Nieuw leven in oude watertoren: ‘de rauwheid kunnen behouden’

Een molen die niet meer maalt, wordt een dood object. Maar hoe houd je een oude watertoren ‘levend’? Vol pompen met water heeft geen zin. In Assendelft is de oudst bestaande watertoren in Noord-Holland helemaal getransformeerd. Het monument is nu van deze tijd, zelfs gasloos!

Architect Jeroen Zijlstra vertelt in zijn kantoor aan de Zaan enthousiast over de transformatie van de watertoren die je al van verre ziet. In 1885 is de toren in de polder bij Assendelft gebouwd. Aan, zoals het tijdschrift De Ingenieur in 1895 schreef, ‘den teen der glooiing van den aldaar aanwezigen duinregel.’

Diep duinzand of niet, er moest indertijd eerst op proef worden geheid. Dat begon in mei 1885 en de bedoeling was dat de toren die zomer al af moest zijn. Metselwerk tot bijna 42 meter hoogte. Jaren later is de toren op ruim 43 meter gebracht. Hoe dan ook: het is een joekel. Een prachtig voorbeeld van een oude gemetselde cilindervormige toren.

En inderdaad, de planning klopte, want in 1886 kwam de watertoren in gebruik.

De Watertoren van Assendelft, 1984. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Geen kaartje

Deze watertoren is een provinciaal monument, herkenbaar aan een kleurig schildje bij de entree. Maar wie er langs rijdt, ziet dat schildje gewoonlijk niet. Er is, aldus Jeroen Zijlstra, lang gezocht naar een bestemming van dit monument waarbij er ook publiek naar binnen kon. Het is geen museum geworden, je kan geen kaartje kopen en welgemoed de lange trap opklimmen. Maar enig publiek komt er wel degelijk. Een notaris passeert namelijk aktes in deze toren, er zijn kantoren in gevestigd en er is een restaurant voor speciale gelegenheden: dineren op hoogte dus.

Dat had architect De Leeuw niet kunnen bevroeden toen hij zich, bijna anderhalve eeuw geleden, aan het ontwerpen van deze watertoren zette. De Leeuw maakte in zijn tijd naam als torenbouwer, want ook de later opgetrokken watertorens van Harderwijk en Bergen op Zoom zijn van hem.

‘Peperbus’

Met oog op de levering van schoon drinkwater in de Zaanstreek kwam er een leiding van de duinen bij Wijk aan Zee naar deze watertoren bij het buurtschap Vrouwenverdriet in de toenmalige gemeente Assendelft. De ‘Peperbus’ noemde men in de buurt deze toren, vanwege de bescheiden torenspits.

Wonderlijk genoeg waren de inwoners van Assendelft niet de eersten die water van deze toren uit de kraan konden laten lopen. Andere gemeenten uit de Zaanstreek sloten zich eerder bij de Zaanlandsche Waterleiding aan dan Assendelft. De boeren daar hadden voldoende vers water in de sloten voor handen, vonden ze.

In 1886 was het zo ver dat, zoals kranten van toen beeldend beschreven, de machines in de duinen het water persten naar de toren in Assendelft. Hier kwam het in een vergaarbak op wel 30 meter hoogte. En vanuit die vergaarbak viel het naar de verschillende gemeenten. Deze ‘Peperbus’ is in 1922 iets verhoogd en op de torenschacht is toen een cilindervormig hoogreservoir aangebracht.

Op deze foto zijn de grote ramen duidelijk te zien die aan de voorzijde in de watertoren zijn aangebracht. Foto: J.M. Pekelharing.

Zichtbaar van verre

De bebouwing in de Randstad was in de vooroorlogse jaren minder uitgebreid en ook minder hoog dan nu. Je zag deze watertoren zodoende al van verre. Eind april 1939 schreef een redacteur van De Tijd enthousiast hoe hij van de Haarlemmertrekvaart in Amsterdam over de spoorlijn naar Haarlem heen een blik wierp ‘over het vlakke land, over de weilanden, de volkstuintjes en smalle kavelslooten, over den Spaarndammerdijk heen en de IJpolder, waar in donkere en licht-groene tinten de vlakken der bouwlanden zichtbaar waren, tot den hoogen watertoren van Assendelft toe.’

Dat beeld was in 1974, het jaar dat het Provinciaal Waterbedrijf Noord-Holland (PWN) de watertoren sloot en te koop zette, anders. Langs de oevers van het Noordzeekanaal waren grote bedrijven neergestreken en de dorpen aan de Zaan waren uitgegroeid tot een grote stad.

Vlot trekken

Allerlei plannen werden gemaakt voor de toren: woningen, restaurant, museum, kantoren. Juridische complicaties ontstonden. Gedoe dus. Er werd het een en ander in vertimmerd, maar tot een afronding kwam het niet, totdat een groepje doortastende ondernemers besloot FKG Architecten aan de Zaan, Arnoud Ritsema interieurarchitect en Zijlstra Schipper Architecten in te schakelen.

‘We hebben’, aldus Jeroen Zijlstra, ‘bekeken hoe we de zaak weer vlot konden trekken.’ Er kwam een nieuw plan en zowel provincie als gemeente hebben zich, zoals Zijlstra benadrukt, daarbij zeer constructief opgesteld.

Afspraak was dat bij de transformatie de hoofdstructuur van de watertoren uit 1885 intact zou blijven. Binnen die afgesproken grenzen hebben we, vertelt ir. Zijlstra, grote ramen kunnen aanbrengen aan de voorzijde. Plannen om ook aan de andere kant dergelijke ramen in te brengen, bleken wel erg ambitieus. ‘Bovendien kon de toren dat qua stabiliteit ook niet goed aan.’ Er is een andere oplossing gevonden om toch voldoende licht binnen te krijgen.

Ir. Jeroen Zijlstra: ‘Klimaatregeling was de grootste uitdaging’. Foto: Pascal Fielmich.

‘Grootste uitdaging’

De volgende vraag was hoe het met de temperatuur in de toren zit. De toren staat altijd op de zon en de muren zijn wel 60 tot 70 cm dik, dus als het binnen eenmaal warm is, dan blijft dat een tijdje zo. Een goede klimaatregeling was, zegt Jeroen Zijlstra, ‘onze grootste uitdaging.’ Aanvankelijk ging men uit van woningen en kantoren met een centrale verwarming op gas. Uiteindelijk is besloten een overschrijding van het geplande budget voor lief te nemen en rigoureus te werk te gaan. Dat resulteerde in één klimaatinstallatie voor de hele toren. Zonder gebruik te maken van aardgas.

De watertoren is een monument, dus je kan bezwaarlijk de noodzakelijke koelapparaten ergens op het dak of aan de muren buiten monteren. Architect Zijlstra vertelt hoe al pratend, denkend en rekenend het plan rees om op de vijfde verdieping, waar kleine patrijspoortjes zaten, een klimaatinstallatie te bouwen met luchtwarmtepompen. Die installatie houdt de hele toren van binnen op de gewenste temperatuur.

‘Bij mijn weten is zoiets tot dusverre in een watertoren niet vertoond,’ zegt Jeroen Zijlstra.

Weids uitzicht van het kantoor hoog in de toren. Foto: Zijlstra Schipper Architecten; Pascal Fielmich.

Rauwheid

Terugkijkend op het project is hij er trots op ‘bij de transformatie de rauwheid van het gebouw te hebben kunnen behouden’. In de watertoren zijn moderne kantoren ingericht, ‘maar steeds met behoud van oude elementen. De stabiliteitskolom in het midden van de toren hebben we bij voorbeeld helemaal schoon gebikt, zodat je de rauwe bakstenen ziet. ‘

De watertoren in Assendelft heeft van buiten dezelfde uitstraling als in 1885, maar is nu van binnen ingrijpend getransformeerd. Dankzij allerlei vernuftige aanpassingen is deze toren helemaal van de 21e eeuw. Een monument dat terecht een provinciaal schildje draagt.

Oud en nieuw; in de getransformeerde watertoren is ‘de rauwheid behouden’. Foto: Zijlstra Schipper Architecten; Helge Horn.

Provinciaal monumentenschildje

Noord-Holland telt ongeveer 14.000 rijksmonumenten, duizenden gemeentelijke monumenten en 500 provinciale monumenten. De provincie beschermt monumenten die typisch zijn voor de provincie en die het unieke landschap ervan benadrukken. Denk aan stolpboerderijen, dijken, molens en gemalen. De provincie helpt eigenaren ook bij restauratie, herbestemming en verduurzaming van de monumenten. Met het aanbieden van de monumentenschildjes wil de provincie eigenaren van provinciale monumenten bedanken voor hun inzet en helpen meer bekendheid te geven aan ons erfgoed. Ook een schildje op uw provinciaal monument? Een monumentenschildje kan via een formulier kosteloos worden aangevraagd.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 23/01/2020