Hoofdpersoon zonder hoofd

Het Amsterdam Museum beschikt over een bijzondere reeks Anatomische Lessen, ooit geschilderd voor het Chirurgijnsgilde. Deze portrettraditie begon in 1601 en hield in 1758 op. Een van die schilderijen is de anatomische les van Dr. Jan Deijman. Rembrandt van Rijn schilderde deze in 1656. Het schilderij kent een dramatische geschiedenis.

Anatomische les van Dr. Jan Deijman (fragment), door Rembrandt, 1656.

Beeld: collectie Amsterdam Museum.

Anatomische les van Dr. Jan Deijman (fragment), door Rembrandt, 1656.Anatomische les van Dr. Jan Deijman (fragment), door Rembrandt, 1656.

Faillissement

Hoewel veel minder bekend dan de Anatomische les van Dr. Tulp, eveneens van Rembrandt (1606-1669), is het schilderij minstens zo interessant. Rembrandt schilderde het in een periode waarin hij het financieel heel moeilijk had. Door de economische crisis als gevolg van de Eerste Engelse Zeeoorlog kon hij zijn schulden niet afbetalen. In hetzelfde jaar dat hij het stuk vervaardigde, moest hij zijn faillisement aanvragen.

Brand in de Waag

Het schilderij dat het Amsterdam Museum in zijn collectie heeft, is slechts een fragment van een doek dat oorspronkelijk ongeveer 245 bij 300 cm mat. In 1723 viel het ten prooi aan vlammen tijdens een brandje in de Anthoniswaag op de Nieuwmarkt. Het hing daar in de gildekamer van de chirurgijns. Slechts een deel kon worden gered.

Ontleedkundige demonstratie

Evenals de vier eerdere groepsportretten van het Chirurgijnsgilde heeft de Anatomische les van Dr. Deijman een ontleedkundige demonstratie als onderwerp. Het bewaard gebleven fragment komt overeen met het gedeelte middenonder op de tekening. Rembrandt situeerde het in een klein anatomisch theater. Op de tekening zijn rondom de snijtafel in het midden twee oplopende rijen van een tribune te zien. De aanwezigen hebben hun aandacht gericht op de handelingen van de prelector of kijken de toeschouwer aan.

Situatieschets met de ‘Anatomische les van Dr. Deijman’.

Beeld: collectie Amsterdam Museum.

Situatieschets met de 'Anatomische les van Dr. Deijman'.Situatieschets met de ‘Anatomische les van Dr. Deijman’.

Verloren portretten

Door een laag en nabij gezichtspunt voelt de toeschouwer, omgeven door de betimmering van de tribune, zich als het ware uitgenodigd om de voorstelling binnen te stappen en aan de les deel te nemen. Oorspronkelijk waren op het groepsportret, naast Jan Deijman, zijn assistent en het subiectum anatomicum, vier overlieden, een proefmeester en nog twee gildebroeders afgebeeld. Zeven van de oorspronkelijk negen portretten gingen dus verloren. Wat rest is de anatomische handeling op de snijtafel.

Prelector mist hoofd

Centraal in beeld ligt het lijk van de wegens diefstal terdoodgebrachte Joris Fonteijn (1633/’34-1656), dat de brand relatief ongeschonden heeft doorstaan. De oorspronkelijk belangrijkste figuur, prelector Deijman, moet het sinds de brand zonder hoofd stellen. De toekijkende man met de schedelkap in de hand is geïdentificeerd als Gijsbert Calkoen (1621-1664), de collegemeester en dus assistent bij de anatomische les. Twee handen op het fragment, links en rechts van Calkoen, herinneren aan de verdwenen beeltenissen van de overige chirurgijns.

Memento mori

Deijman heeft de schedel gelicht en de beide hersenhelften gescheiden. Weldra zal hij de kern van het brein blootleggen. Het harde membraan, de falx cerebri, dat de hersenhelften scheidt, wordt juist door hem met een lancet opgelicht. Vanwege de overeenkomsten in zowel vorm als naam tussen deze falx en de zeis, het symbool van de Dood, is gesuggereerd dat het gebaar van de prelector symbolisch bedoeld is. Als een memento mori oftewel ‘gedenk te sterven’. Helaas is een goede interpretatie van het schilderij niet goed mogelijk, omdat er maar zo’n klein gedeelte bewaard is gebleven.

Auteur: Norbert Middelkoop.

Publicatiedatum: 21/06/2011