Op reis naar Alkmaar

‘Met prykelen en groot gevaer’, schreef de loodsman over de reis die hij maakte in de zomer van 1661. Samen met twee welgestelde heren vertrok hij dat jaar vanuit Amsterdam op een driedaagse reis naar Alkmaar. De tekeningen die hij maakte van deze reis, laten goed zien dat de wereld in de zeventiende eeuw nog heel groot was. Veel groter dan nu. Alkmaar was dus ver weg en de reis ernaar toe was spannend. Een heel avontuur. Onderweg, al varend op de binnenvaarten van Noord-Holland, kwamen de drie heren dan ook allerlei perikelen en gevaren tegen.

Op reis naar Alkmaar

Provinciale Atlas Noord-Holland

Op reis naar AlkmaarOp reis naar Alkmaar

De reis

Na het vertrek uit Amsterdam kwamen de drie heren via het IJ in de Zaanstreek terecht. Hier zagen ze, behalve de ontelbare boten, de honderden windmolens aan wal staan, die op grote schaal nijverheid mogelijk maakten. De Zaanstreek was het oudste en het productiefste industriegebied van Europa. Weverijen, stijfselfabrieken, zeildoekmakerijen, smederijen, traankokerijen, zagerijen, scheepsbouwbedrijven, alles wat je maar kunt bedenken werd er gemaakt of verwerkt. Even verderop was ook de Voorzaan (de rivier die het IJ met de Zaan verbindt) een boeiend gezicht: de mensenmassa op de wal, de schepen in de havens, de op stapel staande boten en natuurlijk het silhouet van de Hogendam (de dam tussen Oost- en Westzaandam) met zijn sluizen, aanlegsteigers, overtoom, huizen en Oostzijderkerk. Dit aangezicht was een spectaculair begin van hun reis.Westzaandam was waarschijnlijk het eerste dorp waar de drie heren een overnachting doorbrachten. Als dat inderdaad het geval was, legden ze aan in het Timmerrak, de haven. Daar zagen ze de uithangborden van de herbergen: De Hollandse Tuin, De Drie Zwaantjes, De Otter, De Oude Prins, De Vergulde Palm en Het Moriaanshoofd. Keuze genoeg. In deze herbergen werd niet alleen gelogeerd, gegeten of wijn en bier gedronken. Maar er werd ook handel gedreven, er vonden veilingen plaats, er werden veerdiensten geregeld en  er werd scheepsbouw gecontracteerd. Er heerste dus een enorme bedrijvigheid.De heren ondernamen de reis met een zeilend, houten scheepje, een Boeier genaamd. Tot het begin van de zeventiende eeuw werden de meeste Boeiers niet uitsluitend voor de binnenwateren gebouwd, maar ook voor de kustvaart. Oorspronkelijk waren het namelijk vrachtscheepjes, die soms een onderdeel van oorlogsvloten vormden. De Boeier werd dan ook wel een ‘adviesjacht’ genoemd: het bracht berichten over. Sinds de zeventiende eeuw werd de Boeier echter in toenemende mate voor de pleziervaart gebouwd. Ze werden dan ook wel ‘speeljachten’ genoemd. Onderweg sliepen de mensen aan boord in de kuip of aan wal in een herberg.Ook de reis van 1661 werd gemaakt voor hetplezier. Enkel de allerrijkste burgers hadden echter de luxe om te kunnen ontspannen en leuke dingen te doen. Dat waren er in 1661 meer dan ooit, want de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden beleefde in deze periode een economisch hoogtepunt. De twee heren waren dus waarschijnlijk rijke kooplieden die de loodsman voor deze reis in dienst namen. En omdat vrije tijd meestal in familieband werd besteed, is het aannemelijk dat de twee heren broers of neven van elkaar waren. Ze wilden eens even ontspannen. En die ontspanning richtten zij geheel op de beleving van hun rijkdom. Zo bezochten ze dorpen, dronken wijn en visten op de rivieren.

Op reis naar Alkmaar

Provinciale Atlas Noord-Holland

Op reis naar AlkmaarOp reis naar Alkmaar

Na hun overnachting in een van de herbergen die Westzaamdam rijk was, voeren ze waarschijnlijk langs Wormerveer. Daar zagen ze de oliemolens draaien. Ook stonden er veel meelmolens die voor de tientallen beschuitbakkerijen in beweging waren. Misschien zijn de drie heren daar even van boord gegaan om beschuit in te slaan voor onderweg. Dat was overigens niet het soort beschuit dat we nu kennen, maar een dubbelgebakken knapperig brood. Een lekkernij voor schippers en bovendien erg voedzaam. Verderop kwamen ze langs Oost- en West-Knollendam met hun groengeverfde houten huisjes en Markenbinnen dat bekend stond om zijn rolrederij dat zeildoeken fabriceerde.De drie heren brachten vermoedelijk ergens in deze regio, misschien bij Stierop, de tweede nacht door. Wellicht gewoon in de kuip van de Boeier. Op de derde dag kwamen ze via het Alkmaardermeer (ofwel Lange Meer) en het kanaal langs Boekel eindelijk aan op hun bestemming: Alkmaar. De heren zagen al van mijlen ver de Grote Kerk. Die toornde namelijk boven alles uit. De droogmaking van de grote meren als de Schermer en de Heerhugowaard aan het begin van de zeventiende eeuw, hadden ervoor gezorgd dat deze stad was uitgegroeid tot een van de belangrijkste marktcentra van het gewest Holland. Net als in de Zaanstreek hing er ook in Alkmaar een levendige en bedrijvige sfeer.Vooral op marktdagen wemelde het er van de mensen. Alkmaar had allerlei verschillende markten en had dan ook de reputatie als ‘voornaemste Beke der lichaemelijcke nootdruftigheden van geheel Hollandt’. Er werden onder andere beesten, zaden, groenten, vissen, vlasgaren en vleeswaren verkocht. Bovendien had Alkmaar vlak na 1650 de grootste kaasmarkt van de Republiek. Die zullen de heren dus zeker bezocht hebben. Ook het Hagerbeerorgel, het grootste en fraaiste instrument van Noord-Holland dat in 1646 in de Grote Kerk was geïnstalleerd, was een bezoek waardig. En terwijl ze langs de bontgekleurde (vooral wit, donkerrood en paars) voorgevels liepen, moet hen zijn opgevallen hoe vervuild de stad was. Dat zorgde in de zomer bovendien voor een behoorlijke stank.

De gevaren

Na hun bezoek aan Alkmaar gingen de drie heren weer terug naar Amsterdam. Maar net als op de heenweg ging die reis niet zonder obstakels. De reden daarvan was de gedecentraliseerde situatie van de Republiek. Daardoor heerste er namelijk een grote onderlinge strijd tussen de steden. Burgemeesters en magistraten wilden de bereikbaarheid van hun stad zo goed mogelijk maken. Dat kwam het felst tot uiting in de binnenvaart. Want de beste en snelste manier waarop handelsgoederen (en personen) werden vervoerd was over water. Steden grepen elke kans aan om een concurrent te benadelen. Ze hielden elkaar goed in de gaten en bedreigden elkaar zelfs. In het verlengde van deze concurrentie werden vreemdelingen of inwoners van andere steden vaak geweerd. Dat risico liepen de heren op hun reis dus ook.

Op reis naar Alkmaar

Provinciale Atlas Noord-Holland

Op reis naar AlkmaarOp reis naar Alkmaar

De meeste steden van Noord-Holland stonden in verbinding met Amsterdam. Amsterdam was in de zeventiende eeuw namelijk de machtigste en rijkste stad van de Republiek geworden. De import van goederen verliep vrijwel altijd via Amsterdam naar de andere steden. Zo kregen kleinere steden zelf geen directe import meer van een breed assortiment aan goederen. Dat maakte de Noord-Hollandse steden afhankelijk van Amsterdam. Dit bracht conflicten met zich mee voor schippers die in Amsterdam een lading wilden innemen. Amsterdam kon zijn sterke positie gebruiken door bijvoorbeeld hogere tollen te vragen of hen lang te laten wachten in de haven. Dit kon de heren ook overkomen in andere steden die deze manoeuvres overnamen.De infrastructuur was essentieel voor het succes van een stad. Om de infrastructuur beter en strategischer te maken, bijvoorbeeld door het bouwen van bruggen, dijken, sluizen en overtomen of het graven van geheel nieuwe vaarten, moest een stad een octrooi aanvragen. Een octrooi was in de zeventiende eeuw een soort vergunning waarin precies vermeld stond onder welke voorwaarden de stad te werk moest gaan. Hierin stond ook dat de stad verplicht was tot onderhoud van de  nieuwe voorzieningen en dat het de gedupeerden (omringende steden die erdoor benadeeld werden) compensatiegelden moest betalen. Pas als de omliggende steden en de Staten van Holland (het hoogste bestuursorgaan van het gewest) akkoord gingen met al deze bepalingen, mocht de stad ook daadwerkelijk beginnen met de bouw of het graven. Omdat de voorzieningen geen landseigendom werden, maar op eigen rekening van de stad kwamen te staan, werd er in het octrooi ook precies vermeld hoeveel belasting (van bewoners) en hoeveel tol (van bezoekers) gevraagd mocht worden.Dit laatste werd natuurlijk veelvuldig geprobeerd te omzeilen. Letterlijk. Schippers voeren simpelweg langs andere waterwegen. Ook als ze dan langer onderweg waren. Tegen dit ontwijken werden dan weer plakkaten uitgevaardigd. Hierdoor werd het volk nog eens op de hoogte gesteld van de overeenkomsten. De strijd tussen de steden van Holland om tolheffing werd zelfs gewapend gevoerd. De infrastructuur van de concurrent werd bijvoorbeeld vernield. Ook werden vreemde steden gedwarsboomd door het smaller of ondieper maken van de eigen vaarten en het lager maken van eigen bruggen, zodat bepaalde schepen niet meer konden passeren. Zo waren de steden van Noord-Holland constant in spanning en conflict met elkaar.

Op reis naar Alkmaar

Provinciale Atlas Noord-Holland

Op reis naar AlkmaarOp reis naar Alkmaar

De droogmaking van de Wijde Wormer in 1624 was bijvoorbeeld de aanleiding tot zo’n conflict. Deze drooglegging was namelijk ongunstig voor Zaandam. Want als de sluizen door een hoge waterstand van het IJ niet konden spuien, had Zaandam de Wijde Wormer nodig om tijdelijk water in op te kunnen slaan. Dit ‘waterbekken’ zou door de droogmaking verdwijnen. Het conflict werd opgelost door het octrooi aan te passen. Dit zorgde voor het typisch Hollandse ‘last en ruggespraak’. Dat wil zeggen er een eindeloos overleg en daardoor een grote vertraging plaatsvond. Er werd uiteindelijk bepaald dat de Enge Wormer niet drooggelegd mocht worden, zodat Zaandam het nog wel als waterbekken kon gebruiken. Ook de droogmaking van de Schermeer, die in 1633 begon, verliep niet zonder problemen. Alkmaar zou hierdoor minder goed bereikbaar zijn. De betrokken magistraten werden dan ook nageschreeuwd op straat. Er werd zelfs een anoniem pamflet verspreid, omdat ze het stadsbelang zouden hebben verkwanseld.Ondertussen werd de vrije binnenvaart steeds meer belemmerd door de opkomende beurtvaartmonopolies. Deze beurtvaarten (dienstgeregelde vrachtvaart) waren meestal in handen van schippersgilden. Gilden (belangenorganisaties van bepaalde beroepsgroepen) waren machtige instellingen die soms op ondubbelzinnige wijze hun invloed op de landspolitiek lieten voelen. Ze hadden zich tot dwanginstituten ontwikkeld. Het waren organisaties die juridisch, sociaal en economisch hun eigen privileges bezaten. Ieder gilde had daardoor ook zijn eigen vaarroutes die op hun beurt weer waren toegewezen aan bepaalde leden. Daar mochten de drie heren op hun reis dus geen gebruik van maken. Ze moesten goed op de hoogte zijn van de te gebruiken vaarroutes, want anders moesten ze weer een stuk terug om een nieuwe route te nemen.De drie heren hebben zich op hun reis naar Alkmaar in 1661 kunnen wanen in misschien wel het welvarendste gebied van de wereld. Maar ze hebben zich ook begeven in al de bovenstaande perikelen en gevaren. Ze liepen het gevaar om in een gewelddadig conflict tussen steden terecht te komen. Ze liepen het risico ineens veel meer tol te moeten betalen dan gedacht. Het kon gebeuren dat bepaalde vaarroutes onmogelijk waren gemaakt. Of nog erger, dat ze zelfs helemaal niet welkom waren in een stad. Het was vast en zeker een leuke en avontuurlijke reis, maar de heren moeten toch ook blij zijn geweest dat ze na een week weer thuis waren.

Tekst: Laura van Rutten

Terug naar de ‘Verhalen uit het verleden’.

Literatuur

– Aten, D., Als het gewelt comt. Politiek en economie in Holland benoorden het IJ, 1500-1800 (Hilversum 1995).
-Boeke, R., Knollendam en omgeving (z.u. 1950).
– Braam, Aris, van, Bloei en verval van het economisch-sociale leven aan de Zaan in de 17e en 18e eeuw (Wormerveer 1944).
– Braam, Aris, van, Westzaandam in de tijd van de Republiek (Zaanstad 1978).
– Fuchs, J. M., Vijf eeuwen binnenscheepvaart: geïllustreerde geschiedenis (Amsterdam 1966).
– Haller, J., 350 jaar de Wijde Wormer (Wormerveer 1976).
– Helsloot, P. N., De glorie van Zaandam, zeven eeuwen geschiedenis, gezien van de Hogendam (Zaltbommel 2002).
– Hoog, J., de, De Nederlandsche binnenscheepvaart (Utrecht 1938).
– Loeff, J. J., Oog in ‘t zeil, driehonderd jaar geschiedenis van de pleziervaart in Nederland (Amsterdam 1972).
– Noordegraaf, Leo, Alkmaar, stad en regio: Alkmaar en omgeving in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd (Hilversum 2004).
– Vis, Jurjen ea., Geschiedenis van Alkmaar (Zwolle 2007).

Publicatiedatum: 29/03/2012