Oorlogsmonument voor Tsjechische vliegers

Op 3 januari 1942 - midden in de Tweede Wereldoorlog spoelden enkele Tsjechische vliegers aan op de Hondsbossche Zeewering. Ze hadden zes dagen en nachten in een rubberbootje op de winterse Noordzee gedobberd. Op 17 oktober 2012 werd een monument onthuld om de herinnering aan dit oorlogsdrama levend te houden. Het initiatief hiervoor ging uit van het Šišková Training Squadron van de luchtmacht van Tsjechië. De heer Roel Rijks verzorgde de coördinatie in Nederland.

Bombardementsvlucht naar Wilhelmshaven

In de namiddag van 28 december 1941 steeg een Engelse Wellington bommenwerper op van de basis East Wretham in Norfolk. Het vliegtuig, de KX-B, maakte deel uit van het 311e Tsjechische squadron van de Royal Air Force. Aan boord waren zes bemanningsleden:

Eerste piloot Sgt. Alois Šiška.
Tweede piloot Sgt. Josef Tománek.
Navigator F/O Josef Mohr.
Radiotelegrafist F/O Josef Sčerba.
Neusschutter Sgt. Pavel Svoboda
Staartschutter Sgt. Rudolf Skalický.

Het doel van die avond was Wilhelmshaven in Duitsland. Boven deze stad werd de KX-B getroffen door luchtafweergeschut. Dat vormde het begin van een ware helletocht.

Noodlanding

Het kreupele vliegtuig sukkelde terug naar huis, maar slaagde er niet in Engeland te halen. In het midden van de Noordzee moesten de vliegers een noodlanding maken. Staartschutter Skalický kwam niet uit het zinkende wrak en verdween in de golven. De andere vijf kropen in een ‘dinghy’, een opblaasbaar rond rondreddingbootje. Er volgden zes dagen van onvoorstelbare ellende op de ijskoude winterse wateren van de Noordzee. Tománek en Mohr stierven door uitputting en onderkoeling op de vijfde dag. Tománeks lichaam werd aan de golven toevertrouwd, maar de overlevenden waren te verzwakt om de overleden Mohr over boord te krijgen. Sčerba raakte bewusteloos. De radeloze Šiška en Svoboda besloten er een einde aan te maken door de voorraad pillen uit het eerste hulpkistje in te nemen. Ze vielen in slaap, maar kwamen na een poos weer bij. De hoop laaide pas weer op toen Svoboda op de zesde dag land ontwaarde.

Aangespoeld op de Hondsbossche Zeewering

Even later spoelden ze aan op het ruwe basalt van de Hondsbossche Zeewering, ongeveer bij de plek waar nu achter de dijk het grote dienstgebouw van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier staat. Niet alleen dijkwerkers, maar ook Duitse soldaten waren er direct bij. Van enkele burgers kregen de Tsjechen een glas water. De Duitse militairen brachten de drie overlevenden naar hun wachtlokaal. Dat was het vakantieoord ‘Trein 8.28’ voor ‘bleekneusjes’ uit de steden, voordien het onderkomen van het oude waterschap dat de dijk beheerde. Šiška, Sčerba en Svoboda gingen naar het Duitse lazaret in Heiloo, nu St. Willibrordusstichting. Het lichaam van Mohr werd begraven te Bergen. Daar rust hij nog steeds. Vooral Alois Šiška was er slecht aan toe, hij had ernstige bevriezingen aan beide benen. Uiteindelijk verdween het drietal in krijgsgevangenschap. Svoboda ontsnapte en sloot zich aan bij de partizanen. Šiška kwam terecht in het beruchte kamp Colditz. De in slechte conditie verkerende Sčerba werd in 1944 via Zweden uitgewisseld met een zieke Duitse militair afkomstig uit Engelse krijgsgevangenschap.

Het Šišková Training Squadron en het monument

Na de oorlog klom Alois Šiška op tot generaal-majoor. Hij schreef een diverse malen herdrukt en ook in het Engels vertaald boek over zijn oorlogsbelevenissen en de laatste vlucht van de KX-B. In augustus 2002 werd zijn naam verbonden aan het 322e squadron van de Tsjechische luchtmacht. Dit werd een jaar later opgeheven, maar in 2008 gaf de weduwe van de in inmiddels overleden Šiška aan het 222e Training Squadron permissie zich ‘Šišková’ te noemen. Zo leeft zijn naam en voorbeeld verder. En sinds 17 oktober 2012 herinnert een monument bij het kustinfocentrum Dijk te Kijk aan het verschrikkelijke oorlogsavontuur van de zes Tsjechische vliegers. Opdat wij niet vergeten.

Meer info:

www.kx-b.com

Publicatiedatum: 25/01/2013