Nieuwsgierig aagje

"Hé, niet zo nieuwsgierig, nieuwsgierig aagje!" Heb je vast wel eens gehoord wanneer je als kind de kledingkast van je ouders in dook om te kijken wat ze voor je verjaardag hadden gekocht. Of als je 's avonds laat al naar beneden sloop om vóór het opstaan al in je schoen te kijken om te zien wat Sinterklaas er in had gestopt. Bij de uitdrukking 'nieuwsgierig aagje', wordt Aagje niet meer als eigennaam gebruikt, maar als een soortaanduiding om mensen te karakteriseren. Ook wel een 'eponiem' genoemd. Iedereen kan een nieuwsgierig aagje zijn. Nieuwsgierig zijn wordt veelal geassocieerd met het zoeken en vinden van het onbekende. Je weet niet zeker waar je uit komt als je nieuwsgierig bent naar iets. Over het algemeen worden nieuwe kennis en ervaringen als weldadig beschouwd, maar niet altijd. Genomen risico's kunnen ook verkeerd uitpakken. Zo ervoer 'Nieuwsgierigh Aeghje van Enckhuysen' het in een klucht van Abraham Bormeester.

Nieuwsgierig aagje

Pen- en potloodtekening van de uitdrukking/eponiem ‘nieuwsgierig aagje’

Nieuwsgierig aagjeNieuwsgierig aagje

Kluchtigh Avontuurtje

De uitdrukking ‘nieuwsgierig aagje’ komt uit het zeventiende-eeuwse kluchtspel: ‘Kluchtigh Avontuurtje van ’t Nieuwsgierigh Aegje van Enckhuysen’. Het avontuur van de nieuwsgierige jonge Aagje, getrouwd met een smid in Enkhuizen, speelt zich af in de Tachtigjarige Oorlog. In deze rumoerige tijd raakten de toenmalige Nederlanden verdeeld waardoor veel mensen familie in andere provincies al lange tijd niet meer hadden gezien. Toen in 1609 tijdens het ‘Twaalfjarig Bestand’ de wapens tijdelijk werden neergelegd, konden familieleden elkaar weer een keer opzoeken. Aagje wilde dit ook. Uit nieuwsgierigheid besluit ze met honderd gulden op zak met de met haar man bevriende schipper Freekbuur stiekem mee te reizen naar Antwerpen.

Eenmaal aangekomen in de Zuid-Nederlandse handelsstad ging Freekbuur aan wal om het een en ander te regelen. Hij vroeg Aagje op het schip te blijven, maar zo nieuwsgierig als Aagje was, ging ze er toch alleen op uit. Al gauw werd ze aangesproken door een man: “Goedendag mijn nichteken!” In de waan dat de man haar neef zou zijn, besloot ze met hem mee te gaan en alles over zichzelf met hem te delen. Aagje besefte echter niet dat het een vreemde was en dat ‘nichteken’ een begroeting in Antwerpen was voor meisjes in het algemeen. Ze laat zich leiden door haar nieuwsgierigheid en belandde met de man in een kroeg of café waar hij haar dronken voert. Aagje viel in slaap van alle drank en werd door haar zogenaamde neef bestolen van haar geld, sieraden en kleren. ’s Ochtends werd ze in vreemde kleren voor het oog van tientallen mensen op de stoep van een deftig huis wakker. Haar nieuwsgierigheid kwam Aagje duur te staan. Beschaamd en bedroefd keerde ze met Freekbuur weer terug naar Enkhuizen.

Trijntje Cornelis uit Zaandam

De klucht van schrijver Abraham Bormeester komt voor het eerst voor in het kluchtboek ‘De Gaven van de milde St. Marten’ uit 1654. Daarnaast werd het avontuur van Aagje van Enkhuizen een ruime tien jaar later overgenomen in de populaire bundel met komische vertellingen van Jan Soet: ‘Het Leven en Bedryf van Clement Marot’. Het thema van het verhaal en de algemene lijn van de klucht zijn mogelijk afkomstig uit ‘Trijntje Cornelis’, een toneelstuk van Constantijn Huygens uit 1653. In deze klucht, waar niet Aagje uit Enkhuizen, maar Trijntje uit Zaandam op avontuur gaat in Antwerpen, draait het in de kern om de mens die zichzelf overschat en fouten maakt.

Trijntje Cornelisdochter was pas getrouwd met Klaas in Zaandam. Als haar man naar Antwerpen moet, wil Trijntje graag met hem mee. Klaas vond dat prima. Hij had zijn vrouw liever bij zich dan dat ze alleen en onbewaakt thuis zou zitten. Net als Aagje uit Enkhuizen vond Trijntje het prachtig in Antwerpen en ging ze uit nieuwsgierigheid op ontdekkingstocht door de drukke straten. Ook Trijntje ontmoette een vreemde en was in de waan dat het om een Zaandammer ging. Dit keer was het echter geen man, maar de prostituee Marie die tegenover Trijntje deed alsof ze Waterland en Zaandam kende. Trijntje liet zich net als Aagje meenemen naar de kroeg, waar ze alles over zichzelf met Marie deelde en vervolgens dronken in slaap viel. Trijntje kwam er nog bekaaider vanaf. Marie haalde namelijk de hoerenloper of prostituant, Francisco erbij. Trijntje werd door Marie van haar kleding bestolen en verkracht door Francisco, om vervolgens op een mestvaal met oude kleren aan achter te worden gelaten. Een nachtwaker vond de arme vrouw en bracht haar terug naar het schip en een verdrietige Klaas die vol zorgen in slaap was gevallen.

Nieuwsgierig

Marie en Francisco kwamen er niet helemaal mee weg. De volgende ochtend nam Trijntje met een knecht wraak. De twee daders werden het schip ingelokt en kregen een flink pak slaag, waarna Marie de oude kleren van Trijntje kreeg aangetrokken en Francisco een oud kloffie van de Knecht. Vervolgens vertelde Trijntje het hele verhaal aan haar bezorgde man.

Het idee van nieuwsgierigheid is minder sterk aanwezig in de klucht van Huygens dan in die over Aagje uit Enkhuizen. Toch lijken de verhalen zeer sterk op elkaar. Nieuwsgierig of niet, de ontdekkingstocht door Antwerpen pakte zowel voor Aagje als Trijntje verkeerd uit.

Wanneer bracht jouw nieuwsgierigheid je voor het laatst in de problemen?Auteur: Liza Koppenrade

Bronnen

Nieuwsgierig aagje, https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/nieuwsgierig-aagje-aagje

Etymologiebank, aagje, http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/aagje

Achtergrond bij nieuwsgierig aagje, http://www.isgeschiedenis.nl/uitgelicht/achtergrond-bij-nieuwsgierig-aagje/

Trijntje Cornelisdr, Ontmaskering in de rosse buurt, C. Huygens, 1653, http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/goudeneeuw/tekst/lgge109.html

Publicatiedatum: 11/05/2016