Levend erfgoed: de Noord-Hollandse melkkoe

De zwart-witte koe die in de wei in Nederland staat is de ‘Holstein-Friesian’: dit zijn echte melkkoeien. Er zijn echter heel veel verschillende koeienrassen in Nederland, waaronder oudhollandse rassen zoals ‘Lakenvelders’ en ‘Verbeterd Roodbont’. In Noord-Holland zijn nog veel melkveehouderijen te vinden. Steeds meer van deze boerderijen organiseren activiteiten voor publiek. Want naast de koeien te melken, kan je ze tegenwoordig ook knuffelen of zien 'dansen'.

Oudhollandse runderrassen

Het is een fabeltje dat alle koeien met bruine vlekken vleeskoeien zijn en koeien met zwarte vlekken melkkoeien. De zwart-witte koe die in de wei in Nederland staat is de ‘Holstein-Friesian’: dit zijn echte melkkoeien. Er zijn heel veel runderrassen in Nederland, waaronder oudhollandse rassen zoals ‘Lakenvelders’ en ‘Verbeterd Roodbont’. Deze koeien zijn echter geen onderdeel van de melkindustrie. De runderrassen zijn onder te verdelen in drie groepen: dubbeldoel rassen (melk en vlees), melkrassen en vleesrassen. In Nederland is een vierde categorie in opkomst: runderen die speciaal worden gehouden voor natuurbegrazing. Volgens de Stichting Zeldzame Huisdierrassen zijn er zeven oude runderrassen in Nederland. Waar de Holsteinkoe het beste gedijt op krachtvoer, kunnen de oudhollandse koeienrassen zich goed redden met wat er in hun omgeving groeit. Dit zorgt ervoor dat de ‘Groninger Blaarkop’ of het ‘Brandrode rund‘ zeer geschikt zijn voor een biologische veehouderij of het natuurbeheer.

Uit het Nederlandsche Rundvee Stamboek (NRS) en het Friesche Rundvee Stamboek (FRS), die beiden sinds het einde van de negentiende eeuw worden bijgehouden, blijkt dat er van oudsher veel variatie voorkomt onder de Nederlandse runderen. Hierbij worden er drie registratiegroepen aangehouden: zwartbont, roodbont en blaarkop.

Een boer en een boerin melken de koeien. Vervaardiger: Bernard F. Eilers (1878-1951). Stadsarchief Amsterdam / Collectie Bernard F. Eilers / Afbeeldingsbestand 010186000489

Van wieg tot graf

Dierenarts Famke Reeuwijk uit Haarlem is gespecialiseerd in koeien. In het verleden heeft ze geholpen bij honderden bevallingen. Nu werkt ze als senior inspecteur bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Hier ondersteunt ze de dierenartsen die toezicht houden op de slachterijen waar runderen, schapen en varkens worden geslacht. Ze vertelt ons alles over het leven van een koe, van begin tot einde.

De zwangerschap bij een koe duurt net als bij mensen negen maanden. In Nederland worden de meeste koeien niet gedekt door een echte stier maar worden ze geïnsemineerd. Als een kalf ongeveer 1,5 jaar oud is dan noem je het een ‘pink’. Dat komt omdat hun baarmoeder dan zo groot is als onze pink. Ze is dan klaar om haar eerste kind te krijgen. De meeste koeien zijn dus ruim twee jaar als ze hun eerste kalfje krijgen. Een koe die haar eerste kindje heeft gekregen, noem je een ‘vaars’.

Drie hoogzwangere koeien liggen apart van de andere koeien bij elkaar. Foto: Judith van Amelsvoort

Een koe produceert pas melk als er een kalf is geboren. Voordat een koe drachtig is of een kalf heeft gekregen zijn de uiers nog klein. Tegen de tijd dat een koe hoog drachtig is van het eerste kind zie je al dat ze een uier krijgt. De eerste melk wordt vaak met de hand gemolken door de boer, dat is gele melk, de zogenaamde ‘biest’ of ‘colostrum’. In de eerste melk zitten veel antilichamen; het is dus belangrijk dat het kalf dit krijgt. De boer geeft deze melk met de fles aan het kalfje.

De buik (en uier) van een zwangere koe. Foto: Judith van Amelsvoort

Als een koe is bevallen dan wordt het kalf meteen weggehaald bij de moeder. Meestal laat de boer haar eerst het kalfje een beetje drooglikken. Sommige boeren laten het eerste kalf wel drinken bij de moeder. Maar ze halen het snel weg om ziektes tegen te gaan. Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat het kalf niet in aanraking komt met de mest van de moeder. Sommige biologische boeren laten wel het kalf erbij. Hier zijn geen vastomlijnde regels voor. Voor beide manieren is er wat te zeggen. Als het kalf na twee weken wordt weggehaald, blijven het kalf en de moeder nog een aantal dagen naar elkaar loeien. Het gaat er om wat er bij de bedrijfsvoering van de boer past.

Het kalfje wordt vervolgens in een aparte stal gehouden, eerst in een ‘wiegje’ en daarna samen in een groep met het andere jongvee. Stieren worden op een aparte kalverenboerderij grootgebracht. Als ze tussen de 7 en 12 maanden zijn worden ze geslacht als kalfsvlees.

Het ‘wiegje’ voor pasgeboren kalfjes. Foto: Judith van Amelsvoort

Kalfje van een paar dagen oud. Foto: Judith van Amelsvoort

Dieren krijgen meestal geen naam op een boerderij. Er zijn wel genetische lijnen: bijvoorbeeld Bertha 1 en haar dochter heet dan Bertha 2. Koeien krijgen één kalf per jaar. Koeien in de melkindustrie worden ongeveer zes jaar oud. Dus een melkkoe krijgt gemiddeld vier kalveren in haar leven.

De koeien worden ‘s ochtends en ‘s avonds gemolken. Ze worden naar de melkstal gebracht waar ze in een rijtje staan. Hier sluit de boer de melkmachine aan en worden ze gemolken. Bij een topproductie geeft één koe zo’n 30 liter melk. Dat is dus 60 liter per koe per dag. Als een koe zwanger is stopt de boer zes weken voordat ze hun kalf krijgen tijdelijk met melken, om de uier rust te geven.

De gebroeders Vink met de 14-jarige koe Olga, die in haar leven 100.000 liter melk heeft gegeven. Door: Cees de Boer (1918-1985), Noord-Hollands Archief / Collectie van foto’s en negatieven van Fotoburo De Boer te Haarlem, inventarisnummer NL-HlmNHA_1478_5365.

Industrialisatie: de melkrobot

Melk direct van de koe wordt ‘rauwe melk’ genoemd. In de fabriek wordt de melk gepasteuriseerd zodat het langer houdbaar is en er geen ziekmakende bacteriën inzitten. Daarna wordt de melk gehomogeniseerd, zodat het altijd hetzelfde vetpercentage heeft: halfvolle, volle en magere melk.

Een andere manier van melken is het gebruiken van een melkrobot. Deze bestaat al verrassend lang: sinds de jaren 1980 zijn ze dit apparaat aan het ontwikkelen.

In augustus 1983 werd er met een prototype voor het eerst een koe automatisch aangesloten en gemolken op de Praktijkschool voor de Veehouderij en het Weidebedrijf in Oentjerk. Het bijzondere aan het oorspronkelijke ontwerp is dat alle vier de spenen gelijktijdig worden aangesloten. Moderne melkrobots sluiten de spenen één voor één aan. Pas in 1995 brachten enkele Nederlandse firma’s een betrouwbare en goed werkende melkrobot op de markt.

Fries Landbouwmuseum Earnewâld – Prototype melkrobot uit 1983 door Uberprutser gelicenseerd met CC BY-SA 4.0.

Maar hoe gaat het in zijn werk? Bij een melkrobot kiest een koe zelf hoe vaak ze op een dag gemolken wordt. Koeien komen uit zichzelf naar de melkrobot toe. Omdat ze stuwing krijgen, maar vooral omdat de koeien een traktatie krijgen in de vorm van brokken. De koeien hebben een zendertje waardoor de robot precies kan zien welke koe gemolken wil worden. De melkrobot reinigt eerst de uier, waarna de melkbekers automatisch worden bevestigd aan de spenen van de uier. De koe wordt vervolgens automatisch gemolken. De robot houdt bij welke koeien zijn geweest en hoeveel melk ze hebben gegeven.

Als een boer twee keer per dag zijn koeien melkt ziet hij zijn dieren allemaal stuk voor stuk ‘s ochtends en ’s avonds. Zo kan hij zijn dieren elke dag nalopen om te kijken of ze gezond zijn. Als hij gebruik maakt van een melkrobot moet hij op een andere manier de verbinding met zijn dieren houden.

Foto: Judith van Amelsvoort

Melkkoeien in Noord-Holland

In Nederland hebben de meeste boerenbedrijven gemiddeld 100 tot 200 koeien. Grote melkveehouderijen houden ongeveer 500 koeien. Deze schaalvergroting heeft alles te maken met de zuivelindustrie in Nederland en de toenemende vraag naar melkproducten. In Noord-Holland zijn nog veel melkveehouderijen te vinden. Dit zijn voornamelijk kleinere melkveebedrijven met onder de 200 koeien. De grotere bedrijven zitten in Groningen en Friesland.

Feiten en cijfers over de Nederlandse veehouderijsectoren 2018, onderzoek uitgevoerd door Wageningen Livestock Research. Beeld met dank aan Famke Reeuwijk.

Knuffelen met koeien

Steeds meer melkveehouderijen organiseren activiteiten rondom de melkkoeien voor publiek. Want naast de koeien te melken, kan je ze tegenwoordig ook knuffelen. Op de boerderij van de familie van Straaten in het Noord-Hollandse dorp Spanbroek kan je je opgeven voor een workshop ‘koe knuffelen’. Melkveebedrijf de Kastanjehoeve in Beets biedt zelfs een speciaal ‘koeknuffel-arrangement’ aan. Ook in andere delen van het land worden workshops aangeboden, zoals op boerderij Noord Empe in Voorst en op boerderij Den Branderhorst in de Achterhoek.

Melkkoeien in de stal. Foto: Judith van Amelsvoort.

Koe Alert

In de lente mogen de koeien voor het eerst de wei in na een lange winter binnen te hebben gezeten. Dan gaan ze helemaal uit hun dak: ze springen, draaien rondjes en trekken sprintjes in de open wei. Verschillende boerderijen door heel Nederland organiseren rond deze ‘koeiendans’ een evenement. Hele families komen kijken naar de vrolijke koeien en kunnen vragen stellen aan de boer. Op de boerderij kunnen de bezoekers iets kopen bij de boerderijwinkel, zoals rauwe melk rechtstreeks van de koe. Door het coronavirus was het dit jaar helaas niet mogelijk om een koeiendans bij te wonen. Natuurlijk zijn de koeien wel gewoon naar buiten gaan. Gelukkig zijn er online mooie beelden te zien van de Koeiendans 2020. Koe Alert is een initiatief van Stichting Land van Wijk & Wouden en wordt in samenwerking met de melkveehouders in de regio georganiseerd. Als je je inschrijft voor de koe alert nieuwsbrief ontvang je per e-mail bericht zodra een boer zijn koeien voor het eerst naar buiten laat.

Gelukkige koeien in de wei, door m-gem gelicenseerd met CC BY-NC 2.0

Met dank aan Famke Reeuwijk.

Tekst: Judith van Amelsvoort

 

Publicatiedatum: 02/10/2020