Keizer Karel watermanager

Aan het begin van de zestiende eeuw heerste de zee tot diep in het binnenland van Noord-Holland boven het IJ. Dat kwam omdat er nog geen scherpe scheiding tussen de zee en het binnenwater was. Via de Krommenije bij Krommeniedijk en de haven van Edam stroomde het zeewater bij vloed het Schermeer en Purmermeer in en bij eb er weer uit.

Die open zeegaten waren gemakkelijk voor de scheepvaart. Maar ze betekenden ook dat er geen enkele mogelijkheid was om de waterstand in de grote meren in de hand te houden. Bij iedere storm knabbelde het water aan de slappe venige oevers. Dijkdoorbraakjes kwamen regelmatig voor. De klachten waren niet van de lucht.

Sluizen

Keizer Karel V ging in 1544 tot actie over. Hij stuurde twee commissarissen naar Noord-Holland. Die stelden een onderzoek in, compleet met ‘hearings’ in Alkmaar. Op hun advies beval Karel in december 1544 afsluiting van de zeegaten bij Krommeniedijk en in Edam met sluizen. Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Er moest om te beginnen geld op tafel komen. Maar niemand wilde betalen.

Borstbeeld van keizer Karel V, de 'watermanager'.

Borstbeeld van keizer Karel V, de ‘watermanager’. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Verzet

Hier kwam taai verzet van de stad Edam bovenop. Het door de haven naar binnen en buiten stromende zeewater spoelde mooi de modder in de haven weg. Dat was heel belangrijk voor de, van de scheepsbouw en scheepvaart afhankelijke, plaatselijke economie. De burgerij deinsde er niet voor terug de sluis te vernielen. Op deze manier kwam er niets van Karels bevelen terecht. Nieuwe klachten waren het gevolg. Koning Philips II, de zoon van Karel V, reageerde in 1565 door weer een commissaris naar Noord-Holland te sturen. Die gaf in eigen persoon in Edam opdracht tot bouw van de sluis. Dat leidde tot zware rellen in de stad. Maar de commissaris zette door. Bovendien stelde hij een nieuw waterschap in om de sluizen te leggen, te beheren en het benodigde geld in te zamelen. Dat waterschap kreeg naderhand de toepasselijk naam Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen.

Borstbeeld van koning Philips II.

Borstbeeld van koning Philips II. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Boezem

De burgerij van Edam vernielde nog diverse malen de sluisdeuren. Maar het lukte de stad niet het tij te keren. Eind zestiende eeuw was de grote stenen Damsluis in het centrum van de stad een voldongen feit. Hierdoor werd meteen een waterberging of boezem gevormd. Die bestond uit de Schermer, Beemster, Purmer en andere meren. De polders loosden hun overtollig water door een sluisje of met behulp van een molen in de meren. Via de uitwaterende sluizen werd het dan weer in de Zuiderzee en het IJ gespuid.

De Schermerboezem is nog steeds de belangrijkste Noord-Hollandse waterberging. Tegenwoordig staan er grote gemalen in Zaandam en Den Helder om het water uit de boezem te pompen. Maar de klimaatverandering met meer regen in korte tijd vraagt om aanvullende maatregelen. Het huidige Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is daar druk mee bezig. Het water moet meer ruimte krijgen.

Oude kaart van Edam.

Oude kaart van Edam. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Beemster.

Publicatiedatum: 02/03/2011