Boeren in het veen
Rond het jaar 800 kwam er verandering in de bewoningsgeschiedenis van Noord-Holland. De bevolking in de dorpen langs de duinen groeide. Bovendien kampte men daar met grote zandverstuivingen waardoor de nodige landbouwgrond verloren ging. Dit alles leidde tot de kolonisatie van het veen. De gebieden in het noorden rond Texel, Wieringen en het handelsstadje Medemblik kwamen het eerste aan de beurt. Het huidige Waterland werd als laatste na 1200 ontgonnen. De boeren maakten het natte veenmoeras geschikt voor de landbouw door er haaks op een veenriviertje slootjes in te graven. Zo ontstonden langgerekte kavels met een boerderij aan de kop. Er ontwikkelden zich tal van bloeiende dorpen in het veen, maar er zat een addertje onder het gras.
Het water volgde de mens
Men besefte het eerst niet, maar het droogleggen van het veen leidde tot een grote ramp. Door de ontwatering drong zuurstof uit de buitenlucht de bodem in. Daardoor kwam alsnog de verdere vertering op gang van de halfvergane plantenresten waaruit het veenpakket was opgebouwd. Dit proces werd nog versneld doordat de boeren de grond omploegden. Het veen verbrandde als het ware langzaam en ging als broeikasgas in de atmosfeer op. Hier kwam dan nog klink bij. De drogere toplaag drukte de onderliggende, vochtige lagen in elkaar. Het gevolg was een razendsnelle daling van het maaiveld, tot wel twee meter per eeuw.
Op een gegeven moment liep het overtollige water niet vanzelf meer weg. Het bleef op de laagste plekken staan en daar vormden zich meertjes. Bij iedere storm vraten de golven in die meertjes aan de slappe oevers. Soms werden er zelfs hele stroken land met bomen en al losgeslagen en die dreven dan als eilandjes het water op. Zo groeide het veenriviertje de Bamestra uit tot het reusachtige Beemstermeer. Bovendien won de zee snel terrein. Al het veenland tussen Texel en Wieringen ging tijdens grote stormen na 1150 verloren. We weten alleen nog de namen van de dorpen die hier eens waren.
Milieuramp zonder einde
Natuurlijk zat de bevolking niet stil. Er werden terpen en dijken aangelegd zoals de grote Westfriese Omringdijk, daarna volgden molens en nog later ultramoderne gemalen om het hoofd boven water te houden. Speciale overheden – de waterschappen – werden nodig om dat allemaal te regelen en te beheren. Maar ondertussen gaat de daling van het maaiveld gewoon door. Iedere verlaging van het waterpeil in veenpolders leidt tot nieuwe bodemdaling. Peilverlagingen kunnen ook schade aan oude houten funderingen veroorzaken doordat de heipalen boven het grondwater uitkomen en gaan rotten. Aan de andere kant kunnen boeren geen kant meer op als het land te drassig wordt. En zonder hun arbeid krijgen verruiging en verrommeling van het landschap ruim baan. Dan is het gedaan met het mooie open Noord-Hollandse polderland én de weidevogels. En zo gaat een al ruim duizend jaar durende milieuramp steeds maar verder …
Bronnen
www.hhnk.nl
www.landschapnoordholland.nl
www.poelboerderij.nl
http://home.planet.nl/~mante243/
Publicatiedatum: 20/07/2011
Vul deze informatie aan of geef een reactie.