Hofstede Beemsterlust

Voor 1612 stroomde er water door de Beemster. De kleine rivier de Bamestra groeide in de Middeleeuwen uit tot een ware binnenzee die in verbinding lag met de toenmalige Zuiderzee. Aan het begin van de Gouden Eeuw vatte de rijke koopman Dirk van Os, samen met zijn broer Hendrik, het plan op om de Beemster droog te leggen, om deze vruchtbare grond te bebouwen. Hiervoor was toestemming nodig van een aantal burgemeesters en kooplieden. In 1607 gaven de Staten van Holland en West-Friesland groen ligt voor de inpoldering. Ook een aantal rijke kooplieden waren hierbij betrokken, waaronder Jacob Poppen. In totaal bestond de groep uit vijftien man uit Amsterdam en Den Haag.

Aan het begin van de Zeventiende Eeuw bloeide Amsterdam als handelscentrum van het land. Eigenlijk vrij logisch dat waar de kern van de macht lag, ook de meest invloedrijke en vermogende families woonden en werkten. De geldschieters voor de inpoldering van de Beemster waren stuk voor stuk rijk en bezaten een goede positie in de maatschappij.

Zo was ene Jan Claasz Crook goudsmid en betrokken bij de VOC; Pieter Boom bijvoorbeeld was burgemeester van Amsterdam geweest; Barthout Cromhout was een vooraanstaand lid van het Amsterdamse regentenpatriciaat. Gebroeders Dirk en Hendrik van Os tenslotte, de initiatiefnemers van de inpoldering van de Beemster, waren zelfs betrokken bij de oprichting van de VOC en stuurden hun handelsschepen naar Rusland en de Middellandse Zee.

De ‘Edele heren Bedijkers van de Beemster’ vormden samen het percentage Amsterdammers waar het meeste geld lag. Ze wilden deze positie graag behouden en sloegen daarom de handen ineen voor het project ‘Beemster’. Land was schaars en daardoor kostbaar. Hollandse koopmannen wilden voorkomen dat bouwgrond in handen van buitenlandse investeerders terecht kwam en hielden zich daarom veel bezig met het opkopen, ontginnen of winnen van land. Op deze manier wilden ze hun eigen positie veilig stellen. Zeker de heren die deel hadden genomen aan VOC-activiteiten wisten hoe gevaarlijk zogenaamde landspeculatie kon zijn: de grond in de Beemster zou slechts gebruikt worden om met winst te verkopen en op deze manier ging er kostbare landbouwgrond verloren. Om hun eigen betrokkenheid bij de landbouw te benadrukken werd er direct na de drooglegging lijnzaad gezaaid. De grond bleek bijzonder vruchtbaar en de oogst was overweldigend.

Maar ook voor deelname aan het project ‘Beemster’ waren de geldschieters vele voordelen beloofd. De kooplieden waren dan misschien zelf bang voor grondspeculatie, ze maakten zich er zelf wel schuldig aan. Voor een prikkie konden ze land krijgen waar ze veel winst mee zouden maken: Jan Adriaanszoon Leeghwater adviseerde de mannen om boerderijen te bouwen en te profiteren van de opbrengsten van het land. Wanneer ze hun grond dan wilden verkopen zou de grond in waarde gestegen zijn. Daarnaast zou de grond lange tijd belastingvrij zijn en konden de edele heren rekenen op diverse fiscale meevallers.

Toch was de inpoldering een dubieus project. De Beemstergrond, al dan niet onder water, behoorde toe aan de adellijke familie Achterberg. De Staat had echter hun bezit ‘verbeurd’ verklaard omdat zij in de oorlog met Spanje voor de vijand hadden gekozen. Of de Staat hierdoor recht had op hun erfgoed was niet zo vanzelfsprekend. De bedijkers troffen in ieder geval een regeling met een vertegenwoordiger van de familie Achterberg. Juist met de gronden van deze familie werd lustig gespeculeerd.

De drooglegging zelf vond plaats onder leiding van Jan Adriaanszoon Leeghwater. Hij noemde de groep investeerders ook wel ‘de Edele Heren Bedijkers van de Beemster’. Door middel van poldermolens werd het gebied droog gelegd, na een tegenslag in 1610 toen er een breuk ontstond in een van de Zuiderzeedijken. Op 19 mei 1612 was het project klaar en was de Beemsterpolder bewoonbaar. Het gebied werd in kavels verdeeld en onder de investeerders verdeeld.

Plattegrond van buitenplaats Beemsterlust, 1771. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Jacob Poppen

Jacob Poppen, oud Burgemeester van Amsterdam, was, toen hij intekende op deelname aan de drooglegging, pas 31 jaar oud en was een van de weinige tweede generatie allochtoon die het zo ver schopte als koopman in Amsterdam. Jacob Poppen, geboren in 1576 en overleden in 1624, was de zoon van Jan Poppen en Lijsbeth Guldenknecht of Pieters. Hij groeide op in Amsterdam. Jan Poppen was een van de eerste bewindhebbers van de VOC. In Amsterdam bewoonde hij ‘De Gulden Steur’ aan de Zeedijk, later in een huis aan de Kloveniersburgwal. Ook dit laatste huis noemde hij ‘De Gulden Steur’. Op het familiewapen is een steur afgebeeld, dit familiewapen werd aan het huis bevestigd. Poppen bewoonde dit huis na de dood van zijn vader.

Jacob Poppen was net als zijn vader koopman en bewindhebber van de VOC. Verder was hij een jaar schepen en burgemeester van Amsterdam tot zijn dood in 1624. Hij stierf op 51 jarige leeftijd en werd begraven in de Oude Kerk te Amsterdam. Jacob Poppen trouwde op 29 juni 1603 met Levina Govertsdochter Wuytiers en zij kregen samen vier kinderen: Elisabeth, Johan, Govert en Deborah. Zoon Jan trouwde met de zus van zijn zwager en stierf naar men zegt zeer vroeg door alcoholproblemen. Zijn vader Jacob Poppen, was een katholiek man en voedde zijn kinderen op volgens de Katholieke leer.

Toen Jacob Poppen stierf was hij de rijkste man van Amsterdam. Hij liet een vermogen achter voor zijn kinderen, maar liet ook een gedeelte achter de burgers van Amsterdam, in de vorm van een gift voor Bureau Monumenten en Archeologie van Amsterdam. Zijn vermogen werd geschat rond de 920 duizend gulden, waarvan meer dan de helft belegd was in Beemsterland. Na zijn dood volgde zijn zwager Jan Cornelisz. Geelvinck hem op als burgemeester van Amsterdam. Na zijn dood wist Joan Banning Wuytiers, de zwager van Jacob Poppen, twee van zijn kinderen te overtuigen van het protestantse geloof. Het was bijzonder dat de familie Poppen zo vermogend was. Volgens een schrijver was de familie Poppen ‘van geringen stand tot groote middelen gekomen’.

Hofstedes

Hofstede Beemsterlust was net als vele andere hofstedes in de Beemster gebouwd als buitenhuis voor een rijke koopmansfamilie. In de Gouden Eeuw bloeide de economie in de Republiek. Geld stroomde binnen als water, wat de mogelijkheid bood om geld daadwerkelijk te laten rollen: er werd veel geïnvesteerd in vastgoed.

Jacob Poppen deed dat ook. Geld maakt misschien niet gelukkig, maar is wel verdraaid makkelijk. Hij had het dan ook eerlijk verdiend door hard werken. In 1612 kocht hij de kavel waar Hofstede Beemsterlust verrees. Hofstedes hadden een bijzondere functie. Anders dan kastelen behoorden ze toe aan welgestelde heren uit de burgerij. Geen blauw bloed, maar goud zweet. ’s Zomers werden ze door hun eigenaren gebruikt om de bedompte en smerige stad te ontvluchten en te baden in rust en weelde. In eerste instantie bouwde men deze buitenhuizen in de buurt van Amsterdam, maar aan het begin van de zeventiende eeuw ook in de polders. Poppen zelf had meegewerkt aan de inpoldering van de Beemster, waardoor de keuze voor een hofstedelocatie niet heel moeilijk was.

De Hofstede bestond uit een Herenhuis, die bewoond werd door de eigenaar. Vervolgens was er een tuinmanswoning, een tuinhuis waar de familie thee kon drinken, een stal en een koetshuis. Daarnaast behoorden tot het landgoed de ophaalbrug, de manegerie waar de paarden gehouden werden, boomgaarden, moestuinen en een broeikas. Dit alles werd omringt door een hek.

I wish I’d been there

De drooglegging van de Beemster werd na 1612 jaarlijks gevierd. Hierbij werd met trots de prestaties van de Beemsterlingen herdacht. Bij het feest ter ere van de opening van de Beemster waren zelfs de prinsen Maurits en Frederik Hendrik aanwezig. Ik wou dat ik erbij geweest was; ik wou dat ik bij de bouw van Hofstede Beemsterlust was geweest; dat ik de handelsgeest had mogen proeven en had mogen genieten van de Hollandse successen. Ik wou dat ik meer had geweten van het gezin van Jacob Poppen. Hoe moet het geweest zijn voor zijn kinderen dat hij zo belangrijk was? Wat hebben zij toegevoegd of verbruikt van zijn vermogen? Ze verloren hun vader toen hij 51 jaar oud was. Is er toen veel veranderd in hun gezin?

Ook zou ik graag willen weten of de Beemster een hechte gemeenschap was. Hoewel het gros van de bewoners een gedeelte van het jaar in deze buitenhuizen verbleef, vraag ik me toch af of ze veel gezamenlijk deden. Zorgden deze families voor elkaar of deden ze er alles aan om elkaar de ogen uit te steken met hun eigen rijkdom? De Beemster was een groot succes en het schijnt dat de investeerders hun investering er binnen 1 jaar uit hadden. Vaak betekende dat een verdubbeling van vermogen in zeer korte tijd. Ze hebben een boost gegeven aan de Nederlandse economie, zolang als dat duurde. Waarom verslechterde de situatie na de Gouden Eeuw? Hebben ze dan alleen op korte termijn gehandeld?

Tenslotte had ik Hofdstede Beemsterlust van dichtbij willen zien. Ik had de sfeer willen proeven, maar die mogelijkheid is er niet meer. De plaats die ooit goud waard was, is nu een weiland. De familie Poppen stierf uit in 1699. Hofstede Beemsterlust kwam in handen van andere families.

Tekst: Andrea Kramer

Bronnen:

– Tijdschrift ‘Ons Amsterdam’, nummer 235, 4 april 2007 ‘400 jaar Beemster’
– Molhuysen, P.C. en Blok, P.J. (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 6. A.W. Sijthoff (Leiden 1924)
– Elias, J. E., Geschiedenis van het Amsterdamsche Regentenpatriciaat (Den Haag, 1923) blz. 24.
– Elias, J. E., De vroedschap van Amsterdam 1578-1795 (Amsterdam, 1903) 285.
– Grootes, E.K. en Witstein, S.F. (red.), Visies op Vondel na 300 jaar (Den Haag, 1979).
– Jan Adriaensz. Leeg-water.  Saerdam 1669) p. 28.
– Vondel, J. van
De werken van Vondel, deel 9(1660-1663) vers 25-27
– http://www.genealogieonline.nl/genealogie-peeters-rouneau/I34738.php
https://sites.google.com/site/dutchmaps/polders/de-beemster
http://www.beeldbank.noord-hollandsarchief.nl/beeldbank/weergave/search/layout/resul
/indeling/detail/q/zoekveld/beemsterlust/q/begindatum/%5E?zoeken_x=0&zoeken_y=0
http://www.poldersporen.nl/buitens/Beemsterlust.html
http://www.poldersporen.nl/buitens/index.html
http://www.provincialeatlas-nh.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=17&Itemid=35
http://www.beemsterkerk.nl/geschiedenis/a_fransetijd.htm
http://www.allesopeenrij.nl/index.html?page=http://www.allesopeenrij.nl/lijsten/economie/rijken_weleer.html
http://www.molair.nl/am-alg/tr2624.html
http://194.171.109.12/index.php?registratiecode=REP1NL054493&status=D&exact=JA&cat=GREP&zoekterm=Poppen
http://molair.nl/am-cd/cd2607.html
http://dare.uva.nl/document/142355

Publicatiedatum: 29/03/2012