Niemand schilderde zó verleidelijk als Caesar van Everdingen

'Een schilder om verliefd op te worden; een schilder die verleidt en verrast.'

Meisje met een brede hoed ca. 1650-1660

Meisje met een brede hoed ca. 1650-1660 Beeld: Rijksmuseum Amsterdam

Terwijl de Grote of Sint-Laurenskerk in Alkmaar voldruppelt trekt stadsorganist Pieter van Dijk alle registers van het grote orgel open. Als de laatste klanken vervlogen zijn, glijden de monumentale orgelluiken langzaam dicht en verplaatst de aandacht zich naar de klassieke Bijbeltaferelen, die Caesar van Everdingen in 1644 op de orgelluiken heeft geschilderd. De luiken beslaan maar liefst 73 vierkante meter en vormen daarmee het grootste werk dat hij ooit heeft gemaakt, met de rode mantel van koning Saul als blikvanger. Dat de opening in de kerk plaatsvindt, komt omdat het aan de overkant van het plein gelegen Stedelijk Museum Alkmaar, waar de tentoonstelling van Van Everdingen te zien is, geen plek heeft om de vijfhonderd tot zeshonderd genodigden te ontvangen.Caesar Boëtius van Everdingen verdient onze aandacht, vindt het museum, omdat hij door kenners tot de top van de zeventiende-eeuwse schilderkunst wordt gerekend. Als geen ander kon hij op het doek fluweelzachte wijze stoffen tot leven wekken, stoffen zo ècht dat je ze bijna wilt aanraken. In een museum kun je dat maar beter uit je hoofd laten, maar het gaat om het idee.

Bacchus en Venus Ca. 1655-1660

Bacchus en Venus Ca. 1655-1660 Beeld: Gemäldegalerie Alte Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden (foto: Elke Estel/Hans-Peter Klut)

Zó glad

Van Everdingen schilderde zó glad dat de penseelstreken nauwelijks zichtbaar zijn. ‘Vleiend penseel’ heet de tentoonstelling dan ook. Maar dat is niet het enige: wie langs de schilderijen loopt, valt vooral de frisse kleuren op, die bijna van het doek af spatten. Ze stralen een warme gloed uit, zeker op de twee schuttersstukken die in het kader van de tentoonstelling zijn gerestaureerd.In de Grote Kerk heeft museumdirecteur Lidewij de Koekoek inmiddels achter de microfoon plaatsgenomen. Ze laat een afbeelding projecteren van één van haar favoriete werken: Bacchus en Venus, afkomstig uit het museum voor Oude Meesters in Dresden. “Het is een wonder dat dit schilderij mocht reizen. Op het detail dat ze toont kun je de zijdezachte huid van Venus goed zien, badend in helder zonlicht. “Venus kijkt ons wellustig en lichtelijk beneveld aan; ze is onweerstaanbaar.” Het museum heeft zeven jaar aan de tentoonstelling gewerkt en kreeg meteen medewerking van het Rijksmuseum, dat bereid bleek al haar werk van Van Everdingen uit te lenen, waarna andere bruikleengevers snel volgden. Ook musea in Dresden en Stockholm leenden hun topstukken uit.

Portret van een tweejarige jongen 1664

Portret van een tweejarige jongen 1664 Beeld: Cannon Hall Museum, Museums and Archives Service, Barnsley MBC Arts

Heldere kleuren

Conservator Christi Klinkert vertelt dat Van Everdingen niet alleen in Alkmaar is geboren, maar er ook is begraven, namelijk in dezelfde kerk als waar we ons op dat moment bevinden. Vandaar dat er een boeket bloemen ligt op zijn graf in het noorder transept. Caesar van Everdingen woonde ruim tien jaar in Haarlem, waar hij een van zijn belangrijkste werken maakte: het beeldschone schilderij Jupiter en Callisto uit 1655. Met dit soort mythologische onderwerpen, in heldere kleuren en met gladde penseelstreken geschilderd, sloot hij aan bij het classicisme, een internationale stroming die teruggrijpt op de klassieke oudheid en de Italiaanse renaissance. Het is een soort kunst die ver afstaat van de huiselijke intimiteit die we zo mooi vinden bij schilders als Vermeer, Rembrandt en Frans Hals, zo legt de conservator uit. Beide stromingen werden in de zeventiende eeuw evenveel gewaardeerd, maar in de negentiende eeuw, als de belangstelling voor Rembrandt toeneemt, verdwijnen de Hollandse classicisten langzaam uit beeld. Ze zijn niet Hollands genoeg; ze worden te academisch en te hoogdravend bevonden.

Verliefd

Dat verandert pas in 1999, als Albert Blankert in Museum Boijmans van Beuningen een tentoonstelling organiseert over Hollands Classicisme. Van Everdingen is met maar liefst veertien schilderijen vertegenwoordigd. Hoog tijd dus om een expositie te maken die geheel aan hem is gewijd. En waar kun je dat beter doen dat in een museum dat al elf werken van hem bezit, werken die tot de absolute top behoren van de collectie oude meesters die het museum in zijn eigendom heeft.De conservator bekent dat ze gaandeweg verliefd is geworden op Van Everdingens werk. “Er gaat een ongekende sensualiteit en verleiding uit van zijn werk.” Zo krijgt ze bijna tranen in de ogen als ze de fijne adertjes op de slaap van een klein meisje in één van zijn schilderijen bestudeert. Het volgende plaatje laat een satijnen mantel zien. “Als ik er voorsta kan ik mijn vingers bijna niet van het schilderij afhouden.” Zo lévensecht ziet het er allemaal uit. En zo kan ze nog wel honderd voorbeelden geven, maar ze denkt dat het ons inmiddels wel duidelijk is wat zijn grote kracht is: de manier waarop hij zowel stoffen als de menselijke huid weergeeft. Het maakt zijn schilderijen “zó levensecht, zó glashelder, zó adembenemend.”

Jonge vrouw warmt haar handen boven een vuurtest, allegorie op de winter

Jonge vrouw warmt haar handen boven een vuurtest, allegorie op de winter Beeld: Rijksmuseum Amsterdam

Bovenaan verlanglijstje

Taco Dibbits, de nieuwe directeur van het Rijksmuseum, vertelt dat één van zijn voorgangers, Cornelis Apostool in 1827 al een verlanglijstje had gemaakt met werken die hij graag voor zijn museum wilde aanschaffen. En wie prijkte bovenaan dat lijstje? Juist, Caesar van Everdingen. In de loop der tijd zou het museum verschillende van zijn werken aanschaffen en ook Dibbits was het opgevallen hoe verleidelijk de Alkmaarse schilder een mooie roze huid kon afbeelden. Smakelijk vertelt hij hoe hij als Directeur Collecties van het Rijksmuseum naar veilinghuis Sotheby’s in Londen trekt om een blik te werpen op het schilderij ‘Meisje met een brede hoed’, een zomers portret van een vrouw die een brede hoed met linten draagt. Het schilderij zag er niet uit, herinnert hij zich. Het was totaal smerig en er zat ook nog een gat in.Maar net zoals Christi Klinkert verliefd werd op het werk van Van Everdingen, werd Dibbits verliefd op deze jongedame, die uiteindelijk op de poster van de tentoonstelling terecht zou komen. “Dit was nou zo’n werk dat absoluut niet paste in de serieuze collectie van het Rijksmuseum en daarom wilden we het hebben.” Al was het alleen maar om een ander beeld van de zeventiende eeuw te laten zien dan de in het zwart geklede, calvinistische dames en heren waar het museum om bekend stond. Van Everdingens ‘Vrouw Zomer’ laat een andere kant van de schilderkunst uit de gouden eeuw zien: het beeld van de zomer en van lichte kleuren.

Officieren en vaandeldragers van de Oude Schutterij van Alkmaar 1657

Officieren en vaandeldragers van de Oude Schutterij van Alkmaar 1657 Beeld: Collectie Stedelijk Museum Alkmaar (foto: Margareta Svensson)

Jij smeerlap

Toen Dibbits voorstelde om op het schilderij te bieden, en hij zich liet ontvallen dat ze daar toch zeker op 1,1 miljoen voor moesten uittrekken, sloeg het museumbestuur stijl achterover: ‘Ben je nou helemaal gek geworden? Een schilderij met een gat er in!’ Maar hij had al van de restauratoren begrepen dat een gat niet zo dramatisch was als het leek. Om de andere bieders op een dwaalspoor te brengen, liet Dibbits het veilinghuis weten dat het Rijksmuseum ábsoluut niet geïnteresseerd was omdat er een gat in zat. Dibbits hoefde uiteindelijk maar één bod uit te brengen. Het was meteen het maximale bedrag dat het museum kon bieden, maar daarmee kon hij het schilderij wel voor het Rijks in de wacht slepen. De volgende dag kreeg hij een telefoontje van een medebieder, die hem plagerig toebeet: ‘Jij smeerlap. Je hebt tegen me gelogen. Je zei dat je niet geïnteresseerd was. Maar het is voor een goed doel, dus ik vergeef het je.”Dat schilderij, waar de vergeelde vernis vanaf droop toen het nog in het veilinghuis hing, is nu in volle glorie op de tentoonstelling in Alkmaar te bewonderen, te midden van ander werk van Van Everdingen dat volgens Dibbits ‘een totaal ander beeld biedt van de zeventiende eeuw, en daarom ‘een enorme verrassing is’. “En wie straks níet verliefd naar buiten komt, moet nog maar een keer naar binnen gaan…”

Publicatiedatum: 27/09/2016