Noordkop: de Rede van Texel

Vanaf eind 2011 is het panorama van de Rede van Texel permanent te bewonderen in het nieuwe entreegebouw van Kaap Skil, museum van jutters & zeelui in Oudeschild op Texel. De beschutte ankerplaats aan de zuidoostkant van het eiland vormde voor de Nederlandse vloot in vroegere eeuwen de poort naar de wereld.

 

Paskaart van de Zuiderzee door Johannes van Keulen, ca. 1680.

Paskaart van de Zuiderzee door Johannes van Keulen, ca. 1680. Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland.

Rede van Texel

Honderden VOC-schepen, walvisvaarders, vissers- en oorlogschepen lagen in de zeventiende eeuw voor anker bij de Rede van Texel, min of meer ter hoogte van Oudeschild. Vanaf deze plek kozen ze het ruime sop naar bestemmingen in alle windrichtingen. De rede bestaat niet meer, maar hij is een aantal jaar geleden zo natuurgetrouw mogelijk nagemaakt op een 18 meter lange maquette. Deze maquette heeft nu een permanente plek in het grondig verbouwde Museum Kaap Skil op Texel.

Detail van de maquette van de Rede van Texel, gemaakt door Artitec.

Detail van de maquette van de Rede van Texel, gemaakt door Artitec. Beeld: Collectie Museum Kaap Skil.

Ontstaan van de Rede

Vanaf de vijftiende eeuw begonnen de steeds groter wordende handelsschepen aan te leggen bij de Rede van Texel. Dat was het gevolg van de verzanding van de Zuiderzee. Aan het eind van de middeleeuwen werd dat een steeds nijpender probleem voor de havensteden die daaromheen lagen. Onder andere voor Amsterdam. Schepen liepen continu vast in de ondiepe geulen en zandbanken. Op den duur konden alleen kleine schepen en platbodems nog over de binnenzee varen.

Dankzij de bloei van de overzeese handel in de daaropvolgende eeuwen kwam de Rede van Texel tot grote bloei. De ankerplaats veranderde in de belangrijkste voorhaven en verzamelplek van de groeiende koopvaardij- en oorlogsvloot. Het Texelse kustfort De Schans (gebouwd rond 1574) zorgde voor bescherming van de vaarroute en de vloot.

Lichterschepen. Gravure Reinier Nooms, 18e eeuw.

Lichterschepen voeren af en aan tussen de Rede van Texel en de havensteden aan de Zuiderzee. Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland

Bij de rede werd de lading van de binnenkomende schepen overgeladen op ‘lichters’. Deze kleine schepen vervoerden de spullen over de Zuiderzee verder naar de haven van bestemming. De lichters brachten de nieuwe lading ook aan boord van de schepen die af zouden reizen naar de Oost of de West. Eenmaal klaar voor vertrek moest gewacht worden op een gunstige wind om uit te varen. Dat kon weken duren.

Schepen op de Rede van Texel, gezien vanuit het Nieuwediep. Tekening Ludolf Bakhuyzen, eind 17e eeuw.

Schepen op de Rede van Texel, gezien vanuit het Nieuwediep. Tekening Ludolf Bakhuyzen, eind 17e eeuw. Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland

Wezenputten

De rede was ook heel belangrijk voor Texel zelf. Het zuidoostelijke deel van het eiland stond helemaal in het teken van de rede. Texelse schapen werden daar ingeladen als proviand voor onderweg. Tegenover Huize Brakestein lagen de Wezenputten, eigendom van het weeshuis. Het water uit deze putten was zeer gewild bij de schepen die vanaf Texel vertrokken. Door het hoge ijzergehalte was het bruinige water uit de Wezenputten extra lang houdbaar. Pas bij Kaap de Goede Hoop hadden de VOC-schepen dan vers water nodig. De vaten met water uit de Wezenputten werden via de Skilsloot naar de dijk vervoerd.

Huize Brakestein met op de voorgrond de in 2002 gerestaureerde Wezenputten.

Huize Brakestein met op de voorgrond de in 2002 gerestaureerde Wezenputten. Beeld: Huub Schous.

Daar waar de watervaten over de dijk gehesen werden, kwamen herbergen. Zo ontstond bij Oudeschild het Jeneverbuurtje. Dit werd ook wel Kollegat genoemd (kol = prostituee, gat = doorgang). Nu heet deze straat simpelweg ’t Buurtje. Ook de inwoners van Texel kochten water uit de Wezenputten. Zij moesten daar twaalf stuivers per jaar voor betalen. De geldkist waarin het geld van de waterverkoop bewaard werd, is nog altijd te zien in het Museum Kaap Skil.

De pomp op de Wezenputten en de Skilsloot bij Oudeschild, gravure Pieter van Cuyck.

De pomp op de Wezenputten en de Skilsloot bij Oudeschild, gravure Pieter van Cuyck. Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland

Scheepswrakken

Op 24 december 1593 kreeg de rede van Texel te maken met een zware storm. Zo’n 150 schepen lagen daar op gunstige wind te wachten. Schepen sloegen los en ramden andere boten. Vierenveertig volgeladen koopvaardijschepen vergingen en ongeveer duizend mensen verdronken. De bekende Amsterdamse graanhandelaar en dichter Roemer Visscher (1547-1620) was een van de reders die grote verliezen te betreuren hadden. Hij noemde zijn jongste dochter daarom Maria Tesselschade. Zij werd enkele maanden na de ramp geboren. Vanwege haar artistieke begaafdheid en schoonheid werd zij later bekend als de Muze van de Muiderkring.

Onderwaterarcheologen bij een zeventiende-eeuws scheepswrak in het Molengat bij Texel.

Onderwaterarcheologen bij een zeventiende-eeuws scheepswrak in het Molengat bij Texel. Beeld: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Naast onstuimig weer vormden ook kruiend ijs en de vele zandbanken rond Texel een groot gevaar. Voor de kust groeide een scheepskerkhof van enorme omvang. Honderden scheepswrakken uit voorbije eeuwen liggen daar nog altijd in de zeebodem. Sinds 2008 coördineert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een onderzoek waarbij alle scheepswrakken rond Texel in kaart worden gebracht. De ‘wrakkenkaart’ geeft aan wat waar ligt, maar ook wat de archeologische waarde is en wat ermee moet gebeuren. Deze kaart is verschenen bij de opening van het vernieuwde Museum Kaap Skil in 2011. Bij de kaart is een begeleidend boekje over de maritieme geschiedenis van het eiland.

De Rede van Texel in de Canon van de Noordkop.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Waddenzee.

Publicatiedatum: 15/12/2010