Kunstenaarsdorp Bergen

Het Museum Kranenburgh in Bergen opende eind 2011 opnieuw zijn deuren onder de naam 'Nieuw Kranenburg'. Het museum voor beeldende kunst is gevestigd in de villa van het voormalige burgemeestersechtpaar Van Reenen. Rond 1900 wisten zij van Bergen een waar kunstenaarsdorp te maken.

Zelfportret van Charley Toorop

Zelfportret van Charley Toorop. Collectie Stedelijk Museum Alkmaar, inventarisnummer: SMA 20592 Charley Toorop.

Zelfportret van Charley Toorop

Stichting kunstenaarsdorp

Het statige, neoclassicistische Kranenburgh werd in 1882 speciaal voor Jacob van Reenen en zijn vrouw Marie gebouwd op de heerlijkheid Bergen, familie-eigendom van de Van Reenens. Het echtpaar zette zich in om het gebied te ontwikkelen. Zo legden ze de Renbaan (nu Hertenkamp) en de Zeeweg aan. Ook stichtten zij Bergen aan Zee. In 1909 lieten ze de stoomtram van Alkmaar naar het kustplaatsje doortrekken om het toerisme te stimuleren.

Het dorp werd door het echtpaar tevens verfraaid. In het centrum, in de buurt van de ruïnekerk, moest een raadhuis komen. Daar naast kwam het huis voor de schoolmeester en een postkantoor, waar plechtig de eerste brief werd gepost door dichter Herman Gorter. De eerste huizen hadden een typische Oudhollandse stijl, maar al snel kregen architecten zoals Berlage, Kramer, Blaauw en Staal opdrachten. Ze bouwden huizen in de nieuwste stijlen van hun tijd: Art Nouveau, Amsterdamse School, De Stijl.

Aardappelrooiende boeren

Aardappelrooiende boeren door Leo Gestel. Collectie Stedelijk Museum Alkmaar, inventarisnummer: 20993 Leo Gestel.

Bergense School

De Van Reenens hielden van kunst en cultuur. Tegenover hun huis lieten ze in een warme zomermaand een tribune timmeren waar vijftienhonderd mensen een openluchtspel konden bijwonen. De beroemde toneelspeler Willem Rooyaards voerde bijvoorbeeld het stuk Adam in Ballingschao van Joost van Vondel op.

Marie van Reenen schreef een soort Bergens ‘volkslied’: Het liedje van de Bergenaar. Zij publiceerde in 1904 ook De heerlijkheid Bergen in woord en beeld, waarmee zij kunstenaars naar Bergen wist te trekken. De kunstenaars voelden zich aangetrokken door het gevarieerde landschap van polders en duinen rond Bergen. Ze vestigden zich veelal in de atelierwoningen aan de Buerweg en in Bergen Binnen. Tussen 1915 en 1925 ontwikkelde zich in het kustplaatsje zelfs een herkenbare stijl: de Bergense School.

Kunstenaars die tot de Bergense avant-gardisten behoorden, waren onder andere Charley Toorop (1891-1955) en haar vrouwenfiguren, en Leo Gestel (1881-1941) met zijn ‘Boomgaard in de Beemster’ en zijn ‘Koolakkers’. Ook de schilderijen van Dirk Filarski (1885-1964) en Arnout Colnot (1887-1983) tonen het Noord-Hollandse landschap. Matthieu Wiegman (1886-1971) verbrandde bij zijn intrede in de Bergense School veertig doeken om aan zijn ‘luministische’ periode een einde te maken. Het luminisme was vergelijkbaar met het pointillisme: schilderijen, opgebouwd uit stippen.

Portret van Piet Boendermaker door Toon Kelder

Portret van Piet Boendermaker door Toon Kelder. Collectie Stedelijk Museum Alkmaar, inventarisnummer: SMA 21104

De Boendermakerschool

De Bergense School heeft tien jaar bestaan, daarna gingen veel Bergense kunstenaars op zoek naar nieuwe bronnen van inspiratie in het buitenland. De invloed van de school werkte wel nog een tijd door. De schilderijen bleven tot de Tweede Wereldoorlog voor een groot deel bijeen in de collectie van Piet Boendermaker (1877-1947). In 1918 was deze verzamelaar enkele Amsterdamse schilders naar Bergen gevolgd. “De grote verzamelaar Boendermaker, die schilderijen bij tientallen tegelijk kocht en bankbiljetten uitdeelde of het sigarettenvloeitjes waren” bouwde een collectie op van meer dan 2.500 werken. De Bergense School werd daarom ook wel de Boendermakerschool genoemd.

Door de crisis in de jaren dertig kwam Boendermaker evenwel in ernstige financiële problemen en na de Tweede wereldoorlog viel de collectie uiteen. Tegelijkertijd raakte het Bergense werk bij de kunstliefhebbersuite de gratie, met als dieptepunt de veilingen van de Boendermakercollectie in 1957 en 1958.

Rond 1970 beleefde de Bergense School een herwaardering. De marktwaarde is sindsdien weer gestegen. Als een werk ook nog eens tot de collectie Boendermaker heeft behoord, is dat een extra aanbeveling.

Gezicht op Katrijp door Piet Wiegman

Gezicht op Katrijp door Piet Wiegman. Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland, inventarisnummer: PANH 5721

Kranenburgh

Hoewel de Bergense School niet lang heeft bestaan, kleeft aan Bergen voorgoed het imago van kunstenaarsdorp. Ook de dichter Adriaan Roland Holst droeg bij aan die faam. Hij zou er met onderbrekingen tussen 1921 en 1966 wonen. Villa Kranenburgh van de Van Reenens werd in 1953 aangekocht door de gemeente. Sindsdien heeft het aan diverse culturele instellingen onderdak geboden, zoals de muziekschool en het Kunstenaars Centrum Bergen.

In 1993 werd het museum Kranenburgh geopend, op initiatief van drie Bergense kunstenaars: Karel Colnot, David Kouwenaar en Kees den Tex. Er zijn vele werken uit de ‘Bergense School’ te bezichtigen. Met de opening van Nieuw Kranenburg in 2011 bundelen de Bergense kunstinstellingen Museum Kranenburgh, de Kunstuitleen (SBK), het NHKC, het Kunstenaarscentrum Bergen, het Sterkenhuis en de Gemeente Bergen de krachten en creëren er één plek voor kunst, cultureel erfgoed en natuur.

Publicatiedatum: 17/12/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.