Jan Kievit

Haarlemmer Jan Kievit (1923-1943) stak na een woordenwisseling in 1942 de vrouw van een NSB'er dood in Haarlem. Hierop besloot het Duitse Obergericht (de hoogste Duitse rechtbank in Nederland) hem tot de doodstraf te veroordelen en hem in 1943 te fusilleren. Nadat er twijfel was ontstaan over de status van de Haarlemmer die op de erelijst van Gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog staat, heeft het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) hier onderzoek naar gedaan. Wie was Jan Kievit en wat was er exact gebeurd?

Jan Kieviet

Jan KievietJan Kieviet

Achtergrond

Ruim een jaar voor het dramatische incident was Kievit samen met een vriend opeens verdwenen. De beide jongens waren achttien jaar oud en hadden zich gemeld als vrijwilliger bij de SS. Hun ouders wisten van niets. Kievit had alleen zijn zus in het diepste geheim verteld dat hij op 5 november weg moest. Op 6 november gaf Kievit zijn familie nog een teken van leven, zonder te onthullen wat hij ging doen. Hij wilde met zijn vriend terechtkomen bij de Duitse Luchtmacht om vervolgens met een vliegtuig naar Engeland te vliegen en van daaruit de Nazi’s te bestrijden. Dit romantische plan van de jongens, die beiden fel tegen de Duitsers waren, getuigde van geen enkele realiteitszin. Daar kwamen ze snel achter toen ze in het opleidingskamp van de SS in Sennheim (tegenwoordig Cernay in de Franse Elzas) erachter kwamen dat ze infanterist moesten worden. Kievits vriend nam contact op met zijn ouders en die wisten samen met Kievit senior ervoor te zorgen dat de jongens uit de SS ontslagen werden. In april 1942 waren ze weer terug in Haarlem. In het Ramplaankwartier, waar hij woonde, was het een publiek geheim dat hij bij de SS had gezeten.

Het incident

Vrijdagavond 27 november 1942 verliet Jan Kievit om acht uur het huis van zijn ouders om even ‘een luchtje te gaan scheppen’. Hij belde aan bij het huis van een NSB’er en diens gezin aan de Noordertuindorplaan in dezelfde wijk. Kievit, zo verklaarde hij later, had de NSB’er willen manen zijn lidmaatschap van deze beweging op te geven. De NSB’er was echter niet thuis en de vrouw des huizes opende de voordeur. Kievit kreeg binnen niet al te lange tijd een hoopoplopende ruzie met de van geboorte Duitse vrouw. Het kwam tot een handgemeen waarna de zaken volledig uit de hand liepen. Kievit trok een mes en stak meerdere keren toe. Kort daarna overleed het slachtoffer. Hij verliet de woning na wat bonkaarten en geld te hebben gestolen om het op een roofmoord te laten lijken. Het rumoer van de ruzie was echter niet onopgemerkt gebleven en de Nederlandse politie was snel ter plekke. Kievit had zijn Amsterdamse tramabonnement bij het delict verloren en werd diezelfde avond gearresteerd. Zijn daad leidde tot een uitzonderlijk felle reactie van de Haarlemse NSB, met grote gevolgen voor de behandeling van de zaak.

Bekentenis

Op het politiebureau in Haarlem legde Kievit meteen een volledige bekentenis af. Hij vertelde de rechercheurs dat hij naar de NSB’er was gegaan omdat hij dacht die man ertoe te kunnen brengen de NSB vaarwel te zeggen als hij hem had uitgelegd welk lot hem te wachten stond als de geallieerden de oorlog hadden gewonnen. Toen Kievit hem niet thuis trof en in gesprek raakte met diens echtgenote, verweet zij hem dat hij zij een verrader was; hij zou zijn kameraden bij de SS in de steek hebben gelaten. Als groot bewonderaar van het Huis van Oranje eiste Kievit dat zij haar woorden zou terugnemen, maar dat gebeurde niet. Om een of andere reden verloor hij toen alle controle over de situatie en zichzelf, met fatale gevolgen.

‘Politieke moord’

De Haarlemse NSB reageerde ongemeen fel op deze gebeurtenis. Vooral de zwager van de overleden vrouw, een veel fellere NSB’er dan diens broer, liet iedereen merken dat hier sprake was van een ‘laffe politieke moord’. Na de oorlog vertelde een wijkbewoner dat hij luid op straat schreeuwde dat ‘het Tuindorp’ zou boeten voor de daad. De volgende dag had hij al overleg met NSB-burgemeester Plekker in diens kamer op het stadhuis. Daarbij waren de kringleider van de NSB en de opperbanleider van de W.A., Jan Nederkoorn, aanwezig. Commissaris Van der Burgt, die juist zijn lidmaatschap van de NSB had opgezegd, kwam ook. Hij weigerde echter ter plekke iets over het politieonderzoek mee te delen. Dat hinderde de aanwezige NSB’ers niet in hun overtuiging dat de moord politieke motieven had, dus dat het verzet achter de daad zat. Jan Kievit was echter bij geen enkele verzetsgroep aangesloten en heeft voor zover bekend aan niemand van tevoren verteld wat hij van plan was. De kringleider van de NSB, Johan W. Zwart, had vervolgens een brief geschreven aan de Duitse autoriteiten waarin hij onder meer eiste dat de Duitse justitie de behandeling van de zaak zou overnemen. Het is nooit met zekerheid vastgesteld of alle aanwezigen in Plekkers kamer daarvan op de hoogte waren, maar het lijkt wel waarschijnlijk. Op 2 december 1942 namen de Duitsers de zaak over van de Nederlandse justitie.

Worteltjes

De Duitse medewerker van de Sicherheitsdienst, Herman Neumeyer, verklaarde na de oorlog dat hij in opdracht van Reichskommissar, Seys Inquart, de zaak moest onderzoeken. Neumeyer zei dat hij er niet van overtuigd was dat de zaak ‘politiek belangrijk’ was, maar dat het gedrijf van de Haarlemse NSB hem geen andere keuze toeliet. In zijn eerste verslag vraagt hij zich nog af of hier niet sprake was van ‘verminderde toerekeningsvatbaarheid’ bij Kievit. Zijn uiteindelijke proces-verbaal concludeerde echter ondubbelzinnig dat er een politieke moord was gepleegd. Daarbij speelde een incident op 5 december een rol. Die dag trof de echtgenoot van de overleden vrouw worteltjes aan op haar graf op de Rooms Katholieke begraafplaats te Overveen. Zij was daar met veel demonstratief vertoon van de W.A. begraven, hoewel pastoor G. van Niekerk verboden had haar lichaam in deze gewijde aarde te laten rusten. De oranje kleur van de wortels leverden de Haarlemse NSB en de Duitsers het definitieve ‘bewijs’ dat het verzet achter de daad zat. Later bleek dat het om een kwajongensstreek ging. Al wisten deze jongelui wisten wel welke symbolische waarde de kleur oranje in die tijd had.

Ter dood veroordeeld

Op 8 januari 1943 moest Kievit verschijnen voor het Duitse Obergericht in Den Haag. De Duitse aanklager, Seiler, eiste de doodstraf. ’s Middags om vier uur was de zitting begonnen, ’s avonds rond half acht werd het doodvonnis uitgesproken. Op 22 januari vond Jan Kievit op de Waalsdorpervlakte de dood voor een vuurpeloton. Zijn stoffelijke resten werden na de oorlog opgegraven. Hij werd begraven op het Ereveld in Loenen. Ook na de twijfel over zijn status, rust hij hier nog steeds.

Bronnen

Vogel, Jaap, ‘Moord in het Ramplaankwartier’, in: Jaarboek Haerlem 2006 (Haarlem 2007), 129-152.

Publicatiedatum: 11/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.