Neo-impressionisten in het Gooi

Omstreeks 1890 raakten kunstenaars in Nederland geïnspireerd door nieuwe vormen van kunst. Van Gogh was een grote inspiratiebron, maar ook de Franse en Belgische neo-impressionisten en pointillisten, zoals bijvoorbeeld het werk van Seurat.  Ferdinand Hart Nibbrig, maar ook Jo Koster behoorden tot de eerste groep van Nederlandse neo-impressionisten - en zij werkten in Laren.

Jo Koster, Vruchtboompjes, 1918

Olieverf op doek, © Simonis en Buunk

Jo Koster, Vruchtboompjes, 1918Jo Koster, Vruchtboompjes, 1918

Ferdinand Hart Nibbrig

Ferdinand Hart Nibbrig kwam in 1892 naar Laren. Daar verruilde hij voor het eerst zijn donkere palet – vermoedelijk na het aanschouwen van de Van Gogh tentoonstelling in Amsterdam datzelfde jaar – voor een met felle kleuren. Bovendien verwierp hij de academische manier van schilderen en richtte zich op een nieuwe techniek wat het schilderen met kleine streepjes verf inhield. Naast Van Gogh was hij geïnspireerd op de Franse en Belgische neo-impressionisten en pointillisten die in vermoedelijk zag op een tentoonstelling van de Haagse Kunstkring eveneens in 1892. Vermoedelijk is hij tijdens zijn verblijf in Parijs (1890) ook veelvuldig met het werk van de Franse pointillist Seurat in aanraking gekomen.
Het werk van Hart Nibbrig heeft een symbolistische ondertoon. In zijn werk is zijn sociale bewogenheid te zien. Hij week daarmee af van de gebruikelijke, liefelijke manier van weergeven van de onderlagen van de samenleving.
In 1910 richtte Hart Nibbrig samen met zijn vriend Simon Moulijn in Laren de vrije Academie voor Beeldende kunsten op; een initiatief om het vrij werken naar de natuur te stimuleren. Vrijwel gelijktijdig filosofeerde de Theosofische Vereniging in haar tijdschrift over de ideale kunstopleiding, wat waarschijnlijk Hart Nibbrig – als aanhanger van de theosofische beweging – mede gestimuleerd heeft om een dergelijk initiatief te starten. De kunstschool bestond echter slechts enkele jaren. Na het overlijden van Hart Nibbrig in 1915 werd de school snel gesloten.  Er is niet veel bekend over de inhoud van de lessen of welke kunstenaars er lessen hebben gevolgd.

Jo Koster

Als we het werk van Johanna (‘Jo’) Petronella Catharina Antoinetta Koster (1868-1944) vergelijken met dat van Hart Nibbrig zien we direct overeenkomsten. Beiden hanteren een neo-impressionistische manier van werken: een techniek van fijne, naast elkaar opgebrachte streepjes in  ongemengde kleuren. Jo Koster heeft, in tegenstelling tot Hart Nibbrig, het pointillisme op een minder oorspronkelijke manier toegepast. Haar werken zijn over het algemeen vrij naturalistisch en met duidelijke contouren uitgewerkt, terwijl veel van haar achtergronden met losse streeptoetsen is opgebracht. Hart Nibbrig probeerde echter Seurat te evenaren, waarbij duidelijke contouren vermeden werden. Seurat en Hart Nibbrig hoopten dat deze techniek zou leiden tot het ineenvloeien van kleuren in het oog. Jo heeft enkele keren gepoogd om deze techniek onder de knie te krijgen. Ze bleef echter te voorzichtig.
Jo Koster had Hart Nibbrig in Laren leren kennen. Vermoedelijk hadden zij al eens eerder vluchtig kennis gemaakt via de kunstenaarsverenigingen Arti et Amicitiae en Sint Lucas waar zij beide lid waren. Het is onduidelijk of Jo in het atelier van Hart Nibbrig gewerkt heeft, of dat zij bijvoorbeeld aan de Larense kunstschool lessen heeft gevolgd.

Tekst: Sarah Thurlings-Heijse. Uit: Margriet van Seumeren, Sarah Heijse en Nikkie Herberigs, Gooise vrouwen in de kunst (2008).

Publicatiedatum: 09/12/2014

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.