Onbekend Erfgoed

In de vijftiende en zestiende eeuw werden in het westen van Nederland overal nieuwe kerken gebouwd. De bakstenen gebouwen kregen lichte houten gewelven, die hogere binnenruimtes en grotere vensters in de muren mogelijk maakten. De constructie van de gewelven lijkt nog het meest op een omgekeerde scheepsromp: ribben lopen van de muur naar de nok van het gewelf, waartussen een beschot van planken werd bevestigd. Daardoor ontstonden grote rechthoekige vlakken. Gewelfschilderingen vinden we sporadisch in kerken in West-Nederland, maar vooral in Noord-Holland was het een gangbare praktijk het beschot tussen de ribben uitgebreid te beschilderen.

Alkmaar Grote Kerk

Foto: Alice Taatgen

Alkmaar Grote KerkAlkmaar Grote Kerk

Een oud gebruik

Het gebruik de gewelven te beschilderen stamde al uit de vijftiende eeuw. De oudste nog bewaarde schilderingen zijn te vinden in de Oude Kerk in Amsterdam, waar ze vanaf 1470 werden aangebracht. De figuren in elk vlak verwijzen naar een gilde, waarvan de kapel of het altaar zich er recht onder bevond. Zo hoort het scheepje met daarin Maria en Christus bij het Binnenvaardersgilde en zien we Sint Eloy, patroonheilige van de smeden, in het gewelf van de Smidskapel. Zoals de meeste gewelfschilderingen werden de emblemen tijdens de Reformatie overschilderd, tot ze in 1951 tijdens de restauratie van de kerk werden teruggevonden.

Amsterdam, Oude Kerk, Gewelfvlak met ‘De pieta in een scheepje’

Amsterdam, Oude Kerk, Gewelfvlak met 'De pieta in een scheepje'Amsterdam, Oude Kerk, Gewelfvlak met ‘De pieta in een scheepje’

Jacob Cornelisz van Oostsanen als projectmanager

In de zestiende eeuw bleek Jacob Cornelisz van Oostsanen een spilfiguur in de productie de gewelven: het Laatste Oordeel in de Grote Kerk van Alkmaar voltooide hij in 1519, terwijl hij tegelijkertijd in de Amsterdamse Kalverstraat al een succesvol en productief atelier leidde. Vermoedelijk werkte hij rond 1525 eveneens aan het gewelf van de Ursulakerk in Warmenhuizen: enkele duivels uit het Alkmaarse Oordeel vinden we daar terug en ook de stijl van de schildering lijkt op die van Jacob. In Warmenhuizen is het Laatste Oordeel geflankeerd door vier scènes uit het Oude Testament, zoals De dans om het gouden kalf, een modern Renaissance ontwerp. Oude stadsbeschrijvingen noemen Van Oostsanen verder als de auteur van gewelfschilderingen in de Grote Kerk van Hoorn (1522) en de Jeroenskerk in Noordwijk Binnen, hoewel die beide verloren zijn gegaan. Het maken van de schilderingen was een enorme klus, die maanden in beslag nam. Oostsanen moet daarom wel een team van assistenten in dienst hebben gehad om het werk binnen redelijke tijd uit te voeren.

Warmenhuizen, Nederlands Hervormde Kerk (Ursulakerk), gewelfvlak met de ‘Dans om het gouden kalf’

Warmenhuizen, Nederlands Hervormde Kerk (Ursulakerk), gewelfvlak met de 'Dans om het gouden kalf'Warmenhuizen, Nederlands Hervormde Kerk (Ursulakerk), gewelfvlak met de ‘Dans om het gouden kalf’

Platenboek op plafond

Een spectaculair beschilderd gewelf is te vinden in de Zuiderkerk te Enkhuizen. In 1484 werd hier in de beide beuken van de kerk een serie van niet minder dan 46 voorstellingen aangebracht. Daarmee is dit één van de grootste geschilderde kunstwerken in Europa! Afgebeeld is een zogenaamde typologische reeks: voorstellingen uit het Nieuwe Testament, gekoppeld aan voorspellingen of spiegelingen daarvan uit het Oude Testament. Zo is bijvoorbeeld de Kruisdraging van Christus op de linker helft van het gewelf te zien tegenover Isaac draag het offerhout op de rechter helft. Als voorbeeld voor de composities in Enkhuizen dienden twee gedrukte boeken, de Biblia Pauperum en de Speculum Humanae Salvationis, die de bijbel uitleggen aan de hand van afbeeldingen. Er wordt daarom wel gedacht dat de gewelfschilderingen werden gebruikt door priesters als illustratie bij hun preken: een soort platenboek op het plafond.

Enkhuizen, Sint Pancras of Zuiderkerk, Gewelfvlak met ‘De Poort van de Hel’

Enkhuizen, Sint Pancras of Zuiderkerk, Gewelfvlak met 'De Poort van de Hel'Enkhuizen, Sint Pancras of Zuiderkerk, Gewelfvlak met ‘De Poort van de Hel’

Kleurenpracht in Naarden

De structuur van de houten gewelven, met steeds twee tegenover elkaar geplaatste vlakken, maakte ze uitermate geschikt voor typologische series. Ook in de Grote Kerk van Naarden vinden we een dergelijke reeks. Het gewelf draagt de datering 1518 en hier werden eveneens hedendaagse prenten gebruikt van Albrecht Dürer, Lucas van Leiden én Jacob Cornelisz van Oostsanen. Het werd nooit overschilderd en geeft daarom nog de beste indruk van de oorspronkelijke kleurenpracht van dit soort schilderingen.

Naarden, Grote Kerk, Gewelfvlak met ‘De bespotting van Christus’

Naarden, Grote Kerk, Gewelfvlak met 'De bespotting van Christus'Naarden, Grote Kerk, Gewelfvlak met ‘De bespotting van Christus’

Engelen en duivels

In 2011 werd in de Grote Kerk van Alkmaar de voltooiing gevierd van de restauratie van de gewelfschildering met Het Laatste Oordeel van Jacob Cornelisz van Oostsanen. De levendige schildering is sindsdien weer goed zichtbaar voor de bezoekers aan de kerk. Hoog in het koor ontvouwt zich een tafereel waar Christus rechtspreekt, bijgestaan door Maria en Johannes. Links van hem zien we de engelen weer, die de uitverkorenen naar de Hemelpoort begeleiden; rechts de verdoemden, die door afgrijselijke duivels naar de brandende Hellemond worden gesleept: een indringende waarschuwing aan de toeschouwer om goed te leven.

Filmpje van het gewelf

Het is een geluk dat nog een klein aantal van deze bijzondere kunstwerken bewaard is. Van enkele kunnen we nog sporen vinden op oude afbeeldingen of in vroege stadskronieken, maar de meeste gingen verloren door brand of door noodzakelijke vernieuwing van verrotte planken van het beschot. Maar heel misschien is er nog ergens één onder een dikke verflaag verstopt….

Tekst: Alice Taatgen

Publicatiedatum: 23/04/2014