Op het einde van de Oorlog moesten de botters van Marken van de Duitsers bezetters de Haven uit

Onderstaand omsschrijving van het vertrek van de botters uit de haven van Marken is niet door mij geschreven. De auteur weet ik niet, maar ik vind dat het niet mag worden vergeten. Ik ken me er nog wel iets van herinneren, maar meer in die zin dat we geen paling meer zouden krijgen te eten. Want in die tijd werd er niet voor geld werkzaamheden uitgevoerd maar werd in natura afgerekend.

Toen nog een haven vol botters

In het verleden lag de haven vol botters

Toen nog een haven vol bottersToen nog een haven vol botters

Botters gered

Hetgeen zich in die gedenkwaardige, onheilzwangere nacht in diepe duisternis aan de Marker haven heeft voltrokken is te uniek om niet aan de vergetelijkheid te worden ontrukt. De Marker vissers stonden voor een dilemma, in opdracht van de Duitsen bezetter hun botter naar elders te brengen om als versperring van andere schepen dienst te doen. Hun botter was hun bedrijf, hun middel van bestaan, hun mogelijkheid hun gezin en anderen te voeden, en dat dan alles te vernietigen, hun schip te laten zinken en zulks in het vage schemerlicht van de bevrijding, terwijl de Geallieerden bij Arnhem vochten. Morgen misschien Gelderland bevrijden en dan Noord-Holland kon volgen. Nee, dat nooit. Nu in het donker met een botte bijl gaan hakken in de scheepswand? Dat nimmer! Wie kwam op de gedachte met de schepen onder volle tuigage de haven uit te varen? Zie! de wind was zwak Oost, de Voorzienigheid schikte een juiste windrichting, daar lag het botter behoud. Wij zullen het nooit weten. Al wat van waarde in de botter aanwezig was werd op de kade gezet, kompas, netten, en de rest.

Een Spookschip vaart uit.

Het zeil en de vok werden gehesen, en in gesloten slagorde, als gold het invasie van het Hemmeland, voer de onverlichte vloot het vrije sop op. De wind bolde de zeilen, zo gingen zij het duister in, de stemmen van de schippers vervaagden en de vrouwen bleven achter op de kade, angstig en bedroefd. Zo voeren de Marker botters weg, koers pal west, totdat zij vastliepen in de modderbanken voor de Heerlijkheid van het Hemmeland. Toen werd de dreg uitgegooid en ieder schip verankerd. Met een bootje gingen de vissers terug naar Marken. Zo hebben de botters enigetijd gelegen, licht boeiend op Hemmelans’s droogte. Voor het einde van de maand lagen de botters weer in de haven van Marken, hoewel ze niet meer mochten vissen op het IJsselmeer, dat was spergebied geworden. De vloot behouden in de haven, want de Duitsers hadden wel wat anders aan hun hoofd dan die 20 botters van Marken.

Publicatiedatum: 28/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.