Klap van de molenwiek

Alleen in de Schermer aan de Noordervaart kunnen we ons nog een beeld vormen van hoe het eens was: een grote polder droog gehouden door tientallen molens. In de Schermer stonden er maar liefst vijftig. De molen was meteen de woning van de molenaar. Dat was een krappe en vochtige bedoening. En de woonomgeving was voor kinderen vol gevaren.

Zwartemanszolder

Tot halverwege de negentiende eeuw waren de meeste molens nog uitgerust met een groot scheprad. Dat eiste veel ruimte op. Bovendien spatte het water voortdurend tegen het houten huis waarin het scheprad draaide. Aan de andere kant van het geteerde schot woonde het molenaarsgezin in een piepklein woon-, kook- en slaapvertrek. De bedsteden hadden een begane grond en een verdieping. Onder sliepen de kinderen, boven vader en moeder. De schoorsteen kwam uit op een roet- of zwartemanszolder. Die was daardoor als woonvertrek totaal onbruikbaar. De overstap van scheprad naar vijzel onder de vloer betekende meer woonruimte, maar krap bleef het.

Een scheprad- en een vijzelmolen. Gearceerd het woongedeelte. Tekening door H. Tol.

Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Een scheprad- en een vijzelmolen. Gearceerd het woongedeelte. Tekening door H. Tol.Een scheprad- en een vijzelmolen. Gearceerd het woongedeelte. Tekening door H. Tol.

Dadelijk een lijk

Hoe kinderen het molenleven hebben ervaren weten we niet. Er zijn gewoon geen berichten over. Alleen bij ongelukken doemen ze uit de mist van het verleden naar voren in korte, maar veelzeggende berichtjes. Het was al voor volwassenen uitkijken geblazen in en om de molen. In 1783 werd bijvoorbeeld molenaar Cornelis Modder in de Schermer door het scheprad gegrepen en vermorzeld. Een ander voorbeeld. In de Alkmaarsche Courant van 9 maart 1884 staat de volgende kleine melding: “De75-jarige watermolenaar W.B. [Willem Baas] te Beemster is van boven uit den molen gevallen en was dadelijk een lijk.”

Klap van de molenwiek

In dezelfde krant was een paar weken eerder te lezen dat aan de Westdijk van de Beemster een kind door een molenwiek was geraakt. Het slachtoffertje overleed na een paar uur. Dergelijke ongelukken kwamen regelmatig voor. Een oppassende molenaar plaatste hekken, maar kinderen klommen daar gemakkelijk overheen of kropen eronderdoor. Dan was het leed al snel niet te overzien. In het polderarchief van de Heerhugowaard uit de zeventiende en achttiende eeuw wordt een hele serie van dergelijke ongelukken vermeld. Twee voorbeelden:
-Trijntje Jansdochter, 3 jaar oud. Toen moeder met de vang bezig was, liep ze rond de molen, werd door een wiek geraakt en bezweek na ‘een of twee snakjes’.
-Jannetje Pietersdochter, 7 jaar en 4 maanden. Ook een klap van een molenwiek opgelopen. Ze werd door haar broertje Claes gevonden.
Het vele open water rond de molens leverde eveneens gevaar op. Weer twee voorbeelden uit de Heerhugowaard:
-Grietje Cornelisdochter, twee jaar oud. Ze verdronk in de sloot rond de molenwerf.
-Trijntje Pietersdochter, vijf jaar. Door buurman Pieter Bisschop dood uit het water gehaald.

Kind geraakt door molenwiek. Tekening door H. Tol.

Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Kind geraakt door molenwiek. Tekening door H. Tol.Kind geraakt door molenwiek. Tekening door H. Tol.

Brand!

Nog niet genoemd is het brandgevaar. De molens waren compleet van hout en met riet gedekt en stonden zo in lichterlaaie. Er waren molens die wel een abonnement op blikseminslag leken te hebben. Dan werd er soms naast de molen een vluchtschuur geplaatst waarin het molenaarsgezin zich kon terugtrekken als het te bar werd. Maar dergelijke schuren waren er lang niet overal. Nog lang nagepraat is zeker over het verschrikkelijk noodweer dat op 6 december 1895 over Noord-Holland trok. Om te beginnen trof de bliksem de Dogmolen van de Castricummerpolder benoorden Uitgeest. De molen brandde in minder dan een half uur af. Twee kinderen van molenaar Klaas Ooijevaar kwamen jammerlijk in de vlammen om. Het ging om Cornelia van drie en haar zus Anna van elf. Een oude man die naar de brand stond te kijken, zakte plotseling in elkaar. Ook hij overleed. Tijdens dezelfde bui werd de molen van de Dorregeesterpolder langs het Alkmaardermeer getroffen. Daar viel nog een slachtoffer. Het dertien jaar oude dochtertje Anna van molenaar Cornelis Deijle wist niet uit de brandende molen weg te komen en bleef in het vuur. Beide molens werden overigens herbouwd en staan er nog steeds.

Molenbrand in de Schermer, 1957.

Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Molenbrand in de Schermer, 1957.Molenbrand in de Schermer, 1957.

Leven in een machine

Nee, de molenaars hadden weliswaar altijd gratis wonen in de molen, maar dat kwam neer op leven in en om een grote, hoge, gevaarlijke, zeer brandbare en oncomfortabele houten machine. Wie een indruk wil krijgen hoe dat was, moet maar eens een kijkje nemen in de bekende Museummolen bij Schermerhorn. En nog steeds geldt: kleine kinderen goed in de gaten houden!

Tekening door H. Tol.

Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Tekening door H. Tol.Tekening door H. Tol.

www.museummolen.nl
www.molendatabase.nl

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Beemster.

Publicatiedatum: 04/05/2011