De archivaresse van Haarlem

Tijdens haar leven is Gerda Kurtz (1899 - 1989) herhaaldelijk geëerd voor haar toegewijde werk als archivaris en historica. Ook in de oorlogsjaren wist Kurtz als archivaris een bijzondere rol te spelen. Wie was deze eerste ‘archivaresse’ van Nederland? Klaartje Pompe, hoofd publiek van het Noord-Hollands Archief, neemt de lezers van ONH mee in Gerda Kurtz’s jeugd, opleiding en werkzame leven in Haarlem als gemeentearchivaris.

Een ijverige leerlinge

Gerda werd geboren in Amsterdam op 15 november 1899 als eerste kind van Hendrik Johann Julius Kurtz en Anna Berendina ten Harmsen. Het gezin was Luthers. Ze groeide op in een eenvoudig milieu, haar vader was opzichter-tekenaar. Na Gerda volgde nog een dochter die drie jaar jonger was dan Gerda. In 1907 verhuisde het gezin naar Haarlem. Gerda kon goed leren en ging na de lagere school naar de hogeburgerschool (in kort: H.B.S.) voor meisjes, later ook MMS genoemd, aan de Krocht. Haarlem had in 1867 als eerste stad in Nederland een H.B.S. voor meisjes gekregen, die snel groeide.

H.B.S. voor meisjes. Bron: Noord-Hollands Archief.

Vanuit de meisjes-H.B.S. en na het volgen van bijlessen werd de leergierige Gerda toegelaten tot de zesde klas van het Stedelijk Gymnasium met rector Spoelder. In 1919 deed ze eindexamen met 9 andere leerlingen.  Met het gymnasiumdiploma op zak ging Gerda Kurtz als eerste in haar familie Letteren studeren in Utrecht en na haar kandidaats geschiedenis. Ze woonde met haar zus en haar vader, haar moeder was na een lang ziekbed overleden. Na het trouwen van haar zus bleef Gerda met haar vader thuis achter. Ze studeerde met uitstekende resultaten, cum laude, af. Tijdelijk ging Gerda in Haarlem op het gymnasium werken als lerares geschiedenis en aardrijkskunde.

Reunie van de H.B.S. met de oud directrice in het midden, 1927. Bron: Noord-Hollands Archief.

Op zoek naar een baan

Gerda haalde in 1930 haar archiefexamen wetenschappelijk ambtenaar, met 3 andere vrouwen. Ze werd direct hierna lid van de Vereniging van Archivarissen in Nederland en bleef lang actief in de vereniging, onder meer als secretaris, voorzitter van de afdeling van gemeentearchivarissen en lid van de examencommissie. Het was lastig een baan te vinden in de crisisjaren. Het overlijden van haar vader in 1936 maakte het nog noodzakelijker een baan te vinden. Gelukkig kwam er in 1936 een vacature voor gemeentearchivaris vrij, in Haarlem, de stad waar ze tijdens haar lagere en middelbareschooltijd had gewoond.

Panorama met zicht op de Grote Kerk, foto van Gerda Kurtz (1937). Bron: Noord-Hollands Archief.

Gerda Kurtz zette alles op alles in de sollicitatie. Tijdens haar sollicitatie vroeg Kurtz een gesprek aan bij de wethouder waarin ze schreef hoe uiterst moeilijk het was

‘voor een vrouw in deze tijden een werkkring te vinden. En een alleenstaande vrouw had niet zo’n hoog salaris nodig. ‘

Met 2.400 gulden zou ze al tevreden zijn. Ondanks een opmerking van de wethouder dat de vrouwelijke sollicitanten wat hem betreft niet hoefden te worden uitgenodigd, lukte het Gerda Kurtz om tweede te worden in de voordracht aan de raad van 3 voor de gemeente acceptabele kandidaten. Uiteindelijk was er een overtuigende meerderheid van 23 stemmen voor Kurtz en 7 stemmen in de raad voor de nummer 1, een man.

Burgemeester Maarschalk opent de deur van het nieuwe gemeentearchief in de Janskerk. Kurtz staat er als kersverse archivaris van Haarlem (1936). Bron: Noord-Hollands Archief.

De eerste vrouwelijke archivaris

Zo werd twee maanden na het overlijden van haar vader Gerda Kurtz benoemd tot gemeentearchivaris van Haarlem als opvolgster van H.E. Knappert. Jarenlang zou ze het enige vrouwelijke diensthoofd blijven. Eenmaal benoemd was Gerda Kurtz ‘niet meer te stuiten’. Er werden veel archieven verworven en beschreven. Ze organiseerde jun 1936 haar eerste tentoonstelling ‘De Grote Markt in de loop der tijden’. De kersverse archivaris toonde zelf in de raadszaal de tentoongestelde archiefstukken en foto’. Toen Gerda Kurtz benoemd werd, berustte het gemeentelijke archief nog op het stadhuis. De ruimte in het stadhuis was er niet meer. De Janskerk werd door de gemeente gekocht (en daarmee gered van sloopplannen), verbouwd met een kluis in de kerk. De archieven verhuisden naar de Janskerk.

Het nieuwe archiefdepot in de historische Janskerk. Bron: Noord-Hollands Archief.

Door de ogen van Gerda Kurtz

Juffrouw Kurtz was tijdens de Tweede Wereldoorlog op allerlei manieren bezig met zowel helpen en redden van mensen in nood als het redden van het archief en het documenteren in beeld van de tijd. Kurtz was een zeer betrokken lid van de Lutherse gemeente van Haarlem en heeft in die positie onderduikers geholpen. Op de zolders van de Lutherse kerk aan de Witte Herenstraat verbleven grotere groepen onderduikers voor kortere of langere tijd. Als archivaris durfde Kurtz het aan om in de archiefkluis ‘alles wat nuttig werd geacht, legaal en illegaal’, tussen de archieven te verzamelen en te verstoppen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het gemeentearchief niet in de directe belangstelling van de Duitse bezetters. Het was het enige gebouw zonder bordje ‘verboden voor joden’. Zo heeft Gerda Kurtz het archief van de Nederlands Israelitische Gemeente en de bibliotheek van rabbijn De Vries gered. Bij kleine hoeveelheden werd het gebracht. Verder vonden ook radiotoestellen, fietsen en voorwerpen uit de synagoge een plek in het archief.

Ingesneeuwde Jansstraat met propaganda van de Duitsers, foto van Gerda Kurtz (1942). Bron: Noord-Hollands Archief.

Kurtz vond het van belang het beeld van deze dramatische jaren vast te leggen voor het nageslacht. Tijdens de oorlog heeft ze op verschillende plekken in Haarlem gefotografeerd. Dit was bijzonder, vanwege het verbod enerzijds en de zeer beperkte aanwezigheid van fotorolletjes anderzijds. De foto’s zijn haastig geschoten, omdat fotograferen ten strengste verboden was. Ze maakte foto’s van binnenmarcherende Duitsers, het stille verzet van de bevolking en tot puin gebombardeerde huizen. Ook is op haar foto’s te zien hoe de Duitsers door de hele stad propaganda maken. Kurtz was van mening dat materiaal over deze tijd bewaard moest worden als getuigenis. Na de oorlog werd er een tentoonstelling en oproep voor ‘foto’s, illegale bladen, aanplakbiljetten of andere interessante zaken’ georganiseerd.

Dreef met Duitse soldaten, foto van Gerda Kurtz. Bron: Noord-Hollands Archief.

‘Archivaresse’ Kurtz

Gerda Kurtz heeft nog tot 1965 gewerkt als enige vrouwelijke diensthoofd. De ‘juffrouw’ genoot respect voor haar werk en kennis over de stad. In de krant werden haar publicaties en werk steeds als dat van de ‘archivaresse’ aangeduid. Er zijn in totaal 79 boeken en artikelen van Gerda Kurtz bekend; het laatste over het Proveniershuis verscheen toen ze 80 was. Ze was een gemeentearchivaris van de oude stempel, ze deed bijna alles zelf. Vanaf het moment dat ze benoemd was, was ze toegewijd aan het verhaal vertellen over de geschiedenis van Haarlem. Dat deed ze met boeken en artikelen; van wetenschappelijk tot gericht op jeugd en een breder publiek. Ze organiseerde tentoonstellingen en rondleidingen door de stad. Ze genoot in de stad en onder collega’s alom respect.

Een portret van Gerda Kurtz door Cees de Boer (1957). Bron: Noord-Hollands Archief.

Auteur: Klaartje Pompe. Het artikel is een verkorte versie van een lezing die Klaartje Pompe gaf over Gerda Kurtz in de Janskerk op 8 maart 2020, ter gelegenheid van internationale vrouwendag. 

Nieuwsgierig geworden naar de foto’s, die Gerda Kurtz maakte tijdens de oorlog? Bekijk het hele album in de webexpositie van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 29/04/2020