Emigreren naar Australië: de familie Lont “in den Vreemde”

In de jaren vijftig en zestig verlieten veel Nederlandse families hun land om elders een nieuwe toekomst op te bouwen. Ze emigreerden naar Australië, Canada, de Verenigde Staten of Nieuw-Zeeland. Zo ook de familie Lont uit Hippolytushoef, die op 11 februari 1953 uit Amsterdam vertrok met de MV Fairsea. John Lont vertelt in dit verhaal over hun reis en aankomst op 18 maart 1953 in de haven van Melbourne.

Book 12 min

De familie Lont

Uit mijn vroegste jeugd herinner ik mij dat de kleuterschool op ’t Hoekje’ in Hippolytushoef was. Ik herinner mij ook nog goed dat op een winterse dag in 1951,  toen ik langs ‘de nieuwe speeltuin’ aan de Van Pommerenstraat kwam, dat de  sneeuw zich op de lange wandeling van ons huis naar het Kerkplein en de grote kerk  onder mijn houten klompen opdeed. We woonden in een relatief nieuwe woning in  De Heldersebuurt tegenover waar de velodroom nog niet zo lang geleden was  geweest. (Ik herinner me nog ook dat we vaak wedstrijd wiedrenners hadden die de  badkamer en keuken bij ons thuis gebruikten tijdens fietsevenementen in de omliggende straten).

Onze vader was een metselaar die ruim voor het uitbreken van WO2 met zijn vader  (Simon Jansz Lont, 24.6.1887-24.2.1941, Hippolytushoef) aan de slag ging. Na de dood van onze opa werkte hij met zijn broer (Cornelis Lont, 15.5.1915-4.11.2002, Hippolytushoef) en zwager (Herman Pennekamp, Hippolytushoef) aan loonwerk (aan-nemers) over de hele Wieringen. Veel andere leden van de familie Lont waren ook werkzaam in een bemanning voor bouw en constructiewerkzaamheden. Op andere momenten geloof ik dat ze contractwerk hebben gedaan voor bedrijven zoals Klein (Smerp). Hun bouwwerkzaamheden vonden vooral plaats in en rond Hippolytushoef, maar werkten vaak in de omliggende dorpen Oosterland, Westerland, Stroe en Den Oever.

Hoog water in Hippolytushoef

Ik ging naar school op de (nieuwe) OLS in Hippolytushoef. Mijn eerste levendige herinnering aan die school is toen er in 1952 ‘hoog water’ was. Mijn vader was mij
komen ophalen van school. Er waren veel mensen die schuilden in klaslokalen, de  gangen en de gymzaal. Ik herinner me dat er volwassenen en kinderen op de grond zaten en lagen en dat er droge kleren en voedsel aan hen werden uitgedeeld. Er stond een stenen muur langs de voorkant van het schoolplein en door op een hoog punt op de muur te gaan staan kon ik overal op het land water zien. Die avond reden we met de Willy’s truck naar de haven van Den Oever. Veel mannen hielpen bij het manoeuvreren van de zware houten poorten in de dijk (bij Hotel Tante Pietje) terwijl het water door de haven en rond hun rubberen laarzen en klompen naar binnen dwarrelde.

Voorbereidingen op de reis

Op een dag eind 1952 kwam mijn moeder mij ophalen bij het kantoor van de schooldirecteur om me naar de dokterskliniek (mogelijk dokter Kok) te brengen. Ik
wist niet waar het bezoek over ging omdat ik mij heel gezond voelde en voor zover ik wist was mijn moeder ook niet onwel. Tegelijkertijd was onze vader ook een paar dagen weggeweest, op ‘een mannenkamp’ bij de kust. Later hoorde ik dat de bezoeken verplichte medische onderzoeken waren ter voorbereiding op de
immigratie-eisen.

In de dagen na deze medische onderzoeken waren er waanzinnige activiteiten in ons huis. Mijn vader bracht lange dagen door met het afwerken van verschillende klussen die hij moest doen en hij bleek vrij snel verschillende gereedschappen en apparatuur te verkopen. Zelfs de Willys-jeep die hij voor zijn werk gebruikte, werd overgedragen aan een familielid in de bouwploeg. Mijn moeder was altijd bezig met het schoonmaken van het huis en bracht zoveel mogelijk tijd door met haar ouders. opa (Johannes Visser, 9.12.1890-11.7.1966) en oma (Anna Goedknecht, 3.10.1891-15.1.1967) woonden naast ons gezin in de Van Pommerenstraat en er leek veel ‘feest’ te worden gevierd met familie en vrienden uit andere delen van Holland die ons bezochten.

Op een ijskoude winterse ochtend in februari 1953 namen we afscheid van onze grootouders nadat ze enkele dagen eerder al afscheid hadden genomen van onze tantes, ooms en hun kinderen. Ons gezin werd naar de bushalte aan het einde van de Slingerweg gereden, op de hoogte waar nu de Wiron Ruiters is. Papa en mama
hadden verschillende grote koffers bij zich en ieder van de ‘oudere’ jongens hadden een kleine tas. Onze ouders waren heel erg stil – mijn moeder had gehuild.
Vervolgens stapten we in de bus naar ‘ergens naar het zuiden’. Ik kan me alleen  maar voorstellen dat de tranen uit hun ogen rolden toen de bus het dorp verliet dat al vele jaren de thuisbasis van onze familie was.

Na verder medisch onderzoek in een Amsterdamse kliniek kreeg de familie te horen dat het nog maar een paar dagen zou duren voordat we aan boord zouden gaan van een schip op weg naar Australië.

Van Amsterdam naar Australië

De ‘MV Fairsea’ verliet Amsterdam op 11 februari 1953 en voer vijf weken lang via Gibraltar en Genua naar het Suezkanaal en over naar Fremantle in West-Australië –een land dat de familie niet wist, behalve dat het “het land van belofte” of “het land van overvloed” was. Vader werd toegewezen aan ‘Alleen voor mannen’ accommodatie aan boord van het schip en vrouwen en kinderen kregen slaapvertrekken in twee- of vierpersoonshutten op een ander dek. Gezinnen konden overdag samenkomen in openbare ruimtes en alle maaltijden samen eten. Na het eten waren er regelmatig ‘volwassen’ activiteiten die onze ouders konden bijwonen -kaartspelen, bordspellen en films – meestal produceerde de Australische overheid documentaires. Veel herinneringen aan boord blijven sterk, zoals ’s nachts langs de machtige Rots van Gibraltar varen en later aanmeren in de haven van Algeciras voor stookoliebunkering. Terwijl ze voorzichtig door het Suezkanaal manoeuvreerden, kwamen de lokale venters in hun kleine roeiboten langszij met allerlei souvenirs en bederfelijke goederen, waaronder fruit en groenten. De venters gooiden een rij naar de passagiersdekken en de goederen konden worden opgehaald nadat er op de een of andere manier geld was betaald aan degenen beneden in hun drijvende winkels. Een andere herinnering is aan de festiviteiten rond de zegen van koning Neptunus bij het oversteken van de evenaar. Dit festival omvatte veel wateractiviteiten rond het zwembad van het schip.

Aangekomen in de haven van Fremantle – de eerste haven op het Australische vasteland – had de Fairsea half maart 1953 696 volwassen migranten en hun gezinnen naar die nog onbekende bestemming vervoerd – 363 mannelijke passagiers, 333 vrouwen en 345 kinderen. Sommige gezinnen die uitscheepten in Fremantle, de haven van de West-Australische stad Perth, en anderen zoals wijzelf, bleven aan boord om nog een week verder te varen naar Melbourne en Sydney.

Aankomst in Melbourne

Het gezin arriveerde 18 maart 1953 bij Station Pier in de haven van Melbourne. De aankomsttijd is onzeker, maar er blijven herinneringen over aan onze vader die werd opgewacht door de Australische immigratieautoriteiten en hen naar behoren had voldaan met de nodige documentatie, waardoor hij werd voorgesteld aan een chauffeur in een wachtend werkvoertuig dat hem en anderen naar de stad Geelong zou brengen, ongeveer 80 kilometer verderop. Ondertussen werden moeder en drie jongens in een trein geluisd die hen 350 kilometer noordwaarts door de staat Victoria naar het Bonegilla Migrant Reception and Training Centre zou brengen. De treinreis verliep tot ver in de nacht. De rijtuigen waren behoorlijk luidruchtig en koud, maar we slaagden erin om wat slaap te vatten. Later leerden we dat deze treinen algemeen bekend stonden als ‘Red Rattlers’. Eten en hete thee werd verzorgd door vrijwilligers van de overheid op geselecteerde stations langs de weg.

Bij aankomst op de Bonegilla-zijspoor werden de migrantenfamilies en hun bagage opgehaald en per bus overgebracht naar een opvangcentrum voor verwerking. We werden uiteindelijk begeleid naar familieaccommodatie in lange barakachtige hutten die oorspronkelijk waren gebruikt als een militaire trainingsfaciliteit. De rudimentaire huisvesting was heel anders dan wat we in Nederland hadden achtergelaten, maar we begrepen dat het slechts tijdelijk zou zijn. Permanente huisvesting dichter bij het allerbelangrijkste werk voor onze vader werd gevonden. Bonegilla was enorm en op zijn drukste moment tijdens het enorme immigratieplan huisvestte tot 8000 mensen.

Binnen een dag na het settelen werd sterk voorgesteld dat volwassenen Engelse lessen zouden moeten volgen en dat schoolgaande kinderen naar de klas op de lokale school zouden moeten komen – wat we naar behoren hebben gedaan. Drie maaltijden per dag werden verstrekt aan alle bewoners, ondanks dat sommige
gerechten aanvankelijk niet aangenaam waren voor sommige nationaliteiten – dit was meer een geval van hen die niet wisten of begrepen wat het voedsel in dit
nieuwe land zou kunnen zijn. Gelukkig was er een groot ziekenhuis in het centrum, want binnen enkele dagen na onze aankomst had onze jongste broer medische
behandeling nodig voor een oorontsteking.

Meer dan 300.000 immigranten uit meer dan 50 landen passeerden Bonegilla tijdens het hoogtepunt van de Australische regeringsmigratieregeling.

Het leven in Wynndean Park

Er was onbeperkt werk beschikbaar voor mannen die bereid waren weg te trekken van hun familie en te wonen in een eendepersoonsbedden in de buurt van de
bouwplaats van de nieuwe Royal Dutch Shell petroleumraffinaderij in Corio, ongeveer 8 kilometer van de stad Geelong. Een ‘Joint Venture’-bedrijf dat grotendeels was opgericht om arbeidskrachten te leveren voor het enorme Shell Refinery-project was het Dutch Australian Construction Company -eenvoudigweg bekend als ‘DACO’.

Hoewel vader doordeweeks – en zaterdag – druk aan het werk was, kon hij ook de omliggende gebieden bezoeken met een touringcar die door het bedrijf werd verzorgd. Op een van deze reizen vond hij vervolgens familie accommodatie in Wynndean Park in de kustplaats Ocean Grove.Bungalows, die oorspronkelijk legerhutten waren omgebouwd tot vakantiehutten, waren van een eenvoudige constructie met toilet- en badkamerfaciliteiten op strategische plaatsen rond het park. Het leven in het park was goed. Kinderen gingen naar school, moeders deden hun dagelijkse taken en gezinnen mengden zich voor sociale activiteiten in het weekend en op feestdagen. De mix van migrantennationaliteiten in Bonegilla was enorm en hetzelfde scenario heerste in deze nieuwe dorp Ocean Grove. Migranten uit heel Europa leefden nu een eenvoudige, maar comfortabele levensstijl in een arbeidersstad aan de prachtigezuidelijke kustlijn van Victoria. De meerderheid van deze ‘New Australians’ mengde zich heel goed met elkaar in hun streven om een beter leven te maken in hun nieuwe land.

Werk in overvloed

Er was werk in overvloed voor die immigranten die wilden werken. Grote internationale bedrijven hadden productiefaciliteiten in de havenstad Geelong. Bedrijven zoals de Ford Motor Company, Shell Petroleum, International Harvester, Pilkington Glass, Alcoa Aluminium, Pelaco Shirts en Goodchild Shoes hadden allemaal grote fabrieken die geschoolde en ongeschoolde werknemers en productielijnpersoneel nodig hadden. De meeste van deze bedrijven hadden zowel mannen als vrouwen in dienst – mensen uit Polen en Hongarije, Joegoslavië en Tsjechoslowakije – er waren Duitsers, Italianen, Grieken, Britten en Nederlanders.

Onze nieuwe buren waren ook onze landgenoten. Een overwicht van Nederlandse families als de Van der Pols, van Dijks, van Dorps, Van Eersels, Van Elsts, de
Vogelaars, Boskers, de Waals, Geerings, Souters, Hazendonks, Van Tiggelens, Schoutens en Stoks woonden in die eerste jaren om ons heen. Onze ouderen waren
nooit ver verwijderd van vriendschap en gezelschap van mensen die uit Nederland waren gemigreerd. Allemaal mensen die op dezelfde manier misschien een beter
leven voor zichzelf en hun kinderen wilden.

De kinderen – ongeacht hun nationaliteit – gingen allemaal naar de plaatselijke ‘Staatsschool’ die haastig moest worden opgewaardeerd voor de massale toestroom van allochtone studenten. Jonge kinderen op onze school zouden zich geen zorgen hebben gemaakt over waar hun nieuw gevonden vrienden vandaan kwamen. Kinderen uit Letland gemengd met die uit Litouwen en de Italiaanse kinderen speelden met de Grieken. De Britse kinderen probeerden hen de Engelse taal te leren!

Plannen voor een nieuw huis

Tijdens de periode van wonen aan het strand waren onze ouders druk bezig met hetmaken van plannen voor een nieuw huis. In dorp was woongrond vrijgekomen en na de aankoop van een blok was er veel werk nodig om de struiken vrij te maken om een huis te kunnen bouwen. Lange moeizame werkuren over een periode van twee jaar zagen we het begin van een bakstenen en mortel gebouw ontstaan. Tijdens deze tussenperiode verhuisde het gezin van Wynndean Park naar een paar
‘zigeuner’ caravans aan de achterzijde van het werk-in-uitvoering. Hierdoor konden de bouwwerkzaamheden te allen tijde en met meer snelheid doorgaan in het
weekend en op feestdagen.

Werkgelegenheid voor moeder was er ook in overvloed. De township Ocean Grove, een vakantieoord, bood een goede verscheidenheid aan seizoensgebonden gastvrijheidswerk in de populaire pensions en de aanverwante accommodatie-industrie. Dit bracht extra geld op dat de aankoop van meubels voor
het nieuwe huis en de auto’s mogelijk maakte.

Het leven in Australië bleef goed. Als jongens konden we genieten van het strand en omdat het dorp zich met al zijn nieuwe bewoners ontwikkelde, ontwikkelden zich vele sportclubs. Er was geen tekort aan voetbalteams, cricketclubs of surflevensreddende groepen om bij betrokken te raken. Voetbal, basketbal en cricketteams kwamen voort uit de gelederen van de scholen – teams van spelers bestaande uit de meest ongewone buitenlandse namen – Butwilowsky, Chylek,
Christiani, Jaworski, Kotowski, Melnyk, Muschalla, Piec, Rynkewicz, Samek, Wazsylewski en Zurawel. Voor onze ouders bleef het vermogen om te werken vele
jaren bestaan. Vader bleef in de bouw – op een gegeven moment begon hij zijn eigen eenmanszaak als metselaar en betonmaker – en moeder werkte jarenlang als
huishoudhulp aan ouderen op de loonlijst van de gemeente.

Voor een betere toekomst

Telkens als we nieuwsgierig waren en vroegen naar “waarom hadden we Nederland verlaten”? onze moeder zou antwoorden dat ze hadden besloten om dit te doen
“voor de toekomst van de kinderen”. Alle drie de jongens gingen naar dezelfde staatsschool en later naar de technische school en gingen naar verschillende
beroepen – twee in de bouwsector en een andere in de telecommunicatie.

Onze grootouders van moederskant kwamen in 1965 op bezoek. Ze kwamen aan in de haven van Melbourne op Johan Van Oldenbarnevelt en bleven zes maanden bij het gezin.

Vader overleed in 1973 op 61-jarige leeftijd. Voordat hij overleed, had hij geen echte wens geuit om zijn geboorteland te bezoeken. Zijn hele leven in het nieuwe land had in wezen gedraaid om het bouwen van een huis voor het gezin en het werken in zijn vak om dat te bereiken. Moeder bezocht Nederland voor 2 maanden in 1977 – de eerste reis terug om familieleden te zien sinds aankomst in Australië. Het was een prachtige reis die haar in staat stelde om bij te praten met familie en vrienden in Noord-Holland, maar bij haar terugkeer was ze blij om te zeggen dat ze “I still call Australia home”.

In Memoriam:

Omdat deze geschiedenis van de familie Lont in november 2021 werd geschreven met de goedkeuring van mijn broer, Simon Jan, moet ik met droefheid en met grote spijt kennis geven van zijn overlijden op 2 december 2021, slechts 3 weken voor zijn 74ste verjaardag. Simon, de op één na oudste zoon, had een heel druk werkleven. Tot aan zijn dood was hij nog actief met werk bij Riverview en Wynndean Caravan Parks. Moge hij in vrede rusten.

Auteur: John Lont (Johannes – Jos) Peregian Beach, Queensland en Simon Lont -Ocean Grove, Victoria.

Dit verhaal is eerder verschenen in Op de Hoogte, het blad van de Historische Vereniging Wieringen.

Publicatiedatum: 23/06/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN