Hoe het oude dorp Velsen stil viel

Siebe Rolle, oud gemeentearchivaris van de gemeente Velsen, verdiepte zich in de geschiedenis van het ouwe dorp waar het Noordzeekanaal in de jaren zestig flinke stukken vanaf heeft geknabbeld.

Van Rolle leren we dat het oude dorp in de loop der eeuwen door verschillende, verwoestende overstromingen is geteisterd, te beginnen met de Eerste Allerheiligenvloed van 1170. Al snel worden de eerste dijken aangelegd.

Maar hij beschrijft ook hoe Willibrordus in de achtste eeuw een houten kerkje laat bouwen op de plek waar nu de Engelmunduskerk staat. Begin twaalfde eeuw wordt het houten gebouwtje door een tufstenen zaalkerkje vervangen; nóg een eeuw later wordt er een toren aan toegevoegd.

Gezicht op de dorpskerk van Velsen vanaf de Heereweg, 1728. De huidige Kerkesingel kent nog geen bebouwing, maar een muur langs het kerkhof. Voor de kerktoren staan het predikantenhuis en de school. Rechts de herberg De Prins, tegenwoordig restaurant De Heeren van Velsen. Uit: Hollands Tempe.

Engelmundus

Rond 1500 wordt de Engelmunduskerk zelfs een bedevaartsoord, omdat ene Engelmundus, van wie we overigens niet eens weten of hij wel écht heeft bestaan, mensen zou hebben genezen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waarbij Haarlem door de Spanjaarden wordt belegerd, wordt de kerk verwoest, omdat de Spanjaarden het hout nodig hebben. En alsof dat nog niet erg genoeg is pikken de protestanten de katholieke kerk ook nog eens in.

Pelgrims smeken de heilige Engelmundus om genezing tijdens een processie rond de Velser dorpskerk omstreeks 1500. Overdruk uit: Memoriaal van Velsen. Reconstructietekening van Bert Bus, 1985. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Maar in de zeventiende eeuw wordt het een stuk gezelliger in Velsen en verrijzen er prachtige buitenverblijven met schitterende tuinen, parken vol waterpartijen, beelden en andere tuinsieraden. Buitenverblijven, waarvan Beeckestijn één van de bekendste is, die zichzelf kunnen bedruipen, met een veestapel, boomgaarden en moestuinen. Dat betekent werk voor de dorpsbewoners, die als tuinman, schilder, timmerman, strijkster of dienstbode aan de slag kunnen.

Rolle geeft een opsomming van beroepen in de zeventiende eeuw. Het is een flinke opsomming, maar het geeft een aardig beeld waarmee mensen in die tijd de kost verdienden. We beginnen bij de schout die tevens secretaris en notaris was. Verder had je een ontvanger van de belastingen, een bode, een dominee, een schoolmeester die tevens koster en voorzanger was, een weesvader en een weesmoeder.

De buitenplaats Watervliet ten noorden van het dorp in welstand, 1729. In 1884 gesloopt. Prent uit: Het Zegenpralent Kennemerlant, 1729.

Voerman

In die tijd had je ook nog twee herbergiers en één voerman, die je over het water zette. Als je ziek werd, ging je naar de chirurgijn en als je wilde bevallen, schakelde je de vroedvrouw in. Als er iets aan je kleding moest gebeuren, ging je naar de naaister of kleermaker. Kon je zelf naaien, dan ging je naar de winkelierster die je aan katoen, garen en band kon helpen.

Voor voedsel ging je naar kruidenier, broodbakker of vleeshouwer. Natuurlijk had je ook ambachtslieden, zoals timmermansbazen, metselaarsbaas, smid, schilder en schoenmaker.

De schitterende tuinen van de buitenverblijven werden door zes tuinmannen onderhouden, die af en toe een praatje maakten met de dienstbode. Dan telde de Velser samenleving ook nog eens vijf boeren, een schipper, een schelpenvisser en zevenentwintig arbeidsmannen. Oh ja, en laten we de waker in hemelsnaam niet vergeten.

Een tuinman bij de theekoepel van de buitenplaats Velserbeek direct ten zuidwesten van het dorp aan de Driehuizerkerkweg, 1797. Tegenwoordig de kruising Parkweg/Driehuizerkerkweg bij het fietstunneltje. Detail van een aquarel van H. Numan (1744-1820).

Verrukkelijk

Velsen moet in de zeventiende eeuw een ‘verrukkelijk oord’ zijn geweest. Rolle heeft het zelfs over een ‘paradijsje’ waar reizigers zich bij logement De Prins (nu restaurant De Heeren van Velsen) te goed konden doen aan de beroemde Velser kers. Die kers moet overigens al snel het loodje leggen, want in 1836 schrijft een blad dat de fameuze  kersenboomgaarden tussen Velzen en Beverwijk in verval zijn gekomen.

Verpauperde huizen aan de Middendorpstraat, 1970. Rechts het Huis van de Vroedvrouw dan nog gemerkt als Hoofdbuurtstraat 8. Na de restauratie in 1975 aangeduid als Middendorpstraat 6.

Maar het zal nog véél erger worden, want uiteindelijk wordt het Noordzeekanaal aangelegd, dat tussen 1960 en 1970 maar liefst twee keer wordt verbreed, waarvoor een derde van het dorp moet wijken. Alsof dat nog niet erg genoeg is, wordt de veerpont ook nog eens verplaatst. In 1965 betrekt het gemeentebestuur zelfs een nieuw stadhuis in IJmuiden, waarna het eens zo bruisende dorp ‘stil valt en verpaupert’.

Dat verandert als het dorp Velsen tot beschermd dorpsgezicht wordt verklaard en het ene na het andere pand wordt opgeknapt, zodat het er nu weer heerlijk wonen is. En als die kapper, slager, bakker en kruidenier ooit nog eens weerkeren, praten we nergens meer over.

Na de restauratie, 1980. Collectie Noord-Hollands Archief.

De geschiedenis van het oude dorp Velsen, zoals opgetekend door Siebe Rolle, is hier terug te vinden.

Lees hier ook het interview met Rob Stam, voorzitter van de in 1967 opgerichte Stichting Het Dorp Velsen.

Tekst: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 29/08/2019