Kroniek van bezet Haarlem: de meidagen

Op vrijdag 10 mei 1940 werden de Haarlemmers, bij zonsopgang, gewekt door het aanhoudende gebrom van vliegtuigmotoren. Al snel voegde zich daarbij, vanuit de verte, het geluid van het luchtafweergeschut. Verward, niet wetend wat hun overkwam, liepen ze de straat op. Mannen en vrouwen, vaak in hun nachtgoed met daaroverheen een haastig aangetrokken jasje, stonden in groepjes bij elkaar en vroegen zich af wat er gaande was. De oorlog was begonnen, maar die werkelijkheid drong maar langzaam door. Even daarna kwam de bevestiging via de radio: 'de Duitse horden' waren Nederland binnengevallen.

Gespaard voor direct oorlogsgeweld

In de daarop volgende dagen was het oorlog in Nederland. De strijd woedde vooral aan de fronten bij de Grebbeberg, de Afsluitdijk, in Rotterdam en bij vliegvelden. Haarlem bleef voor oorlogsgeweld gespaard. Iedereen volgde via de radio en de kranten het nieuws op de voet. Veel Haarlemmers hadden vaders, broers of zoons die aan het front stonden en zij wachtten vol angst af wat hun zou overkomen. Zouden ze nog terugkomen? Het openbare leven kwam voor een deel tot stilstand. Treinen reden alleen voor het Nederlandse leger en het postkantoor was dicht. ’s Avonds moest iedereen binnen blijven en de straatverlichting brandde niet. De politie kwam in actie en arresteerde prominente NSB-ers en enige in Haarlem wonende Duitsers die met Hitler sympathiseerden of daarvan werden verdacht. Ze werden gedetineerd in lokalen van de Ripperdakazerne.

Soldaten vertrekken naar de fronten

Die lokalen waren vrijgekomen omdat in Haarlem gemobiliseerde troepen naar de fronten gingen. Een deel ging naar de Waterlinie en de Grebbeberg. Andere moesten in actie komen bij het vliegveld Ypenburg onder Leiden, waar hevige gevechten waren uitgebarsten met Duitse luchtlandingstroepen. Voor het transport naar Ypenburg waren bussen gevorderd, onder andere van de busonderneming Leo Kors uit Heemstede. Vlakbij Leiden werden de bussen gebombardeerd. Enige tientallen militairen en burgerchauffeurs kwamen om; hun lichamen waren onherkenbaar verbrand.

Duitse militairen voor het stadhuis van Haarlem (mei 1940). Foto door Adrianus Peperkamp, collectie Noord-Hollands Archief.

Schoten in de stad

In Haarlem achtergebleven troepen bereidden zich voor op een eventuele verdediging van de stad. F. Huyse uit Santpoort-Zuid moest met zijn maten aan de westrand van Haarlem een linie maken: “We kwamen daar in een stelling te liggen, moesten met een geladen geweer wacht lopen en Haarlem van die zijde tegen eventuele parachutisten beschermen.” Hij heeft nooit een schot hoeven lossen. Een andere soldaat, die gelegerd was in het Krelagehuis, ‘Hotel Krelage’, kwam wel in actie. In de kousenfabriek Hin aan de Zijlweg waren, vermoedelijk afgedwaalde, Duitse parachutisten verzeild geraakt. Het kwam tot een vuurgevecht: “Het ging er heet aan toe en ieder van de 3e compagnie heeft er zijn portie van gehad…” In bijna alle gewapende conflicten heerst, zeker in het begin, chaos en verwarring. Een andere soldaat, A. van Kan uit Heemstede, rapporteert over misschien wel hetzelfde incident: “Verder hoorde je schieten, misschien wel zenuwachtige militairen. Overal hoorde je geruchten van bijvoorbeeld gelande parachutisten en van schietende NSB-ers, doch niemand wist iets zeker. Op een gegeven ogenblik kregen we een oproep om de Zijlweg te versterken, omdat daar werd geschoten. We zijn daar met enkele mensen naartoe gebracht. … Het bleek echter loos alarm te zijn.” Ook de chef van de Haarlemse hulppolitie schreef in zijn rapport van 28 mei 1940 over schietpartijen waar Nederlandse militairen bij betrokken waren, maar stelde vast dat niemand was getroffen: “De feitelijke aanleiding der schietpartijen is niet bekend. Naar mijn meening spelen verdwaalde kogels hier een groote rol …”

Wachten op de afloop

Gewone burgers konden niets anders doen dan wachten op de afloop. Waarschijnlijk dacht niemand dat het Nederlandse leger lang kon standhouden. Maar hoe lang dat zou duren en of Haarlem zelf ook nog in de vuurlinie zou komen te liggen: daarover was het alom onzekerheid wat de klok sloeg. Dat het niet goed ging, viel min of meer af te leiden uit het bericht dat op zondag 12 mei, Eerste Pinksterdag, prinses Juliana en prins Bernhard met de kinderen naar Engeland vluchtten. Een dag later vertrokken koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering. Over die ‘vaandelvlucht’ heerste aanvankelijk veel woede en onbegrip. Na enige tijd werd gaandeweg duidelijker dat deze vlucht nodig was. De afloop kwam snel. Op 14 mei ’s middags bombardeerde de Luftwaffe het centrum van Rotterdam. De verwoesting was onvoorstelbaar. De Nederlandse legerleiding capituleerde nadat de Duitsers hadden gedreigd ook andere steden, waaronder Haarlem, in de as te zullen leggen.

Feldkommandant Michaelis. Gefotografeerd op het balkon van Restaurant Brinkmann aan de Grote Markt.

Bezet

Op 15 mei kwamen al de eerste Duitse troepen in Haarlem aan. Burgemeester De Vos van Steenwijk had de bevolking gemaand kalm te blijven. Op 16 mei hielden eenheden van de Duitse 9de Pantser-Divisie samen met de Leibstandarte S.S. ‘Der Führer’ een demonstratieve optocht langs Den Haag, Leiden, Haarlem, Amsterdam en Utrecht. Op de Grote Markt waren veel belangstellenden toegestroomd. Het Polygoon Filmjournaal filmde de triomfantelijke intocht van de Duitsers en laat ons onder andere zien dat een plaatselijke melkboer vlakbij het standbeeld van ‘Loutje’ flesjes melk verkocht (of uitdeelde?) aan de ‘moffen’. Dat oude scheldwoord voor Duitsers was weer van stal gehaald en vond alom ingang. In het etablissement Brinkmann (later verplaatst naar Hotel den Hout) vestigden zich de Duitse Feldkommandant Michaelis en de Ortskommandant (plaatselijk commandant) majoor Freude. Haarlem was bezet en zou dat gaan merken.

Bronnen

* Marcel Bulte en Aad Neeven, Garnizoensstad Haarlem (Haarlem 1992), pp. 137-147.
* L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 3: Mei ’40 (‘s-Gravenhage 1970).
* Freek van Schie, Haarlem bezet 1940-1945. Lesbrief voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs (Haarlem 2005).

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 05/01/2011