Met de gele quarantainevlag in top

Quarantaineregels golden vroeger regelmatig. Grenzen gingen dicht, kapiteins mochten pas na toestemming van de gezondheidsautoriteiten schepen aanmeren. Wie zich niet aan de regels hield, riskeerde ten tijde van de Bataafse Republiek in ons land zelfs de doodstraf.

In 1783 berichtte de Diemer- of Watergraafsmeersche Courant dat alle schepen die uit de Levant of van de ‘Barbarijsche kust’ kwamen veertig dagen in quarantaine moesten liggen. Vijf jaren eerder hadden de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden al bepaald dat ‘uit hoofde van de zwaare Plaag van Besmetting’ die in Constantinopel (thans Istanbul) heerste geen enkel schip dat daar lading had ingenomen, of zelfs maar was geweest, een Nederlandse haven mocht binnenvaren.

En dat op straffe van het verbranden van schip en belading. Opvarenden wachtte de dood. Bovendien, zo luidde de bekendmaking, kregen ook de loodsen die het schip naar binnen brachten of zelfs maar de koers voorzeilden, de doodstraf. Schepen die uit Smyrna of elders uit het Middellandse Zeegebied ten oosten van Corfu kwamen varen, moesten minimaal twee weken in quarantaine.

De gele vlag werd werd gehesen als teken van quarantaine. Foto: Equipage de Delft.

Dorpje ingesloten

Het waren spannende tijden in de 18e eeuw. Paniek was er toen in een Zwitsers dorpje in 1722 twee ‘besmettelijke toevallen’ werden gesignaleerd. Er werden troepen heen gestuurd die het dorpje compleet wisten in te sluiten. De dorpsbewoners kregen een quarantaine van zestig dagen opgelegd.  De Oprechte Haerlemsche Courant berichtte in maart 1771 dat, omdat in Polen de pest onder controle leek, Duitsland en andere buurlanden hun kordon aan de grens hadden beperkt.

Het valt in de wereld van nu niet goed voor te stellen, maar in de 18e eeuw liep je als schipper blijkbaar serieus gevaar kapers op zee tegen te komen. De Noord-Hollandsche Courant van mei 1779 meldde namelijk dat een schip dat uit Memel en Noorwegen kwam, in Spanje tien dagen in quarantaine moest omdat hij een Franse kaper aan boord bleek te hebben.

H.M. Bonaire (later omgedoopt Abel Tasman) hield toezicht op de quarantaine-maatregelen op de rede van IJmuiden tijdens de cholera-epidemie van 1892. Collectie Gemeente Velsen, Noord-Hollands Archief.

Grote tang

Een eeuw later was het een cholera-epidemie die tot serieuze quarantaineregels leidden. Op weg naar Indië voer dr. M.W. Pijnappel uit Amsterdam op het stoomschip Prins Frederik mee als geneesheer. Hij beschreef in het tijdschrift Vragen des Tijds in 1884 dat ze na een tussenstop in Southampton bij Marseille aankwamen. Daar moesten de kapitein en hij in de kapiteinssloep met de gele quarantainevlag in top eerst naar de steiger varen om daar de gezondheidspassen en een verklaring over de toestand aan boord te overhandigen.

Dr. Pijnappel: ‘Bij aankomst aan den steiger worden die papieren door een beambte in ontvangst genomen door tusschenkomst van een groote tang, waarmede hij ze deponeert in een ijzeren kastje, om daarin door berooking de mogelijke smetstoffen grondig te vernietigen. Na eenigen tijd geeft hij ze over aan een anderen beambte, die in een hokje zit, door tralies van ons afgescheiden, en die het oordeel zal uitspreken.’

Dat oordeel was op een uitreis als deze vrijwel altijd gunstig. De beambte opende daarop het luikje en gaf de kapitein en geneesheer een hand. Waarop – niet ongebruikelijk in die tijd – de kapitein hem een kistje sigaren over reikte.

Mevrouw Daenes en haar zoon Gerrit aan het werk bij de ziekenbarak van de quarantaine in IJmuiden. Collectie Gemeente Velsen, Noord-Hollands Archief.

Niet naar IJmuiden

Lang niet altijd verliep het zo soepel. De krant De Standaard schreef dat eind 1876 een schip dat afkomstig was uit de Verenigde Staten niet binnen kon varen bij IJmuiden, omdat daar geen quarantaine-dokter was. Nu moest de loods eerst orders vragen aan de inspecteur van het loodswezen in Nieuwediep (bij Den Helder) wat te doen. De beslissing was dat het schip, omdat het van een medisch gesproken verdachte bestemming kwam, koers moest zetten naar de Nieuwediep.

De Standaard vermeldde dat de regering overwoog om ook voor IJmuiden een quarantaineplaats voor de scheepvaart aan te wijzen. Bedenk hierbij wel dat het Noordzeekanaal datzelfde jaar geopend was. Bij het graven van dat grote kanaal in 1866 had overigens onder werklieden de cholera-epidemie genadeloos toegeslagen.

De Standaard, 19 december 1876. Via Delpher.

Heen en weer stomen

De regering liet weten dat bij storm schepen wel bij IJmuiden binnen zouden mogen varen, waarop een briefschrijver in het Algemeen Handelsblad de minister adviseerde om ook bij mooi weer IJmuiden als quarantaineplaats aan te wijzen. Het is toch te gek dat een schip eerst naar Nieuwediep in quarantaine moet om daarna terug te stomen naar IJmuiden om door te mogen varen naar Amsterdam. Het Noord-Hollands Archief heeft beelden van marineschepen die toezicht hielden op het handhaven van de quarantainevoorschriften in IJmuiden, zodat er ongetwijfeld toch een regeling is getroffen die de wachttijd voor de handelsvaart zo beperkt mogelijk hield.

In 1892 was het weer zo ver: een schip kwam op de rede van IJmuiden met het stoffelijk overschot van een slachtoffer van Aziatische cholera. Het Nieuws van den Dag wist dat het lijk zo spoedig mogelijk zou worden begraven in IJmuiden en dat ‘zijn lijf- en kooigoed is verbrand’. De equipage werd naar een barak in de duinen gebracht om ontsmet te worden. En: ‘Het schip zal zooveel mogelijk worden gedesinfecteerd en daarna naar Amsterdam opvaren, om daar gedurende acht dagen in observatie te worden gesteld.’

Z.M. monitor 2e klasse ‘Tijger’hield toezicht op de quarantainemaatregelen op de rede van IJmuiden, tijdens de cholera-epidemie van 1892. Collectie Gemeente Velsen, Noord-Hollands Archief.

Koffers controleren

De regering besloot in 1892 alle plaatsen langs de noordkust van Frankrijk, van de Belgische grens tot en met Brest en alle Franse plaatsen die aan wateren liggen die op het Kanaal uitkomen, besmet te verklaren vanwege de Aziatische cholera. De ene maatregel volgde de andere op. Doorvoer van lompen, gebruikte kledingstukken, ongewassen ‘lijf- en beddegoed’ uit Duitsland, België en Frankrijk werd verboden. Bij grensstations werden koffers van treinreizigers gecontroleerd.

In de jonge plaats IJmuiden maakte men zich zorgen, blijkens een brief aan het Nieuws van den Dag. Het dorp bezat namelijk geen dokter, evenmin een apotheek. En dat met de cholera-epidemie op komst. Toen het stoomschip uit Hamburg binnenvoer met een overledene aan boord, vermoedelijk slachtoffer van de cholera, was er geen oorlogsschip om het vaartuig behoorlijk te bewaken, constateerde de briefschrijver. ‘Naar ons gevoel is het hoogst noodzakelijk, zoo spoedig mogelijk een stoomkanonneerboot met een dokter aan boord hier te stationneeren.’

De gele quarantainevlag is in de vorige eeuwen vele malen gehesen.

‘Quarantine, a trip to Europe’. Het achterste schip voert de gele quarantainevlag. Beeld: Staten Island post cards, via Wikimedia.

Meer weten? Lees ook Schepelingen in quarantaine op Wieringen.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing
Met dank aan de oude kranten en tijdschriften die te vinden zijn op Delpher.

Publicatiedatum: 03/04/2020