en gemeenten.

Een stolpboerderij net buiten de bewoonde kom van Schagen, die momenteel wordt gerenoveerd. Foto: Inge Molenaar.

Een nieuwe stolpenkaart

Om te voorkomen dat de karakteristieke stolpboerderij uit het Noord-Hollandse landschap blijft verdwijnen, is MOOI Noord-Holland in opdracht van de provincie Noord-Holland een stolpeninventarisatie gestart. Alle stolpboerderijen, stolpschuren, schapenboeten, onvolledige stolpen, hooihuisboerderijen, Wieringer boerderijen en kapbergen worden geïnventariseerd. In september 2020 is het Stolpenteam in het leven geroepen.

Al langer werd gesproken over een stolpenkaart, waarop alle stolpen van Noord-Holland zouden komen te staan. De Noord-Hollandse Boerderijenstichting heeft twintig jaar geleden  samen met de Noord-Hollandse historische verenigingen alle toen bekende stolpen geïnventariseerd. Op basis van deze inventarisatie is in samenwerking met MOOI Noord-Holland de nieuwe Stolpenwaarderingskaart gemaakt. De kaart kleurde aan het begin van het project rood van de puntjes waar stolpen staan en stonden, die in linten en zwermen op de kaart liggen.

Op de kaart is goed te zien hoeveel stolpen er nog zijn. Met deze informatie kunnen gemeenten en de provincie besluiten hoe ze de stolpen in hun beleid kunnen opnemen. Om er hopelijk voor te zorgen dat het aantal verdwijnende stolpen per jaar met een aantal exemplaren, en het liefst natuurlijk helemaal, zal afnemen. De kaart is bijna compleet, het Stolpenteam is bij de laatste rode stippen aangekomen.

De stolpenwaarderingskaart met de stolpboerderijen als rode puntjes. Beeld: MOOI Noord-Holland.

Kind aan huis op het stolpenerf

Vandaag gaan Rosanne Bruinsma en Renee Stroomer, de stolpenexperts van MOOI Noord-Holland, op pad om de laatste stolpen te inventariseren. De afgelopen negen maanden hebben ze beiden al 2.000 stolpen bekeken. Soms 100 op een dag, maar vandaag doen ze het rustig aan. Dit deden ze niet met z’n tweeën. Stagiairs van de Vrije Universiteit in Amsterdam en externe deskundigen helpen hen met het onderzoek.

Daarnaast is er een klankbordgroep in het leven geroepen, bestaande uit agrarisch erfgoed experts van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Landschap Noord-Holland, Bond Heemschut, Archeologie West-Friesland en natuurlijk de Boerderijenstichting Noord Holland. Ieder heeft een deel van Noord-Holland voor zijn rekening genomen. Rosanne is verantwoordelijk voor zuidelijk Noord-Holland, Renee voor West-Friesland en hun collega Anna Groentjes, die als freelancer bij het project betrokken is, bezocht alle stolpen in het noordelijke deel van Noord-Holland.

Ook voor het project waren de twee kind aan huis op de Noord-Hollandse stolpenerven. Renee groeide als kind op in een stolp in West-Friesland en is sinds kort eigenaar van een stolp, die ze met haar vriend gaat opknappen. Rosanne werkt voor het adviesbureau MOOI Noord-Holland als stolpenconsulent. Ze helpt de stolpeneigenaren met complexe herbestemmingen van stolp en erf. Misschien dat ze over een jaar over twintig ook in een mooie stolpboerderij aan de rand van een grote stad te vinden is, maar nu is ze nog teveel verknocht aan de stad.

Rosanne (l) en Renee (r) beoordelen een stolp aan de rand van Schagen, die op een oude terp is gelegen. Foto: Inge Molenaar.

Stolpen in de bebouwde kom van Schagen

Vandaag is Schagen als een van de laatste plaatsen aan de beurt. Een gemeente met een grote hoeveelheid stolpen. Alleen al in de stedelijke omgeving waar het Stolpenteam vandaag aan de slag gaat, staan er een stuk of dertig. Bewapend met de digitale stolpenwaarderingskaart trekken Rosanne en Renee de bebouwde kom van Schagen in. De kaart op de iPad is bezaaid met groene en rode puntjes. De rode puntjes zijn de stolpen die nog niet geïnventariseerd zijn. Na de waardering door de stolpenexperts kleurt het stolpenpuntje groen.

De boerderijen worden gewaardeerd op hun verwijzing naar het verleden van de boerderij als agrarisch boerenbedrijf. Om de ouderdom van de stolpboerderijen te traceren – veel van hen hebben in de loop der tijd een ander uiterlijk gekregen door verandering in inkomen en smaak – gebruiken ze kadastrale minuutplans uit 1832. Deze kaart ligt onder de huidige kaart om in een oogopslag te kunnen zien of een boerderij al ouder is dan 1832 of dat onder een nieuwbouwwoning de fundamenten van een oude boerderij liggen.

Deze stolp wordt hoog gewaardeerd vanwege het ‘sober agrarische’ symmetrische uiterlijk en de typerende pannenspiegel. Een pannenspiegel in een uitsparing in het riet, die met pannen is gedekt. Foto: Inge Molenaar.

Hoe herken je een stolp?

Maar hoe weten ze of ze met een stolp te maken hebben en niet met een ander soort boerderij? Over alle typische kenmerken van de stolpen en de per regio afwijkende voorbeelden zijn al boeken vol geschreven, maar de beginnende stolpen-spotter krijgt alvast een korte lijst van Rosanne en Renee mee, waarmee je de stolp van haar agrarische soortgenoten leert te onderscheiden:

1. De stedenbouwkundige ligging

Allereerst wordt er rondgekeken of de boerderij nog aan een oude polderweg, vaarroute of aan een weiland grenst. Van een afstandje bekijken ze op het silhouet van de stolp, het kenmerkende rechthoek, nog te herkennen is. Soms ligt de stolp met meerdere stolpen in een stolpenstructuur. Deze stolpenstructuur verschilt op verschillende plekken in Noord-Holland. Zo heb je stolpen die in een lint achter elkaar liggen in lintdorpen. De boerderij in de Beemster staan kaarsrecht in het geometrische landschap. De boerderijen op Texel en op Wieringen lijken verstrooid. Dit is de stolpenzwerm.

2. De stolp en het erf als ensemble

Het erf van de stolp is kenmerkend. De voorkant was om mee te pronken als boer en had vaak een mooie symmetrische gevel met een pronktuin ervoor. De achterkant was de ‘nutskant’. Dit was het gedeelte waar het agrarische boerenbedrijf plaats vond. Op het erf aan de voorzijde is vaak het tuingedeelte met fruitbomen en een bleekweide. Op het achtererf staan de bijgebouwen. Het is per gebied verschillend of een erf wordt omringd door sloten of omzoomd door bomen. Op het erf tref je soms nog historische elementen zoals historische bijgebouwen en poortwachters aan.

3. De architectuurhistorie oftewel ‘stolpenlogica’

En er wordt natuurlijk naar de stolp zelf gekeken. Wat een stolp uniek maakt is dat het gebouw nagenoeg rechthoekig is. De voorgevel van de stolp is altijd prominenter dan de zij- en de achterkant en is vaak symmetrisch. Voor liggen vaak geglazuurde dakpannen, die de boerderij een voorname uitstraling gaven. Ook het materiaalgebruik is iets om op te letten. Verschillende kleuren zijn typisch voor de stolp. In de Zaanstreek zie je het typische Zaanse groen. In West-Friesland is veel mintgroen te zien, zoals bij museumboerderij Schagen. In Waterland vind je stolpen in het Broekergrijs.

Museumboerderij Schagen in het centrum van de stad. De groene kleur is kenmerkend voor west-friese stolpen. Foto: Inge Molenaar.

Heel soms komt het voor dat ze stolpen tegenkomen, waarbij de tijd lijkt stil te hebben gestaan. Dan lijkt het alsof een glazen stolp over de boerderij is gezet. Het valt ze op dat deze boerderijen opvallend vaak bewoond zijn door stellen op leeftijd, die vroeger samen een agrarisch bedrijf runden. Nu hebben deze oudere stellen vaak niet de financiële middelen om de boel op te knappen en te herbestemmen. Enerzijds een zegen, anderzijds een vloek. Verval ligt vaak op de loer.

Een kat zit voor het raam van een stolpboerderij. Foto: Inge Molenaar.

Stapel op stolpen

De inventarisatie gaat niet onopgemerkt. Meerdere malen wordt gevraagd of Rosanne en Renee de weg kwijt zijn. Als ze vertellen over de stolpeninventarisatie ontvangt hun onderzoek positieve reacties van de Schagenezen. Een oudere voorbijganger steekt een duim omhoog en zegt dat we de stolpen moeten koesteren. Een buurvrouw loopt de tuin in en gaat na de uitleg van Renee en Rosanne naar binnen om oude foto’s te halen. Haar ouders woonden ook aan deze weg en oude foto’s getuigen van een tijd waarin de stolp niet in de bebouwde kom lag maar omringd was door weilanden.

De stolp blijkt de perfecte ijsbreker om buurtbewoners te spreken. Tijdens de korte praatjes met voorbijgangers en buren heeft iedereen een mening over of herinnering aan de stolp. Zo is de stolp waar ze naar kijken onder constructie, “maar” zegt de oudere voorbijganger “ze hebben de middelen om de stolp op een goede manier te verbouwen.” De buren weten vaak nog wie er in de stolpen woonden en bij sommigen lijkt de stolpenlogica er met de paplepel te zijn ingegoten. Een dame vertelt, “Boven het vee zat nooit riet, want dat werd te vochtig.”

Een buurvrouw geeft Rosanne een foto van de oude situatie van de stolp tegenover haar huis. Op de foto is te zien hoe de stolp eerst midden in de weilanden lag. Foto: Inge Molenaar.

Ruim twintig boerderijen verder en nieuwe kennis rijker zit de dag erop voor Rosanne en Renee. Op weg naar huis zeggen ze een voldaan gevoel te krijgen van het werk van afgelopen maanden. Ze worden weemoedig als ze denken aan het naderende einde van het project, waarvoor het stolpenteam maandenlang buiten kwam en verschillende mensen sprak. Als het aan hen lag, zouden ze nog veel meer boerderijen inventariseren. Maar een kaart met alleen maar groene bolletjes, dat is waar het team het uiteindelijk voor doet.

Auteur: Inge Molenaar

Publicatiedatum: 16/06/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.