Ommetje Halfweg: storm, stoom, schuiten en suikerbieten

Je rijdt er langs, je vaart er voorbij, je vliegt er overheen, maar stap eens even uit de trein. Halverwege Amsterdam en Haarlem. Eeuwenlang niet meer dan een smal strookje land tussen grote watervlakten. Trekschuit, tram, trein – al het doorgaande verkeer wurmde zich door de flessenhals. Ga (in gedachten) mee op een ommetje door Halfweg met het verhaal van storm, stoom, schuiten en suikerbieten.

Wie met de trekschuit kwam, moest hier uitstappen om langs een smal dijkje tussen grote, dreigende watervlakten te lopen naar de volgende trekschuit die al gereed lag. De strook land was hier zo smal, en er lag ook nog een zeesluis in, dat er geen ruimte was om hier ook nog een trekvaart te graven.

De Spaarndammerdijk, waar Halfweg tegenaan schurkt, kronkelde van oudsher van Amsterdam naar Spaarndam; je kan er plezierig over wandelen of fietsen. Dit vriendelijke dijkje is de onmisbare zeewering van vroeger. Het IJ was veel groter dan nu. Je kon toen over het Grote IJ van Amsterdam zeilen naar Beverwijk, aan de voet van de duinen.

Het oude stoomgemaal van Halfweg, gezien vanaf Zwanenburg aan de andere kant van de Ringvaart om de Haarlemmermeer. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Houtrak

Het Houtrak was de uitloper van het IJ richting Halfweg. Aan de andere kant van Halfweg lag het Spieringmeer, inmiddels opgeslokt door het almaar groter wordende Haarlemmermeer. Hier lag vroeger een stukje Holland op z’n smalst en dat realiseerde ieder zich terdege bij een zware storm.

De vrees dat de dijk het niet meer zou kunnen houden, werd bewaarheid in de nacht van 4 op 5 november 1675. De Spaarndammerdijk bezweek onder de kracht van een zware noordwesterstorm. De wind zou het water in Amsterdam zelfs over de Dam en op de Nieuwendijk hebben laten stromen. Dat was al spannend, maar dat was nog niets vergeleken bij de ellende die Amsterdam te wachten stond indien het Grote IJ en het Haarlemmermeer met elkaar in open verbinding zouden komen.

De Spaarndammerdijk tussen beide watermassa’s moest dus dicht. En wel zo snel mogelijk. Makkelijker gezegd dan gedaan. De eerste poging mislukte. Pas toen er enkele schepen tot zinken waren gebracht voor het gat in de dijk, lukte het (tegen hoge kosten) de waterkering te herstellen. Het was alle hens aan dek, maar in maart 1676 was het karwei geklaard. De Grote Braak, nu een liefelijk meertje bij Halfweg, is het restant van de beruchte dijkbreuk van 1675.

Op deze ingekleurde kaart van omstreeks 1840  is te zien hoe Halfweg ingeklemd zit tussen het Grote IJ en het Spieringmeer. Ook de spoorlijn en de trekvaart zijn ingetekend op deze kaart. Collectie Noord-Hollands Archief.

Swanenburg

Verantwoordelijk voor de waterhuishouding in dit deel van Holland was het Hoogheemraadschap Rijnland, dat op het kwetsbare deel van de zeedijk in Halfweg een Gemeenlandshuis had laten bouwen. Hier was het bestuurlijk hart van het hoogheemraadschap ondergebracht, hier zetelde de dijkgraaf en vergaderden de polderbesturen. Dit Gemeenlandshuis Swanenburg had op de poorten bij de entree aan de Haarlemmerstraatweg zwanen staan. Naar deze zwanen is eeuwen later het dorp aan de zuidzijde van de Ringvaart genoemd: Zwanenburg.

Het Gemeenlandshuis dateert uit 1648 en het is ontworpen door Pieter Post (1608-1669). Post was in die tijd hofarchitect van stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms, niet de minste ontwerper dus. Post maakte van het Gemeenlandshuis een imponerend ‘kasteel’ in de stijl van het Hollands classicisme.

Gezicht op het voormalig Gemeenlandshuis van het Hoogheemraadschap van Rijnland, Huis Zwanenburg of Swanenburg te Halfweg. Collectie Noord-Hollands Archief.

Trekvaart

Nog geen twintig jaren tevoren had Halfweg een verbinding via trekschuiten gekregen met Amsterdam en Haarlem. De trekvaart tussen beide steden kon niet worden doorgetrokken, omdat er bij Halfweg zeesluizen lagen. Die dienden om het overtollige water van het Hoogheemraadschap Rijnland te lozen op het Grote IJ – en daarmee op de Zuiderzee. Overigens lukte het spuien natuurlijk alleen als het Grote IJ een lager niveau had dan het Haarlemmermeer.

Vanwege deze smalle strook land in Halfweg was besloten dat de reizigers hier over de brug van de ene trekschuit naar de volgende moesten lopen. De drukke autoweg van nu, naast de trekvaart, ligt in feite op het jaagpad van het paard dat de schuit trok.

Links een deel van het stoomgemaal dat het water van de Ringvaart moest afvoeren richting IJ en Zuiderzee. Aan de overzijde van het water het complex van de vroegere suikerfabriek met de opvallende silo’s, inmiddels omgetoverd tot kantoren. Het puntige gebouwtje was het havenkantoor van de fabriek. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Zweedse reiziger

In Halfweg was natuurlijk een herberg waar de reizigers iets konden nuttigen. Zoals zo vaak, ontstond op zo’n druk punt met veel passanten een dorpje, halverwege Amsterdam en Haarlem. Wie hier passeerde in de zomer van 1759 was de Zweed Bengt Ferrner die er een dagboek van bijhield.

Hij wilde de dijk wel eens zien die het IJ en het Haarlemmermeer van elkaar scheidde. Het IJ lag als uitloper van de Zuiderzee toen hij er was veel hoger dan het Haarlemmermeer, vertelde hij. Deze Spaarndammerdijk was, schreef hij, heel sterk gemaakt dankzij grote, vierkante, gehouwen stenen die met cement aan elkaar waren verbonden. Alleen hier komen het IJ en het Haarlemmermeer zo dicht bij elkaar. Elders worden zij gescheiden door land en brede aarden wallen, maar hier na een dijkdoorbraak niet meer, meldde Bengt.

De weg van Amsterdam naar Haarlem is, aldus onze Bengt, helemaal effen en loopt in een rechte lijn. De trekschuit tussen beide plaatsen doet er twee uur over. ‘Halfweg tussen deze twee steden staat een wit geschilderde dikke paal, waarop het volgende diep gehouwen staat: “De gehele 4295 roeden, d’helft 2147½  roede.” Aan elke kant van deze wit geschilderde paal staan op gelijke afstand 21 rood geschilderde, zodat op de hele weg 42 rood geschilderde palen staan.’ Tot zover het reisverslag van Bengt Ferrner uit 1759, dat in 1910 door G.W. Kernkamp in Nederland is uitgebracht. Hij had het in de Koninklijke Bibliotheek in Stockholm opgedoken.

Het dorpje Halfweg rond 1724 met de trekvaart en het imponerende Gemeenlandshuis Swanenburg. De illustratie is van de hand van Abraham Rademaker. Collectie Noord-Hollands Archief.

Keurvorst Frederik V

Bengt Ferrner mocht van geluk spreken dat hij met de trekschuit kon reizen, want heel wat schepen die de tocht over het Grote IJ moesten maken, zijn onderweg vergaan. Vraag maar aan de keurvorst Frederik V van Palts. Hij leefde hier in ballingschap (in zijn land woedde de Dertigjarige Oorlog) en voer in januari 1629 van Haarlem naar Amsterdam. Over het Grote IJ. Forse windstoten brachten zijn schip in aanvaring met een ander vaartuig. Het schip van de keurvorst zonk. Frederik V wist het vege lijf te redden, maar zijn vijftienjarige zoon overleefde het helaas niet. Nee, dan was de komst van de trekschuit een hele verbetering.

Intussen klotsten aan de zuidkant van Halfweg nog altijd de golven van het Spieringmeer. Dat meer was na enkele stormen rond 1500 een grote watervlakte gaan vormen met het Haarlemmermeer en het Leidse Meer. Het gevaar dat dat uitgestrekte meer en het Grote IJ de tussenliggende smalle strook land zouden wegslaan, was zeker niet denkbeeldig. In de Tachtigjarige Oorlog liet de Spaanse bevelhebber Don Frederik (zoon van Alva) in 1572 de smalle strook land bij de zeesluizen in Halfweg doorgraven, zodat hij van het Grote IJ met zijn tientallen oorlogsschepen het Haarlemmermeer op kon varen om daar slag te leveren met de geuzen bij Haarlem.

Keurvorst Frederik V van Palts, ca. 1615-1647. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

‘Waterwolf’

In 1837 viel het definitieve besluit om het Haarlemmermeer, dat voortdurend delen land weg hapte (de ‘Waterwolf’), te temmen. Grote stoomgemalen werden gebouwd om al het water weg te pompen. In Halfweg moest er ook zo’n stoomgemaal komen om het water van het meer, dat op de Ringvaart was gepompt, af te voeren naar het Grote IJ. In Spaarndam kwam ook een stoomgemaal hiervoor. Want na het droogleggen van het Haarlemmermeer was het niet meer mogelijk overtollig water in het Hoogheemraadschap te bergen totdat het waterpeil in het Grote IJ voldoende gezakt was om er op te kunnen lozen.

In Halfweg heeft het stoomgemaal tot 1977 door moeten pompen. Een stichting Vrienden Stoomgemaal Halfweg heeft zich nadien met succes ingezet voor behoud en restauratie van het gemaal. Je ziet de schoorsteen nog boven de daken van de woningen in Halfweg uitsteken. Dit is  het oudste en grootste nog werkende schepradstoomgemaal ter wereld. Het staat genomineerd voor de verkiezing van Monument van het jaar 2020 van de gemeente Haarlemmermeer. De uitslag wordt in september 2020 bekend gemaakt.

Stoomgemaal Rijnland, in Halfweg gebouwd rond 1850, op een prentbriefkaart van rond de vorige eeuwwisseling. Collectie Noord-Hollands Archief.

Het oude stoomgemaal aan de Haarlemmermeerstraat staat op de lijst met rijksmonumenten, evenals het oude blok met dienstwoningen en werkplaats er tegenover aan de Haarlemmermeerstraat.

Het droogleggen van het Haarlemmermeer leverde Halfweg overburen op. Aan de andere kant van ‘het kanaal’ verrees een dorpje, aanvankelijk zonder naam. Maar in 1913 kreeg het de naam Zwanenburg, genoemd naar de zwanen bij de entree van het Gemeenlandshuis in Halfweg.

Mooie luchtfoto van K.L.M. Aerocarto van de suikerfabriek in Halfweg. Het was een drukte van belang met al die vrachtschepen. Op het fabrieksterrein zie je bergen suikerbieten. Het water op de voorgrond is de Ringvaart, deze afbeelding dateert van voor de Tweede Wereldoorlog. Collectie Noord-Hollands Archief.

Suikerfabriek

Dat Gemeenlandshuis zie je nu als onderdeel van het immense complex van de suikerfabriek. Maar denk dat fabrieksgebouw even weg en daar staat plots een fraai gebouw. Je kan je indenken dat men hier in de buurt wel van ‘het kasteel’ sprak.

De bestuurders van het Hoogheemraadschap hadden midden negentiende eeuw hun ‘Swanenburg’ niet meer nodig en het monumentale pand kwam in handen van de eigenaren van de Eerste Beetwortel Suikerfabriek die hier verrees, later Suikerfabriek Holland, uiteindelijk CSM.

Bouwwerkzaamheden bij het Gemeenlandshuis, dat nu aangeplakt zit aan het complex van de vroegere suikerfabriek. Ooit had het Gemeenlandshuis ook een poort aan de rechterzijde. Foto genomen vanaf de weg voor het spoorwegstation. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

In de Haarlemmermeerpolder, ten zuiden van Halfweg, en bijvoorbeeld ook in de Houtrakpolder ten noorden van het dorp, werden op grote schaal suikerbieten geteeld. Een groot deel van het Buiten-IJ was droog gelegd tijdens de aanleg van het Noordzeekanaal. Zo is het vroegere water Houtrak sinds 1876 een polder. Met erin Ruigoord, ooit een eiland in het Houtrak.

Tijdens de ‘campagne’, de oogst van de suikerbieten, kwamen uit alle delen van het land seizoenarbeiders in deze contreien werken. Zelfs Belgen trokken hierheen. Ze sliepen in keten. Jaap Kok vertelt in zijn in 1983 verschenen boek Verhalen uit de Houtrakpolder hoe de seizoenarbeiders elke dag duizend meter bieten moesten rooien. Dat betekende stuk voor stuk de bieten uitsteken, schoonmaken en koppen. Vervolgens keurig op een hoopje leggen en afdekken tegen vorst en regen.

De elektrische  tram rijdt over de brug bij de suikerfabriek in Halfweg. Deze afbeelding dateert uit de eerste jaren van de vorige eeuw. Collectie Noord-Hollands Archief.

Dat is inmiddels verleden tijd. De suikerfabriek is in 1992 gesloten, maar je ziet nog de hoge silo’s staan. Het meer dan 10 ha grote terrein van de vroegere suikerfabriek, gelegen tussen de Ringvaart en de spoorlijn, maakte begin deze eeuw een doorstart als Sugar City met outlets, locaties voor evenementen en kantoren.

Het toen nieuwe Raadhuis van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude in Halfweg. Deze foto van A.J.W. de Veer maakt deel uit van de collectie van het Noord-Hollands Archief.

Raadhuis

Inmiddels hebben we (in gedachte) gewandeld van het stoomgemaal, over de brug, langs het Gemeenlandshuis en de suikerfabriek en komen vervolgens bij een fraai raadhuisje aan de Haarlemmerstraatweg. Denk het gebouw uit 1906 even in een minder volle en drukke omgeving en je krijgt vast waardering voor dit ontwerp van Jacob London (1872-1953) voor het raadhuis van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Het had wat voeten in de aarde – er was discussie over de bouwkosten – voordat uiteindelijk toch het door London ontworpen gebouw verrees.

Men waardeerde het ontwerp zozeer, dat een kleine kopie ervan werd gebruikt als het havenkantoor van de suikerfabriek. Hier regelde men de aanvoer van de suikerbieten over de Ringvaart. En daar bleef het niet bij, want zo meldt de website van Historisch Halfweg, ook elders in het land zijn raadhuizen neergezet op basis van de tekeningen van dit exemplaar in Halfweg. Het is een rijksmonument, evenals natuurlijk het Gemeenlandshuis en onder andere het stoomgemaal.

Puffend en sissend kwam de stoomlocomotief tot stilstand op het perron van Halfweg. De foto is vermoedelijk in 1927 geschoten. Collectie Noord-Hollands Archief.

De gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude is inmiddels opgeheven en opgenomen in de gemeente Haarlemmermeer. Waarmee Halfweg en Zwanenburg ook bestuurlijk hecht aaneen zijn geklonken. Indertijd hebben beide burgemeesters nog samen een fiets-/wandelbrug geopend tussen Zwanenburg en het terrein van Sugar City, heel toepasselijk de Bietenbrug gedoopt.

Staand op de dijk van de Ringvaart In Zwanenburg realiseer je je pas goed hoe groot het complex was waar de suikerbieten werden verwerkt. De polderwegen waren in campagnetijd soms gevaarlijk glad van de klei.

Van de rijksmonumenten in Halfweg is het meest verborgen de oude spoorbrug uit de tijd van de Hollandsche IJzeren-Spoorwegmaatschappij, die over de Oostsluis ligt. Deze ijzeren spoorwegbrug dateert uit 1868, maar de allereerste trein in ons land reed hier langs Halfweg op 20 september 1839. De eerste brug was van hout. De sluizen, bruggen, locomotieven en wagons zijn veranderd, maar de trein rijdt nog altijd hier hetzelfde traject.

Alsof het niet al vol genoeg was tussen de Spaarndammerdijk en de Ringvaart, passeerde hier in Halfweg in de vorige eeuw (van 1904-1957) ook nog de (blauwe) tram van Amsterdam naar Haarlem en Zandvoort.

De kleine heuvels rechts en links van het weggetje waren ooit de batterijen waar verdedigers van Amsterdam zich verschansten. Een voorloper van de Stelling van Amsterdam. Bij de hoge bomen links ligt de spoorbaan Amsterdam-Haarlem. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Batterij in het groen

Genoeg van de drukte? Steek dan even het spoor over naar het rustgevende groen van het recreatiegebied Spaarnwoude. Op de paadjes in het bos naast het stationnetje horen we de koekoek roepen, de fitis zingt zijn deuntje, dat altijd wat sneu aandoet. Vinken roepen om het luidst. De rietzanger mengt zich ook in het koor.

Iets buiten het dorp, in het uitgestrekte groene land, ligt een batterij uit eind achttiende eeuw. Je ziet het aan de heuvetjels in het verder vlakke land. Hierachter stond geschut opgesteld. In wat nu een natuurgebied is, aan de Batterijweg, maar in 1795 werd dit verdedigingspunt (een van de zogenaamde Posten van Krayenhoff) opgeworpen als voorloper van de Stelling van Amsterdam. Je ziet daar nog enkele verhogingen uit 1920, die bestemd waren om er luchtverdedigingskanonnen op neer te zetten.

Overrompeling van de batterij te Halfweg. Pruisische troepen doen een aanval op de patriotten in 1787. Collectie Noord-Hollands Archief.

Nu we het toch over vorige eeuwen hebben: tijdens opgravingen bij het stationnetje zijn zowaar bakstenen funderingen gevonden, die overblijfselen zijn van een vestingtoren van Napoleon. Deze toren uit 1812 moest vermoedelijk enkele verdiepingen tellen en diende voor de verdediging van Amsterdam. Of de toren inderdaad hier ooit verrezen is, is de vraag.

Zo zijn we weer terug bij het spoorwegstation. Van het perron zie je nog de gebouwen van de vroegere suikerfabriek, het Gemeenlandshuis, waar druk vergaderd zal zijn na de dijkdoorbraak van 1675, de schoorsteen van het schepradstoomgemaal en het torentje van het oude raadhuis. Tijd om ons (digitale) ommetje door Halfweg te beëindigen en verder te gaan.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 23/06/2020